Arriva krijgt lagere boetes van de provincie Fryslân als het vervoersbedrijf zich niet houdt aan onderlinge belbus-afspraken

Arriva zal minder hoge boetes van de provincie Fryslân krijgen, wanneer het vervoersbedrijf zich niet houdt aan de onderlinge belbus-afspraken. De bedragen waarmee de provincie in februari dreigde, zijn te hoog ingeschat.

Bushalte van Arriva langs de Rinie van Nautaweg (centrum ) in Gytsjerk.

Bushalte van Arriva langs de Rinie van Nautaweg (centrum ) in Gytsjerk. Foto: Marcel van Kammen

In februari bleek uit eigen onderzoek van de provincie Fryslân dat vervoersbedrijf Arriva niet voldeed aan de gestelde afspraken. Dat gold zowel voor de belbus (op vaste buslijnen) als de ‘Opstapper’ (waarbij taxibedrijven worden ingeschakeld voor thuis- en ophaalservice). De onderzoeken werden in het najaar van 2020 gedaan door een mystery guest die vijftig ritten maakte met de bussen.

Voor drie zaken wilde de provincie boetes geven. Ten eerste omdat er in veel belbussen geen ov-chipkaartapparatuur aanwezig was, waardoor de undercover reiziger gratis kon meereizen. In de tweede plaats omdat de herkenbaarheid van de Opstapper en belbus onvoldoende zou zijn. En als laatste zou de telefonische dienstverlening niet volgens afspraak verlopen.

Herhaalonderzoek

De boetes voor het niet nakomen van de afspraken krijgt Arriva nóg niet. Vanaf 1 juli wil de provincie een herhaalonderzoek uitvoeren met een undercover reiziger. Als de problemen dan nog steeds gelden, komen de boetes wél bij Arriva op de mat. Als die boetes er komen, zullen die lager zijn dan aanvankelijk bekend werd. Voor elk voertuig met ontbrekende ov-apparatuur gaat het bedrag omlaag van 14.500 euro naar 3600 euro. Voor de slechte herkenbaarheid wordt de boete bijgesteld van 1250 euro naar 1100.

Dat heeft te maken met het zogenoemd ‘economisch voordeel’ dat in de boete zit. Dat wil zeggen: de provincie eist dat Arriva het geldbedrag, dat is bespaard door de benodigdheden niet aan te schaffen, aan haar betaalt. Gedeputeerde Avine Fokkens: ,,Arriva was te laat met de apparatuur, het had in de bus moeten zitten ten tijde van de controle. Dat is een overtreding.”

Maar dat economisch voordeel (de aanschafkosten) blijkt uit facturen van Arriva veel lager dan de provincie inschatte. Een ov-apparaat kost geen 12.000 euro maar 1600. En een busbordje voor de herkenbaarheid is geen 250 euro, maar 100.

Mystery guest

Anders dan Arriva verzocht, wil de provincie de boetes voor het ontbreken van ov-apparaten niet nóg lager maken. In een brief aan Arriva schrijft zij: ‘Dat afhankelijk van de aanwezigheid van de ov-chipkaartapparatuur wel of niet betaald moet worden voor een rit, ondermijnt het imago van het openbaar vervoer, levert onzekerheid op voor de reiziger, werkt discriminerend (omdat de ene reiziger wel moet betalen en de andere niet) en werkt misbruik in de hand.’

Opvallend is dat de mystery guest in 2019 dezelfde overtredingen al constateerde bij Arriva. Een woordvoerder van Arriva liet in februari weten dat de problemen in 2020 het gevolg waren van de coronacrisis. De ov-apparatuur zou al in 2019 aangeschaft zijn, maar liet door de pandemie op zich wachten.

Gedeputeerde Fokkens heeft goede hoop dat het ov-bedrijf vanaf 1 juli de zaken op orde zal hebben. ,,Die opdracht hebben we hen gegeven. Daar gaan we gewoon op handhaven. Maar ik ga ervan uit dat ze vanaf 1 juli de boel op orde hebben.”

Overigens wil de provincie het aantal Opstappers in de provincie sowieso terugschroeven en de ritten duurder maken. Als dat niet gebeurt, verwacht de provincie een extra kostenpost op de begroting van zes ton.