Dit artikel is vandaag gratis

Staat de Friese paradox onder druk na het rapport van de Kinderombudsman? | Column Ingrid van de Vegte

Ingrid van de Vegte. Beeld: FD

Kwantitatief is het onderzoek naar het geluk van de Kinderombudsman gebrekkig, maar het is wel te waarderen dat kinderen wordt gevraagd hoe het met ze gaat. Dat levert kwalitatieve inzichten op over ervaringen, zorgen, noden en wensen van kinderen. Dat is relevant en geeft input voor ons allen.

Het rapport van de Kinderombudsman deed uitspraken over Friese kinderen, dat die het minst gelukkig zijn in Nederland. Dit riep veel op in Fryslân, in de (sociale) media. En ook wij als FSP kregen veel vragen, hoe zat dat nu, wij zijn hier toch het gelukkigst? Klopt die Friese paradox niet? Of is ‘Lok op 1’, de mooie titel van het bestuursakkoord van de provincie, mislukt, zo luidde een andere vraag.

Logische vragen omdat we sinds een jaar of vier de Friese paradox kennen waar Fryslân zo goed scoort op geluk en tevredenheid (toegegeven: echt kleine verschillen hoor met andere provincies, maar toch interessant omdat Fryslân op de economische kenmerken een beetje onderaan bungelt). En we gaan er ook graag op in, het houdt ons ook bezig.

Vergrijsd, dus gelukkiger

Sowieso wisten we al dat ouderen altijd hoger scoren op geluk en tevredenheid dan jongeren. Wij zijn een meer vergrijsde provincie, de mooie gelukscijfers hebben we deels daaraan te danken. Ook wisten we al dat de jongeren in Fryslân, net als elders in het land, die cijfers weer naar beneden duwen wegens meer psychosociale problematiek, ze ervaren veel stress, depressie en angststoornissen. Dat lijkt bovendien erger te worden, hetgeen we aangaven in ‘Leven in Fryslân’ waarin we toenemende problematiek voor jongeren als een belangrijke uitdaging voor Fryslân beschrijven.

Dus belangrijk genoeg om aandacht aan te besteden, het geluk van de jongeren. Helaas zijn de presentatie en de manier waarop de verschillen in deze tussen provincies worden geconstateerd en geduid, niet goed. Zonder al te specialistisch uit te wijden: de gekozen onderzoeksmethode rechtvaardigt de conclusies van het rapport van de Kinderombudsman niet. Op basis van het onderzoek zijn prima uitspraken te doen over kinderen in het algemeen, maar de zwaar aangezette verschillen tussen provincies zijn echt ongepast.

1,5 promille van Friese jongeren deed mee aan onderzoek

We hebben in Fryslân zo’n 80.000 kinderen tussen de acht en achttien jaar, de 109 bij het onderzoek betrokkenen vormen nog geen 1,5 promille. Dat is erg weinig. Bovendien zijn die kinderen erbij betrokken via een open aanmeldsysteem, waardoor er geen inzicht is in de verdeling en spreiding van diverse kenmerken. Je kunt zo nooit weten of het representatief is. De kinderen in Fryslân die de vragenlijst invulden, hadden meer dan in andere provincies te maken met echtscheiding, geldproblemen of met ouders met psychische problemen. Maar deze problematiek komt op zich niet vaker voor in Fryslân. Een ‘oververtegenwoordiging’ in het onderzoek onder kinderen dus, die waarschijnlijk de lagere cijfers verklaart.

Kwantitatief moge het onderzoek van de Kinderombudsman dus gebrekkig zijn, het is natuurlijk wel te waarderen dat kinderen wordt gevraagd hoe het met ze gaat. Dat levert kwalitatieve inzichten op over ervaringen, zorgen, noden en wensen van kinderen. Dat is relevant en geeft input voor ons allen. Systematisch goed onderzoek onder kinderen is belangrijk, de GGD doet dit al jaren en we moeten samen dit inzicht verbeteren en goed analyseren. Niet verkeerde vergelijkingen maken en in het wilde weg verklaringen aandragen.

Ga voor samenwerking

Het is best ingewikkeld om deugdelijk te verklaren wat er speelt, wat de oorzaken en verbanden zijn. Alle voorhanden kennis kunnen we daarbij gebruiken, ook die van de Kinderombudsman, die goed werk doet en terecht aandacht vraagt voor problemen van kinderen en jongeren. Wij pleiten al jaren bij landelijke onderzoeksbureaus voor samenwerking met regionale deskundigen en onderzoekers, om betere regionale inzichten te verkrijgen. Juist de context, de kennis over de problematiek en de mensen, doet er toe om de goede verklaringen te vinden waarmee je verder kunt – waarmee de regio verder kan. Helaas wist net als andere landelijke instituten ook de Kinderombudsman nu dit onderzoek niet goed in de regio te plaatsen. Dat blijft kennelijk, en nogmaals helaas, lastig.

Genoeg aanleiding om ons te blijven inzetten voor een beter beeld en heldere duidingen. En, laten we de kern niet uit het oog verliezen, voor een gezonde en weerbare jeugd. Daar kan iedereen zijn rol in spelen.

Ingrid van de Vegte is directeur-bestuurder van het Fries Sociaal Planbureau

Nieuws

menu