Actieplan voor landbouw krijgt lauwe ontvangst van boeren

De nieuwe landbouwagenda van de provincie Fryslân is gisteren lauw ontvangen door vertegenwoordigers van boeren. Zij vragen zich af: is er wel genoeg geld voor alle ambities? En hoe zorgt de provincie dat het beroep aantrekkelijk blijft?

Gedeputeerde Klaas Fokkinga presenteert de Landbouwagenda in Damwâld. Foto: Marcel van Kammen

Gedeputeerde Klaas Fokkinga presenteert de Landbouwagenda in Damwâld. Foto: Marcel van Kammen fd

Op een boerenerf, tussen de witte hokken met daarin de jonge, beweeglijke kalveren, presenteerde gedeputeerde Klaas Fokkinga een document met 22 actiepunten tot aan 2030 om de landbouw duurzamer te krijgen. Het plan noemt het opzetten van een kortere verkoopketen, het instellen van fondsen voor groene boeren en het stimuleren van onderzoek naar klimaatadaptief boeren. Ook wil de provincie dat betere ingrediënten in de melk leiden tot een duurder pak. ,,It duorsum meitsje fan de lânbou is allinne mooglik as de hiele keten syn ferantwurdlikens nimt”, sprak Fokkinga. Aan het programma werkten vijftig stakeholders mee: natuurpartijen, onderwijsinstellingen en boerenpartijen.

Boterham verdienen

Maar meegepraat of niet, of alle boerengeledingen trek hebben in deze nieuwe duurzaamheidsplannen, is de vraag. Op zijn eigen zonovergoten erf in Dâmwald noemt boer Gerke Jilt Veenstra de agenda wel ,,een goede zaak”, maar hij benadrukt dat de boeren vooral behoefte hebben aan helderheid en financiële compensatie. Voor zijn inzet om CO2 op te vangen in de bodem, krijgt Veenstra nu geen cent, zegt hij. ,,Wy moatte mei elkoar stride foar in goede boterham.”

Ook verschillende vertegenwoordigers tonen zich terughoudend. ,,Wurde de doelen ek geandewei oanpast, sadat se realistysk bliuwe?”, vraagt een vertegenwoordiger van de Nederlandse Akkerbouw Vakbond. ,,Wy moatte wol kritysk wêze op de ûndersiken dy ’t dien wurde”, doet Kees de Boer van Farmers Defence Force een duit in het zakje. Hij verwijst naar een ecologisch onderzoeker van de Rijksuniversiteit Groningen van wie de leerstoel wordt betaald door het Wereld Natuur Fonds. Dat vindt De Boer onbetrouwbaar.

Volgens Hendrik Alema (Agrarische Jongeren Fryslân) zou vooral de afname van het aantal boeren de provincie zorgen moeten baren. ,,Hat de provinsje de kontinuïteit fan de agraryske sektor wol meinommen yn dizze aginda? Wy hearre wol hiel faak it wurd ‘transitie’. Der binne mear saken dêr ’t de fokus op lizze moat.”

streert nog wel het duidelijkst hoe de boeren tegenover de plannen staan. Als een provinciewoordvoerder vraagt of de boerenpartijen op de foto willen, om de lancering van de landbouwagenda te bekrachtigen, kijken de meesten elkaar stroef aan. Als er na een lang moment van stilte één toezegt, sluit de rest schoorvoetend aan.

De terughoudendheid begrijpt gedeputeerde Fokkinga wel. ,,Ik sjoch dat net as hakken yn it sân, mar as in krityske hâlding.” Wel benadrukt hij dat alle organisaties hebben meegedacht met dit plan en zich zodoende hebben gecommiteerd. ,,Net alle ‘stakeholders’ sille fan alle 22 aksjepunten sizze: dat is goed. Mar dat hoecht ek net. Der binne mear diken dy ’t nei Rome liede.”