Het G7-akkoord is misschien vooral symbolisch, maar ook bemoedigend

De zelffelicitaties waren zaterdag niet van de lucht, nadat de landen van de G7 - de zeven rijkste industrielanden ter wereld - een akkoord bereikten over een wereldwijde minimumbelasting van 15 procent voor multinationals.

Beeld:

Beeld: FD

De ministers van Financiën van het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italië, Japan, Canada, Duitsland en de Verenigde Staten spraken over een ‘historisch’ en ‘ongekend’ akkoord dat een eind moet maken aan ‘de race naar beneden’ van steeds lagere belastingtarieven waarmee landen elkaar beconcurreren om bijvoorbeeld tech-ondernemingen als Facebook, Apple, Google en Amazon te lokken.

De overeenkomst beoogt te voorkomen dat grote ondernemingen met hun miljarden-winsten gaan schuiven om belastingheffingen te voorkomen, bijvoorbeeld via brievenbusfirma’s in belastingparadijzen. De bedrijven moeten meer belasting gaan betalen in de landen waar ze echt hun geld verdienen en niet langer in landen waar ze vaak alleen op papier actief zijn.

Maar voor het zover is, zijn er nog heel wat hobbels te nemen. De G20 - de rijkste twintig industrielanden - en de 38 landen van de OESO moeten het er ook nog over eens worden, terwijl ook de EU-lidstaten nog overeenstemming moeten bereiken. En het is een veeg teken dat de tech-reuzen tevreden en organisaties die ijveren voor meer wereldwijde solidariteit teleurgesteld reageerden op het G7-akkoord, omdat de 15-procentnorm aan de lage kant is en niet in de buurt komt van de 21 procent die de Amerikaanse president Joe Biden had voorgesteld.

De landen van de G7 hebben niet de macht om wereldwijd standaarden op te leggen voor een vennootschapsbelasting voor grote bedrijven. En de 15-procentnorm mag aan de magere kant zijn, toch is de overeenkomst een belangrijke stap voorwaarts naar een mondiaal akkoord.

Samenwerking

Misschien nog belangrijker is dat de Verenigde Staten en Europese landen weer samen optrekken. Dat is te danken aan president Biden die, na de isolationistische jaren onder zijn voorganger Trump, de trans-atlantische samenwerking weer nieuw leven wil inblazen. Dat kan ook vruchten afwerpen op andere gebieden, zoals de aanpak van het klimaatprobleem of het beteugelen van autocratische regimes.

Het G7-akkoord mag dan een hoog symbolisch karakter hebben, het is bemoedigend dat de belangrijkste industrielanden de wil uitspreken om belastingontwijking aan te pakken. De Verenigde Staten zijn niet langer onwillig en de drie Europese landen in de G7 niet langer verdeeld. Om het akkoord een doorbraak te noemen is te veel gezegd, maar het begin is er. En dat smaakt naar meer.