Opinie: We moeten niet praten, maar bouwen aan de Protestantse kerk

Het beleidskader De toekomst open tegemoet en de nota Lichter verkend die de synode van de Protestantse Kerk onlangs heeft aangenomen, stemmen ds. Herman de Vries niet optimistisch. „Over dertig jaar is de Protestantse Kerk verdwenen.”

De Godslamp (nèr tamid) in de Grote Synagoge van Boedapest.

De Godslamp (nèr tamid) in de Grote Synagoge van Boedapest. Foto: Wikimedia Commons

De synode van de Protestantse Kerk in Nederland heeft groen licht gegeven voor het strategisch beleidskader De toekomst open tegemoet en Lichter verkend, met het oog op een lichtere structuur van onze landelijke organisatie en in de PKN-gemeenten zelf, las ik in het Friesch Dagblad van 2 februari. Blijdschap en dankbaarheid zou daar bij moeten passen, maar paniek of verdriet sloeg bij mij toe. Nu, een week later, is mijn gevoel nog niet anders. Schrijven, bidden en praten werkt therapeutisch, dus pak ik graag ook de pen. Met biddende handen.

Ik struikelde vooral over het woord ‘luisterrondes’ en iets later in het artikel over ‘de dienstenorganisatie gaat in 2021 eerst het land in om te luisteren naar gemeenten’; en ik dacht: ’O nee, toch niet weer!? Weer een verloren jaar.’ Een vreselijk negatieve gedachte, die niet past in de kerk van Jezus Christus. Ik spreek mijzelf er ook op aan. Niemand zit te wachten op negatievelingen, klagers, pessimisten of doemdenkers. Meedenkers, opbouwwerkers, bidders en verbinders worden gezocht.

Het wordt minder

Toch vind ik in mijn huidige negatieve of sombere denken troost in de radicaliteit van Jezus zelf en geloof ik dat ook overal een tijd voor is en ook mag zijn.

Inmiddels loop ik al meer dan dertig jaar als predikant mee en heb al talloze ‘luisterrondes’ mee mogen maken, maar heb ook in al die dertig jaren moeten horen: ‘Dominee, het wordt minder.’ Minder mensen in de kerk, minder enthousiasme om een ambt te dragen, meer kerkgebouwen in de verkoop, minder fte’s werkzaam in de gemeenten; ach, u kent het rijtje wel. Ondanks alle visierapporten, alle reorganisaties en alle luisterrondes.

Genoemd artikel vertelt ook dat vooral de jonge generaties geen aansluiting meer vinden in veel van onze PKN-gemeenten. Het is ook een statistisch gegeven: ‘Het zijn vooral de doopleden die uittreden uit onze kerken, de meesten zijn tussen de vijftien en 34 jaar jong.’

Zestigplussers

In veel gemeenten zijn jongeren speerpunt van het beleid. Zo wordt dat in beleidsplannen vastgelegd en de intentie is er natuurlijk ook. Maar wat komt er in de praktijk van terecht? We zien ook dat het vooral de zestigplussers zijn die op het (bestuurlijke) pluche zitten en de dienst uitmaken, zowel plaatselijk als regionaal en landelijk. Zelf behoor ik ook langzamerhand tot die groep, dus mag ik het ook zeggen en schrijven. Hoe mooi de zestigplussers het ook kunnen zeggen, we zien gewoon dat deze groep ook hun eigen kerkvisie willen beschermen.

Gelukkig zijn er ook jonge kerkrentmeesters, diakenen en ouderlingen, maar iedereen ziet dat het vooral de zestigplussers zijn die de dienst uitmaken. Soms heb ik liever dat we eerlijk zijn en ook maar toegeven: we zijn een ‘ouderenkerk’ geworden. We bouwen niet om, maar we bouwen af - en andere kerken zullen over twintig of dertig jaar het van de verdwenen Protestantse Kerk overnemen. Tenzij de hemel ingrijpt natuurlijk en een langverwachte opwekking ons overkomt. De mens bewerkt het in de PKN nauwelijks.

In een ander artikel in deze krant las ik hoe beleidsmakers bezorgd zijn over de toekomst van het kerkorgel. Opnieuw viel ik bijna van mijn stoel. Hebben deze beleidsmakers na jaren nog niet door dat inderdaad enkele jongeren het kerkorgel waarderen, maar dat dé jongeren luisteren naar andere muziekinstrumenten - als zij nog luisteren naar geestelijke liederen?

Als ik een doopgesprek of een huwelijksvoorbereidingsgesprek heb, dan is het al jaren zo dat als ik de desbetreffende jongeren vraag om liederen aan te dragen voor hun dienst, zij óf met een lijstje liederen komen die door hun moeder of zelfs beppe is samengesteld (en dan inderdaad de bekende liederen van de zestigplusser bevat), of dat zij - als ze zelf gezocht hebben- met Opwekking, Hillsong en dergelijke liederen komen, met natuurlijk ook de bijbehorende muziekinstrumenten. Kijk ook eens om je heen, naar wat in andere kerken gebeurt. Waar nog wel veel jongeren komen, daar klinkt toch echt nauwelijks orgelmuziek.

Omvorming

Het voorbeeld van de muziek staat voor iets veel groters. Het gaat om alles wat in de kerk vorm en omvorming moet krijgen, van financiën tot inrichting van kerkgebouw tot interactie in de kerkdienst aan toe. In sommige kerken krijgen jongeren de ruimte om zelf een bankrekening te openen namens de gemeente, waarmee zij dan hun visie en verlangen vorm kunnen geven en dus volledige verantwoordelijkheid ontvangen van de oudere generatie.

In de meeste PKN-gemeenten mogen jongeren wel meepraten, maar het beleid bepalen zij niet. Willen de ouderen de kerk eigenlijk nog doorgeven aan nieuwe generaties? Of bewaren wij de kerk eigenlijk voor onszelf? Wees daar alsjeblieft eerlijk in. Ik vind de gedachte steeds zwaarder worden dat ik na mijn sterven verantwoording af zal moeten leggen in de hemel voor een kerk die ik voor mijzelf bewaard heb en niet heb willen doorgeven. Ik gebruik expres het woord ‘willen’. Want het kan namelijk wel. We moeten daadkrachtig bouwen aan een kerk waarin jongeren zich thuis voelen.

Nachtelijk avontuur

Het is middernacht in onze kerken. Veel gemeenten denken na over opheffing, sluiting, fusie met een naburige gemeente. Ik zie de klok niet meer op twee voor twaalf staan, maar op vijf over twaalf. Groen licht voor een nieuw strategisch beleidskader hebben we niet nodig. Het gaat om het licht en het vuur van de Geest. In een donkere kapel brandt de Godslamp nog midden in de nacht. Vuur ging het volk voor in de nacht in de woestijn. In de nacht zijn nog steeds mogelijkheden. Paulus en Silas zingen geboeid nog steeds hun lofliederen. En in de nacht gebeurde het grootste wonder in de graftuin.

De kloof tussen oud en nieuw is in de afgelopen dertig jaren te groot geworden voor een voorzichtige reorganisatie. Breek af en bouw op. Geef de kerk terug aan de jeugd. Geef de kerk door aan volgende generaties. Het is immers nog nacht. Er is nog een lange weg te gaan. De beenderen van Jozef werden meegenomen door nieuwe generaties. Wie mag de kerk erven en zal die toekomst onze generatie nog kunnen eren? Ik geloof wel dat de klok nog teruggezet kan worden. De tijd van geduld hebben is echter voorbij. Ik bid dat het luisteren van 2021 tot jeugdige vreugde mag leiden in 2022.

Herman F. de Vries is predikant voor de Protestantse Gemeente Dokkum-Aalsum-Wetsens

Nieuws

menu