Opinie: Samenwerken met de natuur

In het pleidooi voor een beter evenwicht tussen economie en ecologie ontbreekt vaak de uitleg waar dat evenwicht dan moet liggen. Sturen op subsidie, export en kwantiteit is dan een heilloze weg.

Samenwerken met de natuur zou voorop moeten staan bij agrarisch ondernemers, vindt Bonnema.

Samenwerken met de natuur zou voorop moeten staan bij agrarisch ondernemers, vindt Bonnema. Foto: Minne Bonnema

Het gestelde in het opiniestuk ‘Nederlandse boer krijgt veel kritiek, maar verdient beter’ van CDA-Statenlid Maaike Prins (Friesch Dagblad, 17 november j.l.) is een beetje de wereld op zijn kop. Juist aan de grote schaalvergroting en de ruilverkaveling hebben de politieke ‘middenpartijen’ met het CDA voorop een grote stimulans gegeven.

Ruilverkaveling, de eerste was er al in 1916 op Ameland, heeft vooral na de Tweede Wereldoorlog heel veel schade aan natuur en het cultuurlandschap toegebracht.

Dat de hele ruilverkaveling zo uit de hand heeft kunnen lopen, heeft ook te maken met de oprichting van de Cultuurtechnische Dienst, later veranderd in de Landinrichtingsdienst. Deze dienst, met honderden en later zelfs meer dan duizend experts, gaf sturing aan de ruilverkaveling met heel precieze berekeningen gericht op investeringseffecten. De boeren werden daarbij steeds meer gestuurd door aantrekkelijke subsidieregelingen. De overige kosten voor de aanleg van wegen, riolering, ‘grondverbetering’, ontwatering en de bouw van nieuwe boerderijen werd voor het grootste deel door de staat (meer dan 65 procent) betaald. Niet verwonderlijk dat veel boeren op het CDA en de VVD stemden. Er was ook protest (zoals in Gaasterland op 7 november 1964, en in Tubbergen, 1971).

Uitgangspunt zou interne motivatie, kwaliteit van product en wijze van productie moeten zijn

Maar in de jaren 60/70 waren er ook al pioniers die niet in de efficiency en ‘wij voeden de wereld’-molen mee wilden draaien. Die vanuit interne motivatie en inzicht biologisch en biodynamisch gingen boeren. Door de geïndustrialiseerde boer worden/werden deze vaak een beetje beschimpt als ‘rommelboertjes’.

De bodemprincipes - de bodem is geen chemiefabriek, maar een levend organisme - van deze pioniers worden nu eindelijk breder erkend. Een levende bodem is de basis voor herstel van biodiversiteit en een levend landschap. Helaas vindt deze al oude bodemkennis in de huidige boerenpraktijk nog te weinig navolging.

Maaike Prins stelt: ‘Een goed evenwicht tussen economie (een rendabel bedrijf) en ecologie (zorg voor de omgeving) is voor ons allemaal van belang, maar dat kan niet voor niets.’ Zoiets is natuurlijk nietszeggend als je niet zegt waar dat evenwicht zou moeten liggen. Vanuit de historie en tot de dag van vandaag helt dit evenwicht bij het CDA en ook bij de (radicaal-)rechtse partijen over naar ongeremde economische groei. In zowel nationaal als ook in Europees verband. Dat heeft al tot het frustreren van de Green Deal geleid.

Interne motivatie

Het werkt altijd bevreemdend dat je als ondernemer subsidie-, kwantiteits- en exportgestuurd werkt om je ‘verdienmodel’ rond te krijgen. Uitgangspunt zou interne motivatie, kwaliteit van product en wijze van productie moeten zijn. Dat betekent dus omschakelen naar land- en tuinbouw zonder kunstmest en pesticiden, minder zware landbouwvoertuigen, veel minder landbouwhuisdieren, herstellen en aanleg van landschapselementen, verhogen van grondwater, oprichten van kleine coöperaties, en opzetten van rechtstreekse afzetmarkten in buurt en dorp. En vooral naar plezier in je werk.

Ooit heb ik een omslag gemaakt van een goed betaalde baan naar kleinschalig ecologisch ondernemen. Interne motivatie en durf was daarin leidend. Zonder overheidssubsidie moet ik als ecologisch werkend imker opboksen tegen oprukkende gesubsidieerde industriële aardappelteelt, bollenteelt en landschapsverarming. Tegen verarming van bodem en gebruik van pesticiden. In de praktijk komt dat neer op het weghalen van bijenvolken. Dat is de wereld op zijn kop.

Toch blijf ik voor weinig geld en dus iets soberder, maar toch met een rijker leven, doen waaraan ik het meeste plezier beleef: vanuit interne motivatie lekker buiten samenwerken met de natuur. Dat is ook een verdienmodel. Ik kan niets mooiers bedenken.

Sjoerd Bonnema is kleinschalig ecologisch ondernemer in Fochteloo