Al ver voor 'De negerhut van oom Tom' keerde Petronella Moens uit Kûbaard zich tegen de gruwelen van slavenhandel en slavernij

Ze was zo goed als blind, maar Petronella Moens uit Kûbaard zag heel goed dat slavernij een mensonterende zaak was. In haar utopische roman uit 1817 worden de slaafgemaakten bevrijd om zich te laten beschaven door bevoogdende witte mannen.

 Portret van Petronella Moens door Michel Mourot.

Portret van Petronella Moens door Michel Mourot. Afbeelding: Rijksmuseum, Amsterdam

Petronella Moens (1762–1843) werd in Kûbaard geboren als derde kind van de Nederduits-gereformeerde predikant Petrus Moens en Maria Lycklama à Nijeholt. Ze groeide op in Ossendrecht en het Zeeuws-Vlaamse Aardenburg. Als gevolg van kinderpokken werd ze nagenoeg blind. Desondanks publiceerde ze tientallen gedichten en boeken, die ze dicteerde aan een secretaresse.

Moens propageerde bekende achttiende-eeuwse deugden, zoals godsvrucht en vaderlandsliefde. Dat deed ze vooral in de vele dichtgenootschappen waarvan ze, als enige vrouw, deel uitmaakte. Rode draad in haar werk is haar maatschappelijk engagement.

Ver voor de Nederlandse vertaling van het invloedrijke boek De negerhut van oom Tom uit 1853, die in Nederland een hernieuwde impuls zou geven aan het abolitionisme – het streven naar afschaffing van de slavernij – keerde Moens zich in woord en geschrift tegen de ‘helsche gruwelen’ waarmee de slavenhandel en slavernij gepaard gingen.

Utopische roman

Zo beschrijft ze in haar utopische roman Aardenburg, of de onbekende volksplanting in Amerika uit 1817 een utopisch ‘Gemeenebest’, bevolkt door Europese kolonisten, vrijgemaakte slaven en oorspronkelijke bewoners van Zuid-Amerika die er ‘de stille zaligheid van het nog jeugdige maatschappelijk leven’ genoten. In felle bewoordingen presenteert Moens het brute geweld waarmee zowel de ‘Indianen’, als de slaafgemaakte ‘Negers en Negerinnen’ buiten het utopische Aardenburg werden mishandeld door de Europeanen.

In de roman kopen de uit Nederland afkomstige hoofdpersonen een aantal Afrikanen op ‘de menschheid onteerende Slaven-markt’ van wie zij de ‘knagende zielensmart en wanhoop’ willen verzachten. Moens’ beschrijvingen worden getekend door het idee van een God gegeven plicht tot ‘verheffing der menschheid’ – of het nu gaat om kinderen, inheemsen of slaafgemaakten – door voorbeeldige, vaderlijke hoofdfiguren.

Eene zachte dienstbaarheid

Paternalisme gaat hand in hand met een heilig geloof in vooruitgang als ze beschrijft hoe deze Nederlandse mannen ‘hun best deden om allengs […] een gepast ontzag in te boezemen. Zo was de schandelijke slavernij in eene zachte, redelijke dienstbaarheid welhaast herschapen’, met ‘volkomen vrije menschen’ in het verschiet.

Petronella Moens overleed in Utrecht, de stad waar ze lang had gewoond. In Kûbaard vormde de 170e sterfdag van ‘Pytsje’ in 2013 aanleiding om deze inwoner van het dorp te eren met een feest; haar naam was in Kûbaard al vereeuwigd in de Petronella Moensstrjitte. Ook in Amersfoort, Breda, Leiden en Zaandam zijn een laan, straat, weg en pad naar haar vernoemd.

***

Fragment

Uit: Aardenburg, of de onbekende volksplanting in Amerika , pagina 118-119.

Dat de Zwarten de Blanken wantrouwden, dat vele van hen geene vriendschappelijke neigingen, maar afkeer en wraakzucht in het hart voedden, o, dat was natuurlijk; doch de beide Vrienden [de twee witte hoofdpersonen, red.] deden hun best, om allengs meer en meer een gepast ontzag inteboezemen, en het gul vertrouwen van deze natuurkinderen te winnen. Zij deden hunne meerderheid in kennis en beschaving, en vooral in levenswijsheid altijd duidelijk gevoelen; doch daar zij de waarde van den mensch nauwgezet eerbiedigden, was de schandelijkste slavernij in eene zachte, redelijke dienstbaarheid welhaast herschapen.

(…) ,,Wie vlijtig, vreedzaam en gezeggelijk is, verdient elken dag reeds een klein gedeelte van de som, die wij voor hem betaald hebben” [zeide Adolf]; ,,doch de vlijtigste en braafste onder u zullen wij al heel spoedig als menschen, die hunne vrijheid verdiend hebben, beschouwen. Ook zullen wij met vreugde u van al het noodige voorzien, en elk buitengewoon goed gedrag met rijke geschenken en sieraden of lekkernijen beloonen. Ook zullen wij u in noodige kundigheden doen onderwijzen, opdat gij ook zoo veel moogt weten, en zoo verstandig moogt handelen, als de beste en de braafste Blanken.”

***

Barbara Henkes is historicus aan de Rijksuniversiteit Groningen en auteur van het onlangs verschenen boek Sporen van het slavernijverleden in Fryslân. Abel Kooistra studeert geschiedenis aan de RuG. In een serie artikelen besteedt het Friesch Dagblad wekelijks aandacht aan kolonialisme en slavernij in het Friese verleden en wat daar vandaag nog van terug te zien is.