Opinie: Waarom het afvalbeleid op de helling moet

Het verbieden van al het laagwaardige plastic als folies is contraproductief en ook niet realistisch. Een ander beleid waarbij plastic bij het restafval belandt, en later gescheiden wordt, levert ons veel meer op.

Het door de burger laten scheiden van plastic schiet zijn doel voorbij, vindt Gradus.

Het door de burger laten scheiden van plastic schiet zijn doel voorbij, vindt Gradus. Foto: ANP

Ik ben het met Vincent Kneefel van het Wereld Natuur Fonds (WNF) eens dat het onzinnig is dat vrachtwagens en schepen met Nederlands plastic afval de hele wereld rondsjouwen en terecht komen in landen waar het afvalmanagementsysteem niet op orde is. Daardoor lekt een gedeelte van het in Nederland gescheiden plastic weg en vernietigt uiteindelijk als plastic soep onze zeeën en oceanen (Friesch Dagblad, 2 augustus).

Van het in China gedumpte plastic is een achtste afkomstig uit het Westen. Niet eens ben ik het met de ronduit onjuiste redenering van Kneefel dat het verbranden van (laagwaardig) plastic afval in een Nederlandse verbrandingsovens 2,5 keer meer CO2, 28 keer meer dioxine en veel meer kwik en lood zou opleveren dan het verbranden van steenkool.

CO2

Algemeen bekend is dat olie een veel hogere energie-inhoud heeft dan steenkool, dus minder CO2 oplevert bij verbranding met dezelfde energie-hoeveelheid. En uiteraard dienen de rookgassen zoals nu in Nederland afgevangen te worden, waardoor er geen kwik, lood en dioxine in de omgeving komt.

Dit in tegenstelling tot het huidige beleid waardoor een gedeelte van ons plastic afval in ontwikkelingslanden in de open lucht wordt verbrand en dus wel een weglek van dioxine, lood en kwik kent.

Helaas gaat Kneefel voorbij aan de kern van mijn betoog, dat het beleid om steeds minder restafval te hebben een van de achterliggende oorzaken is waarom dit plastic wordt rondgesjouwd. Dit geldt voor Europa maar zeker voor Nederland, waar burgers volgend jaar nog maar 100 kilogram restafval en 25 kilogram in 2025 mogen hebben en door de overheid gedwongen worden om afval te scheiden.

Het exporteren van plastic afval naar ontwikkelingslanden met lage milieueisen is geen houdbare zaak. Europa en Nederland in het bijzonder zetten in op recycling van plastic afval en vermijden van verbranden van plastic. https://t.co/IndwSuJe7B

— Friesch Dagblad (@frieschdagblad) July 30, 2019

Door deze targets en een extra belasting op het verbranden en het beprijzen van restafval neemt de kwaliteit van gescheiden plastic steeds verder af. Dit terwijl de CO2-winst van plastic scheiden zeer bescheiden is.

Dit vind ik niet alleen, maar ook het Centraal Planbureau, dat berekend heeft dat de winst van recycling door huishoudens 0,1 tot 0,15 procent van de totale CO2-uitstoot is. Luchtvaart en vlees eten zijn veel meer vervuilend. Om een en ander in perspectief te plaatsen: een gemiddeld Nederlands gezin zou zestig jaar lang plastic moeten scheiden om de CO2-uitstoot van een enkele reis van hier naar Los Angeles goed te maken.

Dure CO2-reductie

Op basis van de afspraken voor Nederland is berekend dat de kosten-effectiviteit van kunststofrecycling – in termen van kosten per ton CO2-reductie – extreem laag is. Een besparing van een ton CO2 middels kunststofrecycling kost 180 euro. Fors hoger dan andere alternatieven om CO2 te besparen zoals windenergie (30 euro). Met andere woorden: als we hetzelfde geld aan windenergie zouden besteden, dan kunnen we zes keer meer CO2 besparen. Ondanks dit gegeven worden Nederlandse burgers ernstig vermanend toegesproken als zij de laatste snipper plastic in het restafval laten zitten.

Tijdens de eerste etappe van de Beach Cleanup van @denoordzee op Schiermonnikoog werd weer pijnlijk duidelijk hoeveel afval op onze stranden ligt. ,,Er liggen hier miljoenen, misschien wel een miljard plastic bolletjes in het zand.” https://t.co/ukANLcOX4T

— Friesch Dagblad (@frieschdagblad) August 2, 2019

De keerzijde van dit beleid wordt echter steeds duidelijker. Zo bleek onlangs dat in gemeenten waar restafval wordt beprijsd of moet worden weggebracht, gescheiden textiel vaak vervuild is en dus niet meer gerecycled kan worden. Voor het milieu is overigens het recyclen van textiel, waarvan de productie veel water en energie kost, veel beter dan recyclen van (laagwaardig) plastic afval.

Restafval

Kneefel wil het laagwaardig plastic gaan verbieden. Hij vindt mij aan zijn zijde bij het verbieden van bijvoorbeeld plastic rietjes, omdat er goede papieren alternatieven voorhanden zijn. Echter het verbieden van al het laagwaardige plastic als folies is contraproductief en ook niet realistisch.

Voor bepaald voedsel speelt folie een nuttige rol om voedselbederf tegen te gaan. Het verbieden daarvan zou dan ook eerder tot meer dan tot minder CO2-uitstoot leiden. Uiteraard moet tegengegaan worden dat deze folies in schepen naar Azië of in vrachtwagens naar Italië worden gebracht, daar zijn we het snel over eens. Maar dat begint met een ander afvalbeleid in Nederland. Een beleid dat plastic afval gewoon bij het restafval laat en aan de voordeur ophaalt. De laagwaardige en vervuilde soorten plastic hoeven dan niet de hele wereld rondgesjouwd te worden.

Belangrijk is ook dat de doelstelling in kilo restafval overboord gaat. Dit leidt alleen maar tot perverse milieueffecten. Bovendien is het geen doodzonde als restafval in een kliko verdwijnt, machines er nog goede grondstoffen uithalen en het restant vervolgens efficiënt verbrand wordt, waarmee huizen en gebouwen verwarmd worden en aardgas bespaard wordt. Dat zou toch ook het WNF onder ogen moeten zien.

Raymond Gradus is hoogleraar Bestuur en Economie aan de Vrije Universiteit Amsterdam

Nieuws

menu