12 jaar cel voor poging tot moord op Iraans-Koerdische dissident Sadegh Zarza

Een 39-jarige Iraanse promovendus is dinsdag veroordeeld tot twaalf jaar cel wegens poging tot moord op de Iraans-Koerdische dissident Sadegh Zarza, op 19 juni vorig jaar voor het station in Leeuwarden. Het OM had zestien jaar geëist, maar de rechtbank rekent zwaarder mee dat de verdachte paranoïde waandenkbeelden had ten tijde van zijn daad.

De hamer van de rechtbankvoorzitter.

De hamer van de rechtbankvoorzitter. Foto: ANP

De Iraniër had voor die zaterdag in juni 2020 een afspraak gemaakt met Sadegh Zarza, de voormalige voorzitter van de Koerdische Democratische Partij Iran in Europa. Hij had een enkele reis Rotterdam-Leeuwarden gekocht en had van huis een vleesmes meegenomen. Daarmee stak hij direct in op de nietsvermoedende Zarza, die geparkeerd stond op de taxistandplaats op het Stationsplein in Leeuwarden. Hij bracht hem 22 messteken toe, onder meer in het oog.

Vier namen opgeschreven

De avond ervoor had hij op een whiteboard in zijn studentenkamer in Rotterdam de namen van vier kennissen geschreven, met de mededeling dat hij het ‘voor hen’ ging doen.

De rechtbank ziet hierin ,,concrete, doelbewuste gedragingen die erop wijzen dat hij het slachtoffer opzettelijk van het leven heeft willen beroven”, aldus rechtbankvoorzitter Willem Sikkema in de uitspraak. Uit de gedragingen blijkt ook dat er sprake is van voorbedachten rade, aldus de rechtbank, die concludeert dat de verdachte schuldig is aan poging tot moord.

Paranoïde wanen bij onderzoek

Advocaat Peter Bonthuis had ontslag van rechtsvervolging wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid bepleit, vanwege de psychische gesteldheid van de verdachte. Psychologen en psychiaters van het Pieter Baan hadden geconstateerd dat de Iraniër tijdens hun onderzoek gestoord gedrag vertoonde. Hij debiteerde onsamenhangende overtuigingen die ver buiten de realiteit staan. ,,Tijdens het onderzoek in het PBC was sprake van paranoïde wanen, maar er zijn te weinig objectief verifieerbare aanwijzingen ten tijde van de daad om een diagnose te kunnen stellen.”

De rechtbank constateert dat de verdachte kort na zijn aanhouding warrig was in zijn verklaringen. Omdat de deskundigen de kans zeer klein achten dat hij een stoornis voorwendt of nabootst, gaat de rechtbank er wel vanuit dat hij verminderd toerekeningsvatbaar was.

Daarom legt de rechtbank hem een celstraf van twaalf jaar op, en niet de zestien jaar die het Openbaar Ministerie twee weken geleden eiste. Ook moet de veroordeelde een schadevergoeding van bijna 58.500 euro betalen, waarvan 35.000 smartengeld.

Huurmoordenaar

Het slachtoffer en diens familie gaan er vanuit dat de verdachte handelde als huurmoordenaar in opdracht van het Iraanse regime. Net als het OM komt de rechtbank tot de conclusie dat dat ondanks uitgebreid onderzoek niet te bewijzen is.

Raadsman Bonthuis had gevraagd rekening te houden met de nieuwe Wet straffen en beschermen, die 1 juli is ingegaan en die voorschrijft dat langgestraften niet al na twee derde van hun straf kunnen rekenen op voorwaardelijke invrijheidstelling, maar pas maximaal twee jaar voor het verstrijken van de opgelegde straf. De rechtbank houdt daar in dit geval geen rekening mee. ,,De verdachte heeft geen verblijfsvergunning en heeft dus sowieso geen recht op voorwaardelijke invrijheidstelling.”