Oproep om hooikoortsplant (die sterke allergische reacties kan veroorzaken) te melden en te verwijderen na recordzomer van de alsemambrosia

De alsemambrosia beleefde vorig jaar een recordzomer in Nederland. Nooit eerder werden er meer dan vierhonderd meldingen gedaan. Wetenschappers en plantenkenners roepen op om waarnemingen van de hooikoortsplant, die sterke allergische reacties kan veroorzaken, te melden en de plant te laten verwijderen. In Fryslân lijken de problemen nog mee te vallen.

Bloeiende alsemambrosia veroorzaakt sterke hooikoortsklachten.

Bloeiende alsemambrosia veroorzaakt sterke hooikoortsklachten. Foto: ANP

Veel hooikoortspatiënten zijn allergisch voor de plant die van juli tot ongeveer september bloeit. ,,De plant gedijt vooral goed in stedelijke gebieden”, zegt plantenkenner Harry Waltje van Floron-werkgroep Fryslân-Oost.

,,Dat komt omdat de zaden voorkomen in vogelvoer en in stedelijke gebieden heb je relatief veel voerbakjes bij elkaar staan. In Fryslân hebben we dan ook het geluk dat het hier wat ruimer is en dat de soort hier minder voorkomt, maar het is wel heel vervelend voor mensen met hooikoorts. Die kunnen hier een sterke allergische reactie van krijgen.” De alsemambrosia verlengt bovendien het hooikoortsseizoen aangezien de plant vooral in de nazomer bloeit wanneer de meeste grassen al zijn uitgebloeid.

Exoot

De Noord-Amerikaanse exoot komt sinds 1975 in Nederland voor. Vorig jaar werd een recordaantal waarnemingen gedaan van vierhonderd verspreid over driehonderd locaties. In Fryslân ging het om 22 waarnemingen van meerdere planten. Dit jaar is er nog maar één waarneming in Fryslân vastgesteld, dat was op 11 juli in Kortehemmen.

,,De meeste planten moeten nog in bloei komen. Het lastige is dat ze met hun groene bloemen niet echt opvallen. Ik verwacht wel dat het aantal planten ook in Fryslân zal toenemen als gevolg van de klimaatcrisis. Het is een plant die goed gedijt bij warm weer.”

De alsemambrosia is een eenjarige plant, maar de zaden kunnen wel jarenlang overleven. Wetenschappers en plantenkenners pleiten er dan ook voor om waarnemingen van de plant door te geven en de planten te verwijderen of te laten verwijderen om te voorkomen dat de plant zich verder verspreid.