Ook voor politici geldt: wat mag, is niet per se goed | Commentaar

Staatssecretarissen die Kamerlid blijven, ministers die lobbyisten worden: het mag allemaal, maar goed voor het vertrouwen in de politiek is het niet. Moreel handelen moet daar de leidraad zijn.

Henk van der Laan.

Henk van der Laan.

Nergens staat dat het niet mag, maar het besluit is onwenselijk, niet doordacht en slecht gemotiveerd. Dat is in het kort het oordeel van de Raad van State over het recente benoemen van drie Kamerleden als staatssecretaris, zonder dat ze daarbij hun Kamerzetel opgaven.

Het is precies wat het is. In de grondwet staan expliciet functies genoemd die niet verenigbaar zijn met het Kamerlidmaatschap, en de ambten van minister en staatssecretaris staan daar tussen. Wel stelt de grondwet een uitzondering: een minister of staatssecretaris die zijn ambt ter beschikking heeft gesteld, mag Kamerlid zijn ‘totdat omtrent die beschikbaarstelling is beslist’.

Dat is cryptische taal voor: een bewindspersoon die zich verkiesbaar heeft gesteld hoeft na de verkiezingen niet meteen te vertrekken, maar moet zodra er een nieuw kabinet gevormd is wel kiezen tussen beide.

Ongelukkig

Het verschil nu is dat de staatssecretarissen Yesilgöz, Wiersma en Van Weyenberg pas tot het kabinet toetraden na de verkiezingen. Volgens critici, zoals de hoogleraren Bert van den Braak en Wim Voermans was dit een onterechte oprekking van regels. De uitzondering in de Grondwet was niet voor deze situatie bedoeld, alleen voor zittende bewindslieden. De Raad van State is milder dan beide staatsrechtkenners, maar noemde de gang van zaken wel ‘ongelukkig’ en roept op om de wet duidelijker te maken.

De drie hebben nu alsnog hun Kamerlidmaatschap opgezegd. Het is typerend voor de huidige bestuurscultuur. Bij wetten en regels die over het eigen handelen gaan, worden de grenzen ervan opgezocht of om soms opgerekt. Je hebt de letter van de wet, en de geest. Van de wetgevende en de uitvoerend macht zou je verwachten dat het laatste zwaarder weegt. Immers: niet alles wat mag is ook wenselijk.

Brancheclub

Dat bleek ook weer bij het vertrek van Cora van Nieuwenhuizen als minister van Infrastructuur en Milieu naar Energie Nederland, een belangenclub van grote energiebedrijven. Wanneer een formatie heel lang duurt kan het logisch zijn dat een demissionair bewindspersoon vertrekt. Maar er is een groot verschil tussen het aanvaarden van een burgemeesterschap of een post als lobbyist bij een brancheclub.

Brancheclubs willen graag oud-politici om hun netwerk en hun beleidskennis. Van Nieuwenhuizen is misschien nooit verantwoordelijk geweest voor energiethema’s, maar dat zij zich er nooit mee heeft bemoeid, is moeilijk te geloven. Energielevering valt inderdaad onder Economische Zaken, maar aanleg en onderhoud van leidingen is een zaak van Rijkswaterstaat. En energie is een belangrijk onderwerp in het klimaatdossier, waarbij ook het ministerie van Infrastructuur en Milieu bij betrokken is.

Haar verweer was ook: het mag. Dat klopt, en dat komt deels omdat dit kabinet stilzwijgend een circulaire introk waarin stond dat het niet mag.

Fnuikend

Dit soort gedrag is fnuikend voor het vertrouwen van burgers in die politiek. In de politiek moet moreel handelen leidraad zijn, en mogen de kantjes er niet vanaf gelopen worden. Want hoe kun je anders van burgers dat wel vragen?

Niet voor niets zei oud-minister Ien Dales ooit: ,,Een beetje integer bestaat niet.”