Hoe verloopt jouw innerlijke dialoog? Welke stemmen bepalen jouw keuzes en geven richting aan jouw gedrag? | Column Gabriël Anthonio

Er zijn van die mensen en ontmoetingen die je lang bij blijven. Op de een of andere manier zijn het mensen die een blijvende indruk achterlaten; hun manier van denken of doen blijft hangen, werkt door in de tijd.

Welke stem aan tafel krijgt voorrang?

Welke stem aan tafel krijgt voorrang? Foto: Shutterstock

Geregeld kwam een katholieke priester bij mij op bezoek, Frans Horsthuis. Hij is een aantal jaren geleden overleden, maar ik denk nog geregeld aan hem en lees zijn boeken. Frans was een bijzondere man die geheel vanuit zijn geloof en van giften leefde. Hij trok door heel Europa. Hij begeleidde voorgangers en priesters en leidde diensten in allerlei kerken, gemeenten en kloosters. Ook leidde hij retraites (wat langere periodes van stilte en bezinning in een klooster, waar ik hem van kende). Ik kan wel zeggen dat hij mijn mentor was. Gewoon een fijn iemand om mee te praten, met wie ik keuzes kon overdenken en geloofsvragen kon bespreken.

Onze laatste ontmoeting, alweer een paar jaar geleden, staat me nog voor de geest als de dag van gisteren. We bespraken verschillende zaken, waaronder mijn drukke agenda. Ik vroeg mij af waarom ik altijd zo druk ben. Samen gingen we op reis naar de plaats waar ik besluiten nam om een taak of rol op me te nemen.

Vechten om voorrang

Die plaats is de tafel, de tafel van de innerlijke dialoog. Als je geregeld in de stilte komt, leer je je eigen tafel en al die stemmen die daar spreken - en soms dringen om voorrang - steeds beter kennen. Daar zitten de bezorgde grootmoeder, de grappen makende clown, de strenge sportleraar, de aanklager en de perfectionist aan tafel. Doordat die stemmen geregeld voorrang opeisen, belemmeren ze dat je gaat luisteren naar je eigen stem. Ik ging op zoek naar de stem die mij voortdurend werk bezorgt.

In mijn jeugd was mijn moeder vaak ziek en mijn vader vaak van huis vanwege werk. Door opeenvolgende operaties kon mijn moeder niet goed tillen en lang staan. Ik was redelijk sterk en stevig gebouwd als kind. Mijn moeder vroeg mij dus geregeld om hulp om bijvoorbeeld een stoel te verplaatsen, een zware pan op tafel te zetten, de fluitketel met water te vullen, vuilnis aan de straat te zetten, etc.

,,Gabriël, wil jij voor mama even die pan op tafel zetten, ik kan zo moeilijk tillen. Jij bent zo sterk en jij kunt dat zo goed.” Nou, dan ging ik meteen aan de slag. Daarna gaf ze me altijd een complimentje. ,,Goed zo, wat ben je flink en sterk, wat fijn dat je mama zo goed helpt.” Dan gloeide ik van trots en voldoening van binnen. Complimentjes zijn een soort brandstof, ze geven energie. Dit werd een patroon in mijn jeugd.

Hardnekkig patroon

In het gesprek met Frans kwam ik erachter dat dit patroon van bijspringen als een ander ziek of minder sterk is, nog steeds aanwezig is. Tijdens mijn studietijd, in mijn werk en in mijn sociale leven sprong ik altijd bij, en met plezier. Ik ben een doener en een aanpakker, zeker als ik anderen ermee van dienst kan zijn.

Maar je komt op een punt dat het te veel wordt. Ik had net weer ja gezegd in een vergadering tegen een groot project, omdat een collega ziek thuis zat. Ik zei ja op de vraag van de projectleider, omdat er iemand ziek was, ik verstand had van het onderwerp en... sterk was. Toen ik uit de vergadering liep, dacht ik meteen al, waarom heb ik nu weer ja gezegd? Ik kan het er helemaal niet bij hebben. Mijn agenda staat al helemaal vol.

In het gesprek met Frans kwam ik erachter dat ik afscheid moest nemen van de vragende moeder, de zieke of zwakke die aan tafel steeds het hoogste woord voert. De overheersende stem waardoor ik te snel, te gemakkelijk overal op in ga. Het was tijd voor een nieuwe tafelschikking.

De andere stemmen, die van mijn vrouw en kinderen en die van mijn eigen gezondheid, moest ik meer de ruimte geven. En niet steeds daar achteraan te lopen waar de nood hoog lijkt te zijn. Ik moest bij het vaker nee zeggen ook afrekenen met een schuldgevoel; ,,Als jij het weet of kan, en de ander is in nood, dan kun je toch wel even bijspringen?” Dat is de aanklager, de irritante stem aan tafel die mij er graag op wijst dat ik wel erg egoïstisch en op mezelf gericht ben, terwijl ik alleen maar mijn grens probeer te bewaken.

Strijd en moeite

Het beloofde land heeft ook een grens! Als je over die grens gaat, wordt het oorlog. Er ontstaat strijd en moeite; citeerde Frans vanuit de Bijbel. En zo is het.

We mogen het land van onze bestemming blijven verkennen, er gaan wonen en werken, maar we moeten niet over de grens gaan. Over de grens om het steeds van anderen over te nemen. Dat je iets kan, weet of heel sterk bent, wil niet zeggen dat je het ook moet doen. Ja en geregeld ook nee kunnen zeggen is een kunst. Het is de kunst van het luisteren naar de innerlijke stem, de stem die zich niet laat opjagen of door schuldgevoel laat sturen.

Van Frans leerde ik het principe van de tafelschikking. Hoe verloopt jouw innerlijke dialoog, jouw gesprek? Welke stemmen bepalen jouw keuzes, geven richting aan jouw gedrag? Misschien is het tijd om afscheid te nemen van bepaalde stemmen en andere stemmen meer toe te laten. Stemmen die je helpen, je ondersteunen op jouw levensreis. Misschien is het dus tijd voor een tafelschikking om oude patronen af te leggen, zodat er ruimte komt voor meer balans of nieuwe dingen die op je pad komen.

Gabriël Anthonio is hoogleraar aan de RUG en organisatieadviseur bij de Galan Groep