Dit artikel is vandaag gratis

Wonen is geld verdienen, want huizen zijn vastgoed geworden | Column Ingrid van de Vegte

Ingrid van de Vegte. Beeld: FD

Het moet weer over wonen gaan want het gaat overal over wonen, bouwen, hoe sneller hoe beter en hoe dat niet lukt, niet genoeg om allerlei redenen. Maar als is erover nadenk, constateer ik steeds vaker dat het helemaal niet over wonen gaat.

Goed, er zijn mensen die echt nergens wonen, vooral in de grote steden en jongeren die de stap naar zelfstandigheid nog niet kunnen maken zonder eigen woning. Maar heel vaak gaat het dan over het begrip ‘eigen woning’. Nuchter feit is dat woningzoekers in Fryslân indien tijdig ingeschreven bij een woningbouwcorporatie en zonder per se in die ene wijk of dat specifieke dorp te willen blijven, toch wel binnen twee jaar in een huurwoning zitten. Is er dan een woonprobleem?

We willen kennelijk geen huurwoning. We vinden dat zonde van het geld, je brengt het alleen maar weg en het levert je geen bezit, geen vermogen, geen appeltje voor de dorst, geen groeiend vermogen op terwijl je op de bank zit te zappen. En daar hebben we recht op, allemaal.

Onder het debat over wonen ligt het veronderstelde recht om vermogen te creëren, zodat je aan de goede kant van de streep terecht komt. Huizen zijn vastgoed geworden, om in te beleggen of om tijdens het wonen winst te maken. En zo zitten we in een krappe huizenmarkt met hoge prijzen, wat maar deels komt door de schaarste en veel meer doordat er zoveel mensen zijn die de hoge prijzen kunnen en willen betalen met het goedkope geld. En ja ook omdat er vaak ook geen andere optie is dan een -veel te duur- huis kopen.

Datsja

Stel nou eens dat een woning niet tot vermogen zou leiden, dat we allemaal zouden huren bijvoorbeeld of in een andere vorm betalen voor het gebruik van een huis voor de tijd dat je er wilt wonen en, stel ook, dat de prijs past bij de ‘normale waarde’ van het huis. Zoals huurprijzen berekend worden met aantal kamers, oppervlakte, voorzieningen, energielabel, tuin et cetera. En wie meer over heeft voor wonen zoekt een groter huis en betaalt maandelijks meer, een keuze. En dat bij verkoop van een huis (eigenaren zijn dan stichtingen, verenigingen, corporaties, bedrijven, overheden) slechts een prijs bedongen kan worden die een ‘normale’ waarde betreft: bouwkosten, latere investeringen, misschien wat markt- en inflatiecorrecties. Hoe zou dan ons woonlandschap er uit zien?

Er zijn volkstuincomplexen, zeer geliefd bij stadsbewoners die acht hoog wonen, vol kleine perceeltjes waarop vaak ook kleine huisjes, hutjes, zijn verrezen. Iedereen kan zich inschrijven voor zo’n lapje met kleine datsja en komt op de wachtlijst. Als je aan de beurt bent word je lid en betaal je een pachtsom per jaar voor de tuin aan de organisatie en een overnameprijs voor het hutje aan de vorige eigenaar – ofwel de vorige gebruiker.

Die prijs wordt precies bepaald zoals ik hierboven beschreef en is dus dan ook nog steeds een heel vriendelijk bedrag (toegegeven dat voor wie heel weinig geld heeft achtduizend euro ook te veel is, maar hè, we kunnen niet alles oplossen). Zo komt het dat deze volkstuintjes voor velen bereikbaar blijven en in tegenstelling tot huizen in gewilde buurten niet belachelijke prijzen hebben en niet voor slechts enkelen zijn weggelegd. Geen winst maken, geen vermogen opbouwen, maar gewoon lekker gebruiken van tuin en tuinhuis, totdat je weer wat anders wilt.

Experimenteren

Ik zou het mooi vinden als er meer geëxperimenteerd gaat worden met concepten van wonen die niet uitgaan van vermogensopbouw maar van fijn wonen tegen een redelijke prijs. Huren ligt voor de hand, maar ook koopvormen met vaste prijzen, grondpacht et cetera zijn mogelijk.

Er zijn sowieso veel te weinig huurwoningen voor mensen net boven een minimuminkomen en ook is er vaak weinig keus in type woningen. Woningbouwcorporaties gaan meer bouwen voor het zogenaamde ‘middensegment’, maar veel meer clubs (projectontwikkelaars, gemeenten, bedrijven, doe-hetzelfverenigingen) zouden hierin kunnen duiken. Niet om geld te verdienen maar om te zorgen voor goed en betaalbaar wonen.

En dan moeten wij slapend rijk wordende woonverdieners (ongeveer twee van de drie Nederlanders in en Fryslân nog iets meer) nog af zien te komen van die vermogensverslaving. Wonen kost geld, net als goed eten bijvoorbeeld, en dat is het waard, niet voor later maar voor nu.

Ingrid van de Vegte is directeur-bestuurder van het Fries Sociaal Planbureau

Nieuws

menu