Er komt echt wel een nieuw kabinet. En daarna komen misschien ook snel weer verkiezingen | Haagse week

Nieuwe verkiezingen zijn uitgesloten, dat kabinet komt er wel. Of dat een lang leven beschoren is, is de vraag. Daarvoor zijn de verhoudingen in Den Haag te zwaar beschadigd.

Rutte, Hoekstra en Kaag tijdens het debat met informateur Hamer.

Rutte, Hoekstra en Kaag tijdens het debat met informateur Hamer. Foto: ANP

De amicale Mark Rutte, die zelfs een vrieskist aan een pinguïn kan verkopen, wist iedereen de afgelopen tien jaar in te kapselen: van Jolande Sap tot Hugo de Jonge, en van Alexander Pechtold tot Diederik Samsom. Alleen in zijn derde kabinet waren er twee ministers, niet toevallig twee politieke buitenstaanders, waar hij geen vat op kreeg: de diplomaat Sigrid Kaag (D66) en de consultant Wopke Hoekstra (CDA).

Juist deze twee zijn de leiders van partijen waarmee Rutte nog een coalitie kan maken. Hoekstra staat bekend als een lastige en koppige onderhandelaar en Sigrid Kaag keurt de manier waarop Rutte politiek bedrijft af. Dat bleek in de campagne toen ze zich met de slogan ‘nieuw leiderschap’ afzette tegen Rutte, en dat bevestigde ze deze week in de H.J. Schoo-lezing.

Voltooid Leven-wet

Rutte wil graag met het CDA regeren omdat die partij het dichtst tegen de standpunten van de VVD aan staat. Maar ook omdat een CDA in de oppositie een electorale concurrent kan zijn. Je kan je vijanden maar het best dicht tegen de borst drukken. Het CDA, en dat zal zaterdag op het congres blijken, zal zich langzaam uit de formatie terugtrekken. De partij heeft zo’n klap gehad, dat het zijn identiteitscrisis in de stilte van de oppositie wil verwerken. Dat het bestuur zich schaarde achter een ledenresolutie waarin steun aan de D66-initiatiefwet ‘Voltooid Leven’ wordt uitgesloten is een veeg teken. Het is precies de reden waarom D66 de ChristenUnie de deur wees. Waarmee alleen de optie van een minderheidskabinet van VVD en D66 overblijft.

Hoe lang een formatie ook duurt: er komt altijd een kabinet. Zelfs als er nieuwe verkiezingen de enige uitweg blijken. Want het is staatsrechtelijk gezien de vraag of een (demissionair) kabinet tot twee keer toe de Tweede Kamer kan ontbinden. Waarschijnlijker is dat er dan een interim-kabinet gevormd moet worden dat als taak heeft spoedige verkiezingen uit te schrijven.

Blamage

Dit scenario is natuurlijk een blamage voor zowel Rutte als Kaag. Dus uiteindelijk zullen hun partijen wel een minderheidskabinet vormen. Zoiets kan verfrissend zijn, omdat er dan geen dichtgetimmerde meerderheid is. Wat weer leidt tot meer dualisme met de Kamer. Dan moet er wel een gezonde werkrelatie zijn met een aantal oppositiepartijen. Dat lijkt een illusie, zoveel wonden heeft de formatie geslagen.

PvdA en GroenLinks zijn woedend en willen hun steun niet bij voorbaat vastleggen. Datzelfde zal het ChristenUnie zeggen. Op steun van flankpartijen als PVV, FVD, SP of Partij voor Dieren hoeven VVD en D66 sowieso niet te rekenen. Die dienen bij het allereerste debat een motie van wantrouwen in.

Eetlust komt al etende

Nog erger is dat er onderling bij VVD en D66 weinig liefde lijkt. De werkrelatie tussen Rutte en Kaag lijkt koel, op z’n zachtst gezegd. De situatie lijkt nog het meest op 1981 toen rivalen Dries van Agt (CDA) en Joop den Uyl (PvdA) noodgedwongen weer samen moesten regeren. Van Agt had daar zichtbaar geen zin in, maar zei dat ,,de eetlust al etende zou komen.” Het kabinet-Van Agt II viel na acht maanden.

Dus de roepers om nieuwe verkiezingen zullen hun zin niet krijgen, maar ze hoeven niet lang te wachten. Als er inderdaad een VVD-D66-minderheidskabinet komt, zal dat geen lang leven beschoren zijn.