Als ouder en kind elkaar niet meer mogen zien

Acht keer een uur. Zo lang kon Eddy Smid (40) uit Oosterwolde de afgelopen zeshonderd dagen zijn eigen kinderen (14, 12 en 8 jaar) vasthouden en in de ogen kijken. De andere 592 dagen wachtte hij. Dag in dag uit, 24 uur per dag voelt hij verdriet. Veel verdriet. ,,Mijn zoon krijgt de baard in de keel, maar ik herken zijn stem niet meer.”

'Instanties moeten zich inzetten om de band tussen ouder en kind te herstellen en nooit één ouder buitenspel zetten'

'Instanties moeten zich inzetten om de band tussen ouder en kind te herstellen en nooit één ouder buitenspel zetten' Foto: Shutterstock

Smid laat de kaartjes en tekeningen zien die zijn kinderen hem hebben gestuurd. Overal staan hartjes en liefdesbetuigingen aan heit. Het raakt Smid elke keer als hij ernaar kijkt.

Nadat Smid en zijn ex-vrouw gingen scheiden, woonden alle drie de kinderen eind 2017 bij hun vader. Het Gebiedsteam constateerde medio januari 2018 dat er een verstoorde relatie tussen moeder en kinderen was. Om die reden werd besloten een voorlopige ondertoezichtstelling (VOTS) uit te spreken. In verschillende zittingen oordeelde de rechter dat dit ook in het belang van de kinderen was. Die gaven aan graag bij heit te willen blijven.

Mission impossible

De Raad voor de Kinderbescherming onderzocht daarna of het noodzakelijk was om over te gaan op een definitieve OTS. Dat betekent een stevige ingreep in het gezinsleven, met als doel eerder vastgestelde ontwikkelingsbedreigingen weg te nemen. Smid vroeg om een onderzoek naar de oorzaak van de verstoorde relatie tussen moeder en kinderen. ,,Als je dat niet weet, is het wegnemen ervan toch een mission impossible ?”

De rechter liet de Raad voor de Kinderbescherming een spoedonderzoek doen en die stelde drie scenario’s voor: de kinderen bleven bij vader, de kinderen moesten toch naar moeder of ze moesten uit huis worden geplaatst. Zowel de Raad en de gecertificeerde instelling als een sociaal pedagoog adviseerden de kinderen bij vader te laten wonen. Er was geen aanleiding om in te grijpen, vond men. Het ging goed met de kinderen, ook op school.

Gespannen maar hoopvol over een goede afloop woonde Smid op 20 augustus 2019 de rechtszaak bij. Tijdens de zitting zag hij geen vuiltje aan de lucht. De beschikking die op 18 september volgde, kwam echter als donderslag bij heldere hemel.

In april 2019 werd het hoofdverblijf van de kinderen opnieuw aan de kinderrechter voorgelegd. De rechter oordeelde dat de Raad, de gezinsvoogden en de pedagoog ernaast zaten. De kinderen moesten naar moeder. En als de kinderen toch weer naar hun vader wegliepen, moest Smid 25.000 euro betalen per keer (aan de moeder) tenzij hij ze meteen terugbracht. In vijf dagen tijd liepen de kinderen 23 keer naar hun vader toe.

Hoofdverblijf onhoudbaar

Voor Smid was en is de uitspraak van de rechtbank onbegrijpelijk. De onderliggende motivatie voor de uitspraak was dat Smid de kinderen mogelijk tegen moeder had opgezet en dat de relatie mogelijk dáárom verstoord was. De rechtbank had een vermoeden van ouderverstoting. ,,Maar een serieuze analyse van de oorzaak van de verstoorde moeder-kindrelatie? Die is er nooit geweest”, stelt Smid.

De uitspraak veranderde alles. Omdat de kinderen zo vaak wegliepen, was het hoofdverblijf bij moeder onhoudbaar. Zonder dat Smid het wist, werden de twee oudste kinderen uit huis geplaatst. Hij kreeg een paar minuten de tijd om zijn kinderen – die inmiddels in een gezinsvervangend gezinshuis verbleven – telefonisch gerust te stellen.

Daarna werd het hem onmogelijk gemaakt om met zijn kinderen in contact te komen. ,,Ik heb mijn kinderen toen ruim een jaar niet gesproken. Dat de uithuisplaatsing heeft plaatsgevonden, vind ik tekenend voor de onuitvoerbaarheid van de uitspraak van de rechtbank. Er waren én zijn geen contra-indicaties voor het wonen van de kinderen bij mij.”

Ouderverstoting

Peter Prinsen, voormalig familierechtadvocaat in Den Haag en tegenwoordig publicist en adviseur, begeleidde Smid in 2019 bij de zaak. Hij kent de grilligheid van het familierecht als geen ander en heeft gezien hoe het verwijt van ouderverstoting de rechtszaal binnengeslopen is. ,,Het begrip werd in de jaren tachtig gemunt door de Amerikaanse kinderpsychiater Richard Gardner. Werd er vanouds vooral gekeken naar de rol van ouders, hiermee werd de beleving en het gedrag van kinderen het uitgangspunt.”

Maar volgens Prinsen is het huidige gebruik van het begrip ‘ouderverstoting’ niet wat Gardner bedoelde. ,,Ook bij Smid speelt de interpretatie van ouderverstoting door de rechter een cruciale rol bij de uitspraak. Het kind, is de uitleg, moet geplaatst worden bij de ouder die verstoten wordt. Maar er wordt voorbij gegaan aan de reden waarom kinderen die ouder verstoten.”

Het begrip is zo complex dat de (demissionair) minister voor Rechtsbescherming Sander Dekker in juli 2019 een expertteam onderzoek liet doen naar ouderverstoting. Het team bestond uit een rechter, een hoogleraar, een beleidsadviseur van de Raad voor de Kinderbescherming, psychologen/orthopedagogen en een psychiater. In januari brachten ze het adviesrapport Expertteam ouderverstoting/ complexe omgangsproblematiek uit.

Specialistische kennis

Psycholoog en emeritus hoogleraar Pedagogiek Louis Tavecchio maakte deel uit van het team. Hij erkent dat het probleem van contactverlies met een ouder na een scheiding een groot probleem is met schade die tot ver in de volwassenheid kan voortduren. In het adviesrapport wordt de huidige aanpak bij contactverlies tussen ouder en kind na een vechtscheiding bekritiseerd. ,,De begeleiding bij complexe scheidings- en omgangsproblematiek vereist specialistische kennis”, zegt hij.

Juist daar ontbreekt het bij rechters, maar ook bij gezinsvoogden wel eens aan. ,,Als je een kind wilt horen bij beschuldigingen over het gedrag van een ouder, dan is voor zo’n gesprek een competente specialist nodig. Dus een gedragswetenschapper op academisch niveau met een postmasteropleiding op dit gebied.”

In de zaak van de familie Smid werd dit gesprek door de rechter zelf gevoerd en op basis van gesprekken met het oudste kind besloten dat er sprake was van ‘ouderverstoting’. ,,We zien dat het noemen van deze term een juridische gamechanger kan zijn”, zegt Tavecchio. ,,Ineens verandert het perspectief op de zaak en is niets meer wat het lijkt.”

Tavecchio weet dat de meeste rechters niet zómaar aan waarheidsvinding kunnen doen als het om het verwijt van ouderverstoting gaat. ,,Het is bijna altijd een grijs gebied”, zegt hij. Daarnaast kwam uit de gesprekken die het team voerde met ervaringsdeskundigen dat er vaak sprake is van een genderbias . ,,Bij veel instanties, zoals de Raad voor de Kinderbescherming, Veilig Thuis en Jeugdbescherming wordt de moeder vaak nog gezien als de belangrijkste opvoeder. Als er iets mis gaat, kijkt men toch eerder naar de vader.”

Schade voor de kinderen

De situatie van Smid klinkt Tavecchio als urgent in de oren. ,,Dat een vader door het systeem zijn kinderen zo lang niet ziet is onverdedigbaar. Instanties moeten zich juist inzetten om de band tussen ouder en kind te herstellen en nooit één ouder buitenspel zetten.” Maar vooral denkt hij aan de schade voor de kinderen. ,,Het is kwetsend dat kinderen niet gehoord worden. Geen kind kiest er uit zichzelf voor om een ouder niet meer te zien, tenzij er sprake is van geweld, mishandeling of misbruik. Uiteindelijk kent dit verhaal alleen maar verliezers.”

De twee oudste kinderen van Smid vluchtten begin dit jaar naar de broer van Smid en zijn gezin. Uit angst voor repercussies voor heit, proberen de kinderen hem overal buiten te laten, weet Smid. De gezinsvoogd gaf vervolgens, zonder met de kinderen gesproken te hebben, opdracht aan de politie om de kinderen terug te brengen naar het gezinshuis. Smid zelf werd niet op de hoogte gesteld. ,,Maar ook mijn kinderen vonden geen gehoor.”

Op 12 februari liepen de kinderen opnieuw weg uit het gezinshuis naar bekenden. Smid kreeg het verwijt de kinderen te onttrekken aan het toezicht en er werd aangifte tegen hem gedaan. ,,Nooit is geprobeerd met mij en de kinderen te praten. Op die manier werd er een strafbaar feit gefabriceerd.”

Tien dagen later werden de kinderen, in opdracht van het Leger des Heils, weer door de politie naar het gezinshuis gebracht. Toen de politie daar naar binnen wilde om zodoende de veiligheid van de kinderen te waarborgen, werd er door het gezinshuis aangegeven dat zij zich per direct terugtrokken en de zorg opzegden. ,,En toen stonden de kinderen dus op straat.”

Sindsdien verblijven ze op een geheim adres. Smid, nog steeds gezaghebbend ouder, weet niet waar. Hij weet wel dat de kinderen niet naar school gaan. Uit een brief van de school zou blijken dat de kinderen vanaf 1 maart geen onderwijs meer volgen. Verder zegt Smid aanwijzingen te hebben dat hen medische zorg wordt onthouden.

Dieptepunt

Smids vertrouwen in de gezinsvoogden is op een dieptepunt beland ,,Maar als ouder kun je, bij problemen met een gezinsvoogd, nergens terecht. Niet bij Veilig Thuis, noch bij het Leger des Heils, de Kinderombudsman en de gemeente Ooststellingwerf. Waar zit de noodstop in het systeem als het echt niet goed gaat, waar kunnen kinderen en ouders terecht wanneer er sprake is van beschadiging van kinderen door gezinsvoogden? Het antwoord van de hoofdinspecteur was: ‘die noodstop bestaat niet.’ Kortom, wanneer kinderen te maken hebben met een gezinsvoogd, zijn ze in zekere zin compleet vogelvrij verklaard”, vindt Smid.

Hij voelt zich gesteund door professionals die het voor hun ogen mis zien gaan en zich uitspreken, zoals Nathalie van Waterschoot, senior rechter in de rechtbank Amsterdam. Zij stelt dat jeugdzorg ouders in valse rapportages onterecht kan framen. ,,Als de gezinsvoogd het voor waar verkondigt, dan spreekt de rechter hier doorgaans zijn zegen over uit waardoor het de schijn van legalisatie krijgt”, vult Smid aan.

,,In die zin zou je bijna denken dat het slechts showprocessen zijn waarbij de uitkomst vooraf al vaststaat, namelijk datgene wat de gecertificeerde instelling aangeeft. Vervolgens zegt de instelling op haar beurt weer dat de rechter dat nu eenmaal bepaald heeft. Het is een doolhof zonder uitgang dus.”

De wanhoop van ouders

Dat het verhaal van Smid niet op zichzelf staat, weet Piet Speelman, pastoraal werker in Folsgare. Speelman is betrokken bij meerdere ouders die te maken hebben (gehad) met jeugdzorg. Hij wil, als buitenstaander in die verhalen, opkomen voor deze ouders, omdat hij hun wanhoop voelt.

Zoals Marleen (gefingeerde naam), moeder van twee dochters. Onlangs belde ze hem, in paniek en ten einde raad. Marleen is manisch depressief, maar het ging veel beter toen ze medicatie ging gebruiken. ,,Ze kreeg een dochter en zorgde zeven jaar goed voor haar.”

Bij de tweede zwangerschap ging het mis. Marleen mocht vanwege haar zwangerschap tijdelijk de medicijnen niet meer slikken en ze werd manisch. ,,Haar omgeving had toen om haar heen moeten gaan staan, maar in plaats daarvan werd er contact opgenomen met de crisisdienst. Hoogzwanger werd ze opgenomen.”

Na de bevalling, ruim een jaar geleden, mocht Marleen met haar kinderen terug naar huis. Maar kort na thuiskomst stonden twee GGZ-medewerkers bij haar op de stoep om te kijken of het wel goed ging. ,,Marleen deed toen wat ik me goed voor kan stellen. Ze was net thuis en vroeg de twee haar met rust te laten. Ze liet blijken dat het prima met haar ging en hield de deur dicht”, zegt Speelman. ,,Kort daarop reed er een politieauto de straat in en twee geüniformeerde politieagenten namen moeder en kinderen mee. De twee dochters werden elders ondergebracht.”

Verlangen

Sindsdien heeft ze haar jongste dochter niet meer gezien. Met haar oudste (7 jaar) mag ze één keer in de week kort spreken. Toen Marleen een keertje extra contact wilde omdat ze had begrepen dat haar dochter ziek was, kreeg ze te horen dat ze zich te houden had aan het vaste contactmoment in de week. Speelman stuurde brieven naar het Regiecentrum Bescherming en Veiligheid en de rechter om voor Marleen op te komen, maar kreeg als standaard antwoord geen belanghebbende te zijn.

,,Begrijpt iemand daar hoe groot het verlangen is van een moeder naar de dochter voor wie ze zeven jaar lang gezorgd heeft? Waarom mag ze haar jongste kind helemaal niet zien? Zijn er gerechtelijke uitspraken waarin staat dat ze uit haar ouderlijke macht is gezet?” De relatie tussen Marleen en de voogd van haar kinderen is inmiddels zodanig verstoord dat ze de berichten van de voogd niet meer leest. Marleen weet niets over een plan van aanpak om de band tussen haar en haar dochters weer te herstellen.

Speelman komt als pastoraal werker vaker in aanraking met dergelijke schrijnende verhalen en wil dat mensen weten dat dit gebeurt. ,,Want deze ouders hebben nog gewoon het ouderlijk gezag, terwijl ze met handen en voeten gebonden zijn. Hoe kan dit gebeuren?”

Ook Smid wil aandacht voor deze problematiek. ,,Het gaat hier om het welzijn van mijn kinderen die speelbal geworden zijn van een falend jeugdzorgsysteem en verkeerde beslissingen van een gezinsvoogd. Dit moet nu stoppen.”

Reacties van de jeugdzorg

Het Leger des Heils en het Regiecentrum Bescherming en Veiligheid kunnen om privacyredenen niet inhoudelijk reageren, maar willen dat wel meer algemeen doen. Marianne Sinot, bestuurder van Regiecentrum Bescherming en Veiligheid, benadrukt dat gezinsvoogden ingewikkeld werk doen, waarbij de hulp aan een gezin vaak na uitspraak van een rechter in een gedwongen kader plaatsvindt. ,,Dat gaat vaak goed, maar soms is er veel weerstand. Vaak is er door gebiedsteams al jaren geprobeerd om hulp in te zetten en een gezin te laten functioneren.”

Veiligheid en welzijn van het kind staan in de hulp centraal. En dat betekent soms dat het contact tussen ouder en kind tijdelijk helemaal stopt. Sinot: ,,Een verregaande en moeilijke beslissing die wij soms moeten nemen om een kind tegen zichzelf en ouders te beschermen. Want kinderen zijn loyaal naar hun ouders. Ook als dat contact schadelijk voor hen kan zijn.”

Volgens Sinot moet er een directe dreiging voor een kind zijn, zoals eerwraak of een dreigende ontvoering, om het op een voor ouders geheim adres te plaatsen. ,,Maar ook dan zoeken we naar mogelijkheden om uiteindelijk het contact tussen ouder en kind te herstellen.”

Ook het Leger des Heils noemt maatregelen zoals contactverbod tussen ouder en kind en het plaatsen van kinderen op een geheim adres ,,ingrijpend”. ,,Een geheime plaatsing is een zware maatregel die kan volgen wanneer kinderen door de ouder(s) onttrokken worden aan het gezag van de afgegeven machtiging tot uithuisplaatsing en het toezicht van de gecertificeerde instelling”, zegt Menno de Boer, woordvoerder van het Leger des Heils.

Hij stelt nadrukkelijk dat kinderen ook op een geheim adres toegang hebben tot onderwijs. ,,Een kind is leerplichtig en moet in principe toegang hebben tot onderwijs of er moeten voorwaarden gecreëerd worden om op een alternatieve manier onderwijs te volgen.” Wel gebeurt het dat kinderen tijdelijk geen toegang tot internet en hun mobiele telefoon hebben ,,wanneer er ernstige zorgen zijn met betrekking tot hun veiligheid”.

Het bevorderen van de gezinsband tussen ouder en kind is wettelijk vastgelegd in artikel 1:262 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek. De Boer: ,,Alleen in ernstige situaties wordt dit recht op omgang door de rechter ontzegd of kan de omgang eventueel door de gecertificeerde instelling tijdelijk stopgezet worden.”

Dit gebeurt volgens hem alleen in situaties waarbij omgang ernstig nadeel oplevert voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind. ,,De ouder kan kennelijk niet in staat zijn tot omgang, of het kind van 12 jaar of ouder heeft zelf ernstige bezwaren. Of de omgang kan om andere redenen in strijd zijn met zwaarwegende belangen van het kind. In dergelijke situaties is er voor de ouder altijd de mogelijkheid om de stopzetting van de omgang door de rechter te laten toetsen.”


De verhalen van Eddy Smid en zijn kinderen en van Marleen zijn complex en kennen twee kanten. Ondanks pogingen van de advocaat van de ex-vrouw van Smid, tevens moeder van de kinderen, heeft zij uiteindelijk besloten om niet mee te werken aan dit verhaal.