Maak het verenigingen makkelijker, voeg niet nog meer regels en vraagstukken toe, maar ontzorg ze | Column Ingrid van de Vegte

Het is een mooi model: de vereniging. Maar hebben ze hun langste tijd gehad, of is er nog wel degelijk een plaats voor deze burgerinitiatieven in een georganiseerde vorm, waarin de leden het voor het zeggen hebben?

De Elfstedenvereniging bijeen.

De Elfstedenvereniging bijeen. Foto: ANP

Wie kent niet de algemene ledenvergadering van de voetbalclub, het koor of dorpsbelangen? Enerzijds veel hamerstukken, de kascommissie en gedoe over contributieverhoging, anderzijds het ultieme moment om vanuit de leden de keuzen van de vereniging bij te sturen of goed te keuren. Participerender kun je het niet krijgen.

Verenigingen doen ertoe in het sociale leven, zeker in Fryslân. Heel veel mensen zijn lid van één of meer verenigingen en we weten dat deze mensen beter scoren op welzijn. Recent ondervroegen we bij het Fries Sociaal Planbureau via ons panel inwoners over het verenigingsleven, evenals de verenigingen zelf en gemeenten.

Veel inwoners blijken niet alleen lid te zijn, maar de vereniging ook belangrijk te vinden. De ontmoetingsfunctie van de vereniging vindt men dan het belangrijkst, nog belangrijker dan het kunnen uitoefenen van de hobby. Tegelijkertijd zien we de zorgen bij de verenigingen als het gaat om vergrijzing en ontgroening, het toenemende aantal regels en verantwoordelijkheden en de moeite om bestuurders te vinden.

Een heel aantal verenigingen verwacht er binnen enige tijd mee op te houden. Is dat erg? Niet ingeval er geen leden meer zijn. Als er geen belangstelling meer is houdt het op. Maar in het algemeen wel, omdat leden van een vereniging dus hoger scoren in hun welzijn. En dat komt weer vooral door die centrale functie van verenigingen: de ontmoeting. Daarnaast zorgen veel leden ook vooral elkaar. Denk aan het kaartje voor een zieke, of het mee laten rijden van de minder mobiele.

De langste tijd gehad

Ik dacht zelf dat verenigingen hun langste tijd wel hadden gehad. Nieuwe vormen van organiseren via informele groepen, projectmatige opzet en tijdelijke clubs passen wellicht beter bij jongeren en het hier en nu. Hipper en sneller dan de vaak toch grijze verenigingen. Vooral de besturen zijn nogal vergrijsd – zeker bij de cultuurverenigingen – en het is lang niet voor iedereen aantrekkelijk om structureel in een vastgeroeste bestuurscultuur mee te vergaderen.

Toch houd ik nu een pleidooi voor de verenigingen. Omdat het ertoe doet dat dingen die belangrijk zijn voor mensen (sport en cultuur) goed georganiseerd worden, net als het structureel aanbieden van activiteiten en gelegenheden tot ontmoeting. Juist ook voor mensen die een hoge drempel ervaren in sociale contacten of niet vanzelfsprekend in informele netwerken zitten, zijn verenigingen toegankelijk. Het uitgangspunt is de activiteit, bijvoorbeeld voetballen, maar de grote bijvangst is het ontstaan van contacten, netwerken, sociale cohesie. Je gaat om met anderen die je anders niet zou ontmoeten.

Informele groepen komen juist vaak voort uit al bestaande contacten en zijn niet uitnodigend daarbuiten. Er ontstaat daar gauw een manier van omgaan die niet gecorrigeerd kan worden (wie beslist er in een informele groep?) en zo’n groep draait vaak rond slechts enkele mensen, waardoor activiteiten ineens weer stil kunnen vallen.

Aanpassingen zijn nodig

Dus lang leve de vereniging – maar dan wel met aanpassingen die we uit het onderzoek mogen opmaken. Jonge mensen moeten meer dan nu meedoen, nieuwkomers zullen makkelijker een rol moeten krijgen in de organisatie. Al te specialistische en bestuurlijke vraagstukken kun je beter met anderen delen of ondersteuning voor zoeken.

Er wordt maatschappelijk steeds meer geëist van goed bestuur. Wat nodig is voor grote organisaties en grote verenigingen waar veel geld en personeel in omgaan, belandt ondertussen ook op de kleine bestuurstafel in het dorpshuis of de kantine. Persoonlijke aansprakelijkheid, fiscale regelgeving, vergunningen, subsidieverantwoording, inkoop en aanbesteding, plus actief doelen nastreven als inclusiviteit en participatie: ziehier het lot van iemand die simpelweg de kaatsclub in het dorp wil laten voortbestaan.

Het is dus tijd om qua regelgeving meer onderscheid te maken naar type verenigingen, omvang en risico’s. Daarnaast ligt hier een mooie taak voor de gemeenten. Help de verenigingen, maak het ze makkelijker, voeg niet nog meer regels en vraagstukken toe maar ontzorg ze. Zodat verenigingen zich primair blijven richten op het organiseren van die dingen die het leven zo waardevol maken: cultuur en sport en een leefbare omgeving, waarbij de ontmoeting die tussen alle inwoners mogelijk wordt gemaakt het belangrijkste is.

Ingrid van de Vegte ( ivandevegte@fsp.nl ) is directeur van het Fries Sociaal Planbureau