Opinie: Het beperken van Shell zal helemaal niets gaan helpen

Het is onwaarschijnlijk dat het deels verbieden van olie- en gaswinning door Shell, zoals enkele milieuorganisaties willen afdwingen, zoden aan de dijk zet. Olie- en gasmarkten werken mondiaal en er zijn veel bedrijven en overheden actief.

In de landen waar Shell actief is zijn ook veel andere bedrijven actief, en deze bedrijven zullen de activiteiten van Shell waarschijnlijk overnemen op het moment dat Shell haar activiteiten zou beëindigen. Daarnaast zullen overheden van landen met olie- of gasreserves andere bedrijven vragen om de olie of het gas uit de grond te halen mocht Shell daarmee stoppen, omdat ze de inkomsten daaruit willen hebben.

Zelfs wanneer deze reacties van andere bedrijven en overheden niet zouden plaatsvinden, is het waarschijnlijk dat er geen effect op het wereldwijde verbruik is. Dit komt omdat de olie- en gasmarkten zodanig werken, zo leren gebeurtenissen van afgelopen decennia, dat een vermindering van productie door een enkel bedrijf of land snel wordt gecompenseerd door productiestijgingen elders.

Mondiaal verbruik

Wij onderzochten in hoeverre verwacht kan worden dat het verminderen van olie- en gaswinning door Shell zal leiden tot vermindering van het mondiale verbruik van olie en gas, rekening houdend met hoe de olie- en gasmarkten daadwerkelijk functioneren. Het onderzoek is louter gebaseerd op analyse van publiek beschikbare informatie en wetenschappelijke literatuur.

Advocaten van Milieudefensie, waaronder Roger Cox (3e R) en advocaten van Shell in de rechtbank tijdens de tweede hoorzitting in de klimaatzaak tegen Shell. Milieudefensie heeft samen met zes andere organisaties een zaak aangespannen tegen Royal Dutch Shell. De eisers willen dat Shell over tien jaar 45 procent minder CO2 uitstoot dan in 2019. Foto: ANP

Shell is in een groot aantal landen actief. Bij olie komt de productie vooral uit de Verenigde Staten (26 procent), Brazilië (19 procent), Oman (11 procent) en Nigeria (9 procent), Rusland (5 procent) en het Verenigd Koninkrijk (5 procent). De productie van aardgas door Shell komt vooral uit Australië (19 procent), de Verenigde Staten (10 procent), Nederland (6 procent), Maleisië (6 procent), Nigeria (6 procent), Canada (6 procent), en Noorwegen (5 procent).

Lees ook: De vervuiler betaalt. Prima, maar die moet het dan wel kunnen

In de meeste landen blijkt een groot aantal (veelal tientallen) bedrijven betrokken bij de olie- en/of gaswinning. In totaliteit zijn er wereldwijd honderden bedrijven internationaal actief in deze bedrijfstak. Deze groep van bedrijven is heel divers: zij omvat bijvoorbeeld staatsbedrijven, commerciële geïntegreerde energiebedrijven (zoals Shell), en gespecialiseerde olie- of gasbedrijven al dan niet met private equity financiering.

Portfolio

Veelal werken bedrijven samen in afzonderlijke projecten om de risico’s (zoals technische en economische) die verbonden zijn aan olie- en gaswinning te spreiden. Bedrijven blijken regelmatig veranderingen aan te brengen in hun portfolio aan projecten. Dit volgt onder andere uit de frequente uitwisseling (via verkoop) van vergunningen tussen bedrijven, maar ook uit het beëindigen, verlengen en het opnieuw aanvragen van vergunningen.

Foto: Shutterstock

Mocht Shell een gebod krijgen dat haar dwingt om haar activiteiten in de olie- en gaswinning te verminderen, dan ligt het daarom voor de hand dat Shell haar bestaande vergunningen (of participaties daarin) aan andere ondernemingen overdraagt of dat Shell deze aan de betrokken overheid teruggeeft.

Afspraken

Overheden van landen met olie- en gasreserves hebben over het algemeen als doelstelling om zoveel mogelijk financiële opbrengsten daaruit te halen. Met de bedrijven die bij de winning worden ingeschakeld, worden dan ook doorgaans afspraken gemaakt over zowel het volume, het tempo van de winning als de verdeling van de financiële opbrengsten.

Lees ook: Wat is er toch gebeurd met de dreiging van een oliecrisis?

Voor diverse landen waar Shell actief is, vormen de opbrengsten uit olie- en gaswinning een belangrijke bron van inkomsten voor de overheid. Op grond hiervan mag verwacht worden dat mocht Shell haar productie moeten verminderen en haar vergunningen niet aan andere partijen kunnen overdragen, de overheden de vergunningen of bestaande productieafspraken zullen annuleren, teneinde andere bedrijven de gelegenheid te bieden, bijvoorbeeld via een veiling, de activiteiten over te nemen.

Geringe terugval

Mocht Shell haar vergunningen niet aan andere bedrijven verkopen en mochten overheden vervolgens geen andere bedrijven vragen om de activiteiten van Shell over te nemen, dan zou dat voor de olie- en gasmarkten betekenen dat de reserves waar Shell nu over beschikt aan de mondiale markten zouden worden onttrokken. Deze terugval in productie door Shell zou momenteel maximaal 2 procent van het wereldwijde verbruik belopen.

Directeur Milieudefensie, Donald Pols, blikt terug op de eerste zittingsdag van de klimaatzaak tegen Shell. Milieudefensie wil dat Shell stop met het veroorzaken van gevaarlijke klimaatverandering. Foto: ANP

Crises die zich in het verleden in olie- en gasmarkten hebben voorgedaan, zoals na de revolutie in Iran in 1978 en na inval van Irak in Koeweit in 1990, waarbij gedurende een reeks van jaren 4 tot 6 procent van het wereldwijde verbruik aan de markt werd onttrokken, hebben niet geleid tot een vermindering van de mondiale productie, omdat andere producenten in staat bleken te zijn om snel hun productie op te voeren.

Geen effect

Gezien deze eerdere ervaringen in de olie- en gasmarkten met plotselinge omvangrijke vermindering van productie door/in enkele landen, kan verwacht worden dat een daling in de productie van enkele procenten geen effect zal hebben op het wereldwijde verbruik. Dit komt omdat de mondiale olie- en gasmarkten zodanig werken dat andere producenten (economisch) geprikkeld zullen zijn om die terugval in productie te compenseren.

Lees ook: Waarom nietsdoen aan het klimaatprobleem geen optie meer is

Dit effect zal zich te meer voordoen wanneer een beoogde vermindering in productie door Shell zich over de periode tot 2030 zou uitstrekken, waardoor andere marktpartijen alle tijd hebben daarop te anticiperen en hun productiecapaciteit uit te breiden of de productie van bestaande velden op te voeren. Deze mogelijkheden om de productie uit te breiden, bestaan omdat er mondiaal nog aanzienlijke olie- en gasreserves zijn, waarbij het aandeel van Shell in de huidige mondiale reserves van olie (0,25 procent) en gas (0,5 procent) gering is.

Machiel Mulder, Daan Hulshof, Peter Perey en Lennard Rekker zijn verbonden aan het Centre for Energy Economics Research (CEER) van de Rijksuniversiteit Groningen

Nieuws

Meest gelezen

menu