Dit artikel is vandaag gratis

Van woordenstrijd naar stammenstrijd in de politiek? | Opinie

Inwoners van Fryslân gingen in 2019 naar de stembus voor de verkiezingen van het Europees Parlement.

Als niet waarden en standpunten maar uiterlijke kenmerken het politieke debat en de keuze in het stemhokje gaan domineren, halen we stammenstrijd het parlement in. Realiseren de ontevreden deelnemers aan het Nationaal Kiezersonderzoek zich dat?

‘Nederlandse kiezers met een niet-westerse achtergrond voelen zich slecht vertegenwoordigd in het parlement.’ Prominent bracht de NOS vorige week deze conclusie uit het zogeheten Nationaal Kiezersonderzoek . ‘Bijna 73 procent vindt dat de belangen van deze groep te weinig worden behartigd. Ook zijn er te weinig Kamerleden met een migratieachtergrond, vindt ruim driekwart.’

Parlementariërs met die achtergrond zijn er dus wel. Evenals agrarisch ondernemers. En ouderen. Zou zo’n kiezersonderzoek onder boeren of ouderen nou andere resultaten laten zien? De vraag stellen is hem beantwoorden.

De onvrede die het Nationaal Kiezersonderzoek meent te moeten inventariseren werd eerder al geuit door Akwasi. Hij motiveerde een jaar geleden de vorming van Omroep Zwart met de stelling dat er zelfs voor dieren een partij is in het parlement, „maar niet voor mensen van kleur”.

Deze gedachte is in feite een amendering van de Zuid-Afrikaanse Apartheidspolitiek. Die ging er ook vanuit dat belangen verwoord moeten worden op basis van huidskleur. De onlangs overleden president Frederik de Klerk bood er zijn excuses nog om aan.

Dezelfde ‘kleur’-kritiek daalde neer op Marieke Lucas Rijneveld. Van de voorgenomen vertaling van het gedicht van een zwarte Amerikaanse woordkunstenaar zag de schrijver daarop schielijk af.

Passief kiesrecht

Wegblijven van het gezanik. Dat is ook mijn neiging bij de conclusies van het kiezersonderzoek. Mijn leven lang maak ik werk van mijn passief kiesrecht (het recht om gekozen te worden, red.). Iedereen in die rol heeft weet van de scheldpartijen en lelijkheid die dat zeer regelmatig met zich meebrengt. Of erger. Moet ik me nu van gemopper langs de zijlijn wat aantrekken? Terwijl elke Nederlander passief kiesrecht heeft? Als democraat moet dat, maar ik beken dat ik er steeds minder zin in heb.

Als niet waarden en standpunten maar uiterlijke kenmerken het politiek debat gaan domineren halen we stammenstrijd het parlement in. Libanon biedt daarvan een praktisch voorbeeld. Alle partijen vinden er hun oorsprong in etnische of geloofsgroepen. Noord-Ierland komt in de buurt. Betrekken de wetenschappers achter het Nationaal Kiezersonderzoek deze voorbeelden in hun vraagstelling?

DENK en Bij1

Inmiddels belichamen ook DENK en Bij1 vergaand etniciteit als basis voor partijpolitiek. Hoezeer dat de essentie van politiek mist bleek uit een interview in dagblad Trouw bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen. Twee buurvrouwen in een Rotterdamse achterstandswijk gaven beide aan vroeger PvdA te stemmen. Nu deed de één dat op DENK en de ander op Wilders. Hun gedeelde sociaaleconomische belangen, onderwerp van de lokale politiek verdwijnen achter hun etniciteit.

Dit voorbeeld markeert het onderscheid met een partij voor boeren of ouderen, waar veronderstelde achterstelling of discriminatie een sociaaleconomische lading krijgt.

Elkaar definiëren op huidskleur of ras vervalt snel in discussie over wie het meest ‘zuiver’ is. Zoals DENK laat zien in het ‘zwart maken’ van parlementariërs met een Turkse of Marokkaanse achtergrond bij andere partijen.

Racisme

Dat politiek op basis van uiterlijk leidt tot strijd over uiterlijkheden toont ook Bij1. Die partij brengt de drijvers samen achter het idee dat Zwarte Piet racisme zou zijn. Ze hebben vergaand hun zin gekregen. Nu heeft Bij1 het idee opgevat dat de viering van 4/5 mei ‘racistisch is.

Standbeelden en straatnamen zullen volgen. À la het democratiebegrip in DDR en Sovjet-Unie.

Zouden veel ontevreden deelnemers aan het Nationaal Kiezersonderzoek met „niet westerse achtergrond” een leegte proberen te vullen? Het democratie-gat met hun landen van oorsprong is meer een kloof. De geuite gevoelens van achterstelling in politieke representatie meten ze er niet aan af. Integendeel. Akwasi noemde in Het Parool Ghana, het land dat zijn ouders achterlieten voor Nederland „een tof land”.

Nou is het dat in menig opzicht, weet ik uit eigen waarneming. Maar het openbaar bestuur daar tof?

Bert Westerink is wethouder in de gemeente Smallingerland, in een zakencollege

Nieuws

Meest gelezen