Actieplan moet neergaande trend van broedvogels op het Wad keren

Het Waddengebied is nog steeds een zwakke schakel in de route van trekvogels. Vogels die hier overwinteren of broeden, doen het minder goed dan andere trektvogels, blijkt uit nieuwe tellingen. Het gebrek aan rust en voedsel speelt waarschijnlijk een rol.

Steltlopers op het Wad bij Holwerd.

Steltlopers op het Wad bij Holwerd. Foto: Jan Spoelstra

Westhoek Het gaat nog steeds niet goed met de vogels die broeden in het Waddengebied en met steltlopers die in het arctisch gebied broeden. Hun populaties lopen terug, blijkt uit grootschalige tellingen van trekvogels langs de hele Oost-Atlantische trekroute. Met twee derde van de 72 getelde soorten gaat het echter wél goed.

Rijke Waddenzee

Aan het wad bij Westhoek presenteerden Jonna van Ulzen van het Programma naar een Rijke Waddenzee en Marc van Roomen van Sovon Vogelonderzoek Nederland donderdagmiddag de resultaten van de laatste totaaltelling van trekvogels, uit 2017.

Die wordt sinds 2014 elke drie jaar uitgevoerd onder toezicht van het Wadden Sea Flyway Initiative, een samenwerking van staten en natuurorganisaties om de vogeltrek langs de hele trekroute beter te monitoren, samen met Birdlife International en Wetlands International. De gegevens van 2017 over de gehele trekroute worden in het rapport vergeleken met die van 2014 en met gegevens over specifieke pleisterplaatsen in de vogeltrekroute die teruggaan tot 1975.

In de broedgebieden van Arctische steltlopers komt de dooi steeds vroeger en gaan insecten vroeger vliegen

In elf Europese en 22 Afrikaanse landen werkten zo’n 1100 Europese en vierhonderd Afrikaanse tellers mee om vogels te tellen bij talloze pleisterplaatsen langs de trekroute, die pakweg van Siberië via de West-Europese en West-Afrikaanse kust tot aan Zuid-Afrika loopt. ,,Alle gegevens zijn verzameld in januari, omdat de trekvogels dan tijdelijk vrij rustig op dezelfde plek verblijven”, aldus Van Roomen, coördinator van de Flyway-tellingen.

,,We doen in ons eigen Waddengebied ons best om optimale omstandigheden voor trekvogels te scheppen, maar we wilden weten hoe het ze elders op hun trekroute vergaat”, legt Van Ulzen uit. De twee derde van de getelde soorten die in populatie stabiel blijven of toenemen, zijn vooral watervogels die elders dan in het arctisch of het waddengebied broeden en soorten die foerageren op vis of planten.

Maar het waddengebied is dus nog steeds een zwakke schakel, blijkt uit het rapport: populaties die hier overwinteren of broeden doen het slechter dan de algemene trend langs de hele trekroute laat zien. Het gaat om broedvogels als kluut, scholekster, eidereend en bontbekplevier en op het wad overwinterende, in het arctisch gebied broedende vogels als de kanoet, roze grutto en de kleine strandloper.

Rust en voedsel

Van Ulzen en Van Roomen zijn voorzichtig om de precieze oorzaken van de teruggang van Waddenbroedvogels aan te geven, maar ze geven aan dat gebrek aan rust en voedsel een belangrijke rol spelen. Ook zorgen recreatie, bevissing, delfstoffenwinning en menselijke bewoning van het gebied voor verstoring van foerageer- en broedgebieden, geven de onderzoekers aan.

Van Ulzen wijst op het belang van het Actieplan Broedvogels dat Nederland, Duitsland en Denemarken vorig jaar hebben opgesteld. Voor het Nederlandse deel is er zestien miljoen euro mee gemoeid. ,,De financiering van de eerste fase is bijna rond en dan kan de uitvoering beginnen”, aldus Van Ulzen.

Het Actieplan moet er onder meer voor zorgen dat er meer rust komt en meer voedsel in het gebied beschikbaar is. Verder moet er meer ruimte komen voor strandbroeders en moet het tegengaan van stikstofneerslag en verruiging duinbroeders als de tapuit vooruit helpen.

Intensieve landbouw

Ook al gaat het met veel trekkende watervogels aardig goed, langs de hele trekroute zijn er vele kustgebieden die onder druk staan, blijkt uit het rapport. De vogeltellers hebben namelijk niet alleen vogels geteld, maar ook gegevens verzameld over de externe invloeden op de vogelpleisterplaatsen. Daaruit blijkt dat intensieve landbouw, overbevissing, toerisme, verstedelijking en vervuiling op tal van plekken een bedreiging vormen voor de verblijfplaatsen van de trekvogels.

De jacht heeft, anders dan bij sommige zang- en weidevogels, niet zo’n grote impact op watervogels, ,,omdat ze zich vaak in voor jagers moeilijk toegankelijke, natte gebieden ophouden”, zegt Van Roomen. Wel kan klimaatverandering voor trekvogels ingrijpend zijn, vooral voor de arctische steltlopers. ,,In hun broedgebieden komt de dooi steeds vroeger en gaan insecten vroeger vliegen. Ze moeten daar eerder in het jaar zijn en hebben dus minder tijd om zich van tevoren vet te mesten, zoals hier nu op het wad”, legt Van Ulzen uit.

Neergaande trend keren

Op de kwelder foerageren roze grutto’s, zilverplevieren, bonte strandlopers en tureluurs. Verderop vliegen ze in wolken op en neer. Van Roomen laat zijn blik erover gaan. ,,Zo’n tienduizend steltlopers”, schat hij. Over de zeedijk scheren boerenzwaluwen, happend naar vliegjes.

Van Ulzen hoopt dat het Actieplan bij de telling van 2020 voor sommige trekvogelsoorten al zijn vruchten blijkt af te werpen. ,,Als alle voorgestelde maatregelen worden uitgevoerd, kunnen we de neergaande trend keren.”

Nieuws

menu