Dit artikel is vandaag gratis

Stilte in de storm | Column Ingrid van de Vegte

Parijs na het passeren van de zware storm in 1999. Foto: AFP

Wat je niet kiest kan toch onvergetelijk worden. Steek een extra kaarsje aan en laat de wereld een tijdje aan je voorbij gaan. Die dringt zich vanzelf wel weer op.

Het stormde op 26 en nog eens op 27 december 1999 in Frankrijk, en niet zo’n beetje ook. De hoogste windsnelheid ooit gemeten in Parijs, met alle schade van dien. Op het platteland – bijna overal heuvels – tweeëneenhalf miljoen huishoudens zonder stroom, wekenlang. Het heette een eeuwstorm en hij ontregelde alles.

Wij reden langs vernielde bosranden en schuren zonder daken, door overstroomde gebieden waar de hoogspanningsmasten allemaal plat lagen, en arriveerden in ons huis zonder stroom. Ons dorp zonder stroom. Niet voor even, zoals na een onweersbui. Dit ging duren. We stonden voor een kerstweek die we niet meer gingen vergeten. Het begon te sneeuwen en te vriezen.

We staken kaarsen, waxinelichten en olielampen aan, gelukkig was er nog een extra gasfles voor het fornuis. Geen telefoon, dus geen internet in die dagen, dat was sowieso nog pril, rammelende router, onvoorstelbaar traag. Geen informatie over de buitenwereld! Of het moest van de bakker komen die het twee dagen later lukte omhoog te komen rijden.

Millenniumbug

En dat terwijl de hele wereld paraat was om een groot probleem te voorkomen: de millenniumbug. Dit was toen waarschijnlijk het woord van het jaar, zo’n buzzwoord dat de woordenboeken even haalt, maar nu alleen nog mensen van een bepaalde generatie aan iets herinnert. Alle vitale systemen zouden kunnen uitvallen bij de overgang van 1999 naar 2000, vanwege voorgeprogrammeerde beperkingen in de jaartallen en data. Overal crisisteams paraat, alle verloven waren ingetrokken, met man en macht teweer tegen de mogelijke instorting.

In zalige onwetendheid zaten we bij kaarslicht en de houtkachel brandde. Wel onhandig dat we in huis een wc hadden met een elektrisch maalsysteem, je kon niet doortrekken zonder stroom. Gelukkig hadden we een washok op onze camping waar wel alles gewoon weg kon lopen. Dus naar buiten, met zaklantaarn en een emmer op de kachel verwarmd water (o ja, elektrische boiler) de berg op, om naar de wc te gaan.

Eten was geen probleem, zo bleek. We werden gevoed uit de voor de winter ruim gevulde diepvriezers van onze buren. Dat eten moest op, nu het ontdooid raakte. We aten kalkoen en wild en vele gevulde pasteitjes, quiches en andere kleffe deegwaren en leefden mee met de buren om het verlies van wat er allemaal niet opging en weggegooid moest worden.

We wandelden over paden en sprongen over alle bomen heen die daar geknakt lagen, genoten van de stilte en de witte omgeving. En toen na een week het licht weer aan ging, werden we wakker in een nieuw millennium. We knipperden met onze ogen en begrepen dat de wereld gewoon doordraaide, geen bug te bekennen en alle apparaten weer op volle toeren aan het werk.

Op de terugweg stonden we uren in files tussen sneeuwwallen. Nog een beetje een romantisch plaatje eigenlijk, maar het gewone leven was al helemaal terug.

Ik denk daaraan in deze lockdown, een kerstvakantie om nooit te vergeten. Wat je niet kiest kan toch onvergetelijk worden. Steek een extra kaarsje aan en laat de wereld een tijdje aan je voorbij gaan. Die dringt zich vanzelf wel weer op.

Ingrid van de Vegte is directeur van het Fries Sociaal Planbureau

Nieuws

Meest gelezen