Als ‘slavin’ ontvoerd, maar later toch dankbaar getrouwd met de kapiteinszoon: kinderboek uit 1858 werd in Leeuwarden gepubliceerd

De Leeuwarder boekhandel Uilke Proost publiceerde in 1858 het kinderboek ‘Het Neger-gezin en andere verhalen’. De boodschap: slavernij is barbaars, maar als de slaafgemaakten zich bekeren, kan het met hen toch nog goed aflopen.

Voorstraat 34 in Leeuwarden, waar vroeger de boekhandel van de firma Proost was gevestigd.

Voorstraat 34 in Leeuwarden, waar vroeger de boekhandel van de firma Proost was gevestigd. Foto: wikimedia commons, 2011.

Aan de Voorstreek in Leeuwarden, die destijds de Oude Vischmarkt werd genoemd, was vanaf 1851 op nummer 34 de boekhandel en leesbibliotheek van Uilke Proost (1810-1855) gevestigd. Na zijn dood zette zijn zoon Johannes de zaak als de firma Uilke Proost voort. In 1858, toen in de Nederlandse politiek de voorbereidingen voor de afschaffing van de slavernij in volle gang waren, bracht hij het kinderboek Het Neger-gezin en andere verhalen uit.

Het titelverhaal gaat over Vanilla, een Afrikaans meisje dat wordt ontvoerd en verkocht aan Europese slavenhandelaren. Hoewel de schrijver het lot van een slaaf in het algemeen als ellendig beschrijft, draait Vanilla’s verhaal om bekering, verzoening en het vinden van geluk.

Nadat Vanilla het christelijk geloof heeft omarmd, komt ze bij een vriendelijke meesteres terecht, vindt ze haar familie terug, verkrijgt ze haar vrijheid en trouwt ze met de zoon van de kapitein van het slavenschip dat haar vervoerde.

Het verhaal werd oorspronkelijk in het Duits geschreven door de Hongaarse, evangelisch-lutherse predikant en schrijver van educatieve boeken Jakob Glatz (1776-1831). De firma Uilke Proost verkreeg de rechten voor de vertaling in 1857. Het Neger-gezin en andere verhalen werd gepromoot in een brede, landelijke advertentiecampagne.

Hoogst nuttige lectuur

Binnen enkele maanden werd een tweede druk uitgebracht. In de Leeuwarder Courant van 3 september 1858 werd benadrukt dat het boek ‘de kinderwereld [verrijkt] met een voortreffelijke bijdrage tot de afschaffing der slavernij; ook voor de volwassen lezer verschafte het boek ‘eene aangename en hoogst nuttige lectuur’.

Volgens de Provinciale Friesche Courant van 26 september 1858 was het werk prijzenswaardig, omdat het in staat was ‘evenals de Hut van Oom Tom het bij volwassenen gedaan heeft, bij de jeugd een afkeer van de menschonteerende Slavernij te verwekken en levendig te houden’.

Ook buiten Fryslân bleef het boek niet onopgemerkt. In het Amsterdamsch handels- en effectenblad van 12 oktober 1858 werd het boek aangeprezen omdat ‘het ons tot medegevoel voor onze zwarte medemensch stemt, die nog steeds onder het juk der slavernij zucht.’

Daarnaast liet het boek zien ‘hoe vatbaar de negers voor alle maatschappelijke deugden zijn, wanneer hun een beter lot ten deel valt.’ De conclusie luidde dat ‘het Negergezin , hoewel in eenvoudiger trant geschreven, eens zoveel furore verdient als de Negerhut [van oom Tom] .’

In de week voor 5 december 1858 werd de herziene tweede druk van Het Neger-gezin en andere verhalen aangeprezen als een ideaal sinterklaasgeschenk voor het kind: een dik boek van meer dan tweehonderd bladzijden voor de luttele som van vijftig cent. Aan Zwarte Piet werd niet gerefereerd, alleen al omdat die figuur pas in de tweede helft van de negentiende eeuw geleidelijk een rol begon te spelen in de opzet van het Sinterklaasfeest.

Fragment uit het boek

De kapitein van het slavenschip heeft Vanilla verteld over het christendom:

Met levendige vreugde zag de Kapitein het bijna verheerlijkte gelaat van het edele jonge meisje. Zij vroeg hem, of al de blanken het geluk genoten, den Schepper der wereld en de bron van het goede te kennen; en toen hij haar verhaalde, dat er, tot uitbreiding van die kennis, kerken en scholen bestonden, riep zij in vervoering uit: ,,Hoe gelukkig zijn de blanken! Zoo gelukkig zijn de Negers niet!”

Op de vraag, waarom de blanken er dan genoegen in konden vinden, andere menschen als slaven te behandelen, daar zij toch eene zo schoone, voortreffelijke godsdienst hadden, wist de brave Kapitein niet anders, dan met een schouderophalen te antwoorden.

(…)

Vanilla zag den Kapitein ernstig aan. ,,Ach!” sprak zij, ,,men moge dan ook onder de blanken verscheidene goede en groote mannen vinden; maar zij rooven ons uit ons vaderland, slepen ons in de slavernij, mishandelen ons, en denken er misschien hoogst zelden aan, dat de goddelijke Jezus ook een blanke was. O! waren zij hem gelijk, dan lieten zij ons, arme zwarten, in vrede en dreven geen koophandel met ons.”

De Kapitein gevoelde de waarheid dezer aanmerkingen en was zelfs te regtschapen, dan dat hij zou hebben getracht, die te wederleggen.

Fragment uit: Het Neger-gezin en andere verhalen , pagina 44, 45-46.

Barbara Henkes is historicus aan de Rijksuniversiteit Groningen en auteur van het onlangs verschenen boek Sporen van het slavernijverleden in Fryslân. In een serie artikelen besteedt het Friesch Dagblad wekelijks aandacht aan kolonialisme en slavernij in het Friese verleden en wat daar vandaag nog van terug te zien is.