Aanleg van Lelylijn en verbetering spoor moet economie in het Noorden jaarlijks 24 miljard euro opleveren

De aanleg van de Lelylijn via Emmeloord, Heerenveen en Drachten, de Nedersaksenlijn tussen Emmen en Groningen en verbetering van het huidige spoor, moeten de economie in het Noorden jaarlijks 24 miljard euro opleveren.

Het Noorden snakt naar snel spoor.

Het Noorden snakt naar snel spoor. Foto: ANP

Dat stellen de provincies Fryslân, Groningen, Drenthe en Flevoland samen met de gemeenten Leeuwarden, Groningen, Assen en Emmen in brochure Bouwstenen voor het Deltaplan, gericht aan het rijk en de formateur.

De aanleg of aanpassing van die spoorlijnen zou samen 9,5 miljard kosten. De 24 miljard euro die dat oplevert is gebaseerd op het verschil in Bruto Regionaal Product tussen de noordelijke provincies en de rest van Nederland. In het Noorden wordt gemiddeld 11.000 euro per inwoner minder verdiend, maar door de treinverbinding zou dit verschil moeten wegvallen, stellen de overheden.

Het nieuwe spoor zou jaarlijks tweeënhalf keer zoveel opleveren voor de regionale economie als de aanleg eenmalig zou kosten. Maar zelfs al levert de aanleg maar een tiende van die 24 miljard op – zo is de gedachte – dan nóg zijn de verbeterde verbindingen al in vier jaar terugverdiend.

320.000 woningen erbij in het Noorden

Die economische opleving zou deels uit toegenomen bedrijvigheid voortvloeien, maar ook komen door verhuizingen naar het Noorden, die de druk op de Randstad verlichten. De provincies en gemeenten bieden in het Deltaplan aan om niet 100.000 woningen -- zoals nu het plan is -- maar 320.000 woningen in 2040 te bouwen, waarvan 60.000 in Fryslân. Míts de spoorlijnen er komen.

Je moet als provincie aantrekkelijk blijven, en geen openluchtmuseum worden

Niet iedereen is blij met de plannen om veel meer extra huizen in de provincie te bouwen. Maar volgens gedeputeerde Avine Fokkens moet er nu iets gebeuren tegen de toenemende ontgroening en vergrijzing. ,,Mensen trekken hier weg omdat er geen werk is. Je moet aantrekkelijk blijven als provincie, en geen openluchtmuseum worden. En we zullen heus niet alle natuur omruilen voor asfalt en huizen.”

Die 24 miljard economische groei is volgens Fokkens een ,,indicatief cijfer”, waar de provincies die het plan aanbieden ,,nul komma nul garanties voor kunnen geven”. ,,Het gaat erom dat we niet alleen geld vragen, maar er ook iets tegenover kunnen zetten. Want in gebieden die goed bereikbaar zijn, dáár ontstaat reuring.”

Miljardengroei ligt niet voor de hand

24 miljard euro groei in Bruto Regionaal Product alleen door de spoorlijnen, dat ligt ,,niet echt voor de hand”, zegt Jouke van Dijk, hoogleraar Regionale Arbeidsmarktanalyse aan de Rijksuniversiteit Groningen. Niettemin vindt ook hij dat de lijn er moet komen. ,,Men zei altijd: hoe groter de concentratie economische activiteiten, hoe efficiënter. Maar daar zitten wel grenzen aan. De Randstad is nu te vol: de huizenprijzen rijzen er de pan uit en er is een verminderd leefklimaat met veel fijnstof. Een evenwichtige spreiding is goed. Dat hebben ze in de Randstad niet echt begrepen."

Volgens Van Dijk kan de aanleg van nieuw spoor beter gemotiveerd worden vanuit het aantal banen dat dit oplevert. Twintig jaar geleden bleek uit onderzoek door oud-minister Harrie Langman dat Noord-Nederland in verhouding structureel 43.000 banen tekort kwam. ,,Sindsdien zijn de werkloosheidsverschillen over het hele land kleiner geworden, maar binnen landsdelen – langs de kust, of in Oost-Groningen – alleen maar groter.”

Zo zou Noordoost-Fryslân volgens Van Dijk enorm profiteren van de Lelylijn, doordat er nieuwe bedrijven rond Heerenveen en Drachten zullen komen.