Dit artikel is vandaag gratis

We kunnen mensen in de Participatiewet niet plots het arbeidsproces duwen. Ze verdienen aandacht en ondersteuning | Column Ingrid van de Vegte

Ingrid van de Vegte. Beeld: FD

Nu de arbeidsmarkt piept en kraakt staan ineens ‘de miljoen mensen die op de bank zitten’ in de spotlight. Voor deze mensen die onder de Participatiewet vallen is de afgelopen zeven jaar weinig bereikt. Nu, vanuit een crisisbeleving, verwachten dat je ze aan boord kunt halen met korte trajecten is een illusie.

De bedoelingen van de Participatiewet uit 2015 (iedereen doet mee) worden helemaal niet gehaald, blijkt uit onderzoeken. Met die wet werden mensen met een arbeidsbeperking, licht of zwaarder, de verantwoordelijkheid van gemeenten. Uitkeringen als de Wajong, voor jongeren met een beperking, werden afgebouwd en de sociale werkvoorzieningen werden beperkt. Er moest geen nieuwe instroom meer komen, de gemeenten moesten mensen begeleiden naar echt werk. De bedoelingen waren - zoals meestal - inhoudelijk goed, maar ook ingegeven door het wensdenken dat decentraal alles vanzelf beter gaat. En de bezuinigingsbehoefte van het rijk speelde mee.

Nu de arbeidsmarkt piept en kraakt en we ook als burgers dagelijks merken dat niet geleverd wordt waar we op rekenen (al krijgen de problemen van de passagiers op Schiphol meer pagina’s in de krant dan die van de kinderopvang en de zorg), staan ineens ‘de miljoen mensen die op de bank zitten’ in de aandacht. Mensen die onder de Participatiewet vallen en voor wie de afgelopen zeven jaar vast wel inspanningen zijn gepleegd, maar waar weinig voor is bereikt.

Slechter af dan voor 2015

Het toeleiden naar werk was domweg niet aantrekkelijk, kostte de gemeenten relatief veel geld en werkgevers zaten er nauwelijks op te wachten. Het Sociaal Cultureel Planbureau concludeerde bij evaluatie van vijf jaar Participatiewet dat het deel van de mensen met de grootste ondersteuningsbehoefte, die voorheen bij een sociale werkvoorziening zou kunnen werken, slechter af was dan voor 2015. Alle job-coaching en re-integratiemiddelen ten spijt.

Het is bekend dat juist de participatiewet-mensen vaak meerdere ondersteuningsvragen hebben en geïntegreerde aandacht behoeven. Multi; geld, zelfzorg, laaggeletterdheid, gezondheid, wonen, dagbesteding. Eén van de bedoelingen van de gedecentraliseerde aanpak was dan ook dat de leefwereld en de behoefte centraal zou staan; geïntegreerd. Vanuit gemeenten wordt erkend dat het alleen gericht zijn op werk voor deze mensen vaak niet succesvol is en dat er een totale begeleiding nodig is, waaronder mogelijk inzetten op werk. Voor veel gemeenten is dit echter moeilijk te organiseren. De wettelijke kaders maken het niet altijd mogelijk, maar vooral de scheidingwanden in de eigen organisatie staan integrale benadering en langdurige aanpak in de weg.

Werk aan de mens aanpassen

Wat betekent dit nu we graag willen dat die bankzitters zich oprichten en onze schaarste mee gaan oplossen? Nou, dan moet je dus uitgaan van de mogelijkheden en onmogelijkheden van de mensen die het betreft: toeleiding naar werk gaat hand in hand met woonbegeleiding, opleiding, dagstructurering etc.

Dat betekent voor werkgevers dat ze veel meer bereid moeten zijn het werk aan te passen aan de mensen, in plaats van vacatures blijven uitzetten waar deze mensen nooit in zullen passen. Jobcarving – functies opknippen in passende onderdelen – is dan aan de orde, maar ook begeleiding op het werk die verder gaat dan inwerken en functionele vaardigheden. Als het werk en de maatschappij steeds ingewikkelder, abstracter en zelfsturender worden, dan is het niet gek dat steeds meer mensen daar niet op kunnen anticiperen en meedoen.

Omdat we in goede bedoelingen bleven steken toen de conjunctuur die mensen niet echt nodig had, zijn we niet goed voorbereid op de tijd waarvan we wisten dat die ging komen: arbeidskrapte door de welvaart en de vergrijzing. Nu, vanuit een crisisbeleving, verwachten dat je mensen die al lang niet of nauwelijks functioneerden in het arbeidsproces, aan boord kunt halen met korte trajecten, is een illusie. Laat staan ze aan boord houden.

Ze verdienen aandacht en geïntegreerde ondersteuning om met hun eigen mogelijkheden mee te kunnen. En ja, ook weer langjarig, met een vangnet bij terugval en, voor als het misgaat en dat zal zeker ook gebeuren, complexe situaties immers, een trampoline om weer terug te veren.

Te vrezen valt dat iets als een blik arbeidskrachten van ver over de grens opentrekken, als een simpelere oplossing wordt gezien.

Ingrid van de Vegte is directeur-bestuurder van het Fries Sociaal Planbureau

Nieuws

menu