Bezoekverbod verpleeghuis in Witmarsum maakte een echt afscheid van Jan Hoekstra onmogelijk voor zijn kinderen: 'Het blijft onbevredigend'

Jan Hoekstra overleed in november 2020 aan corona. Door een bezoekverbod in zijn woonzorgcentrum in Witmarsum was hij in zijn laatste dagen veel alleen. Zijn kinderen zitten daar nog erg mee. „Het blijft onbevredigend dat je er niet op dat moment niet voor je vader bent geweest.”

Een aankondiging op de deur van een verpleeghuis om bezoek zo veel mogelijk te beperken.

Een aankondiging op de deur van een verpleeghuis om bezoek zo veel mogelijk te beperken. Foto: ANP

Zijn vier kinderen herinneren hem als een sportief man. Vier keer nam Jan Hoekstra deel aan de Elfstedentocht. Tijdens de barre tocht van 1963 werd hij van het ijs gehaald, maar in 1985, 1986 en 1997 schaatste hij de tweehonderd kilometer uit en kreeg hij het kruisje. Meer dan veertig keer reed hij de Fietselfstedentocht uit en ook de wandelkoers deed hij nog op latere leeftijd. Door de Tocht der Tochten zowel op de schaats als op de fiets en te voet te volbrengen, sleepte Hoekstra het eervolle Elfstedenbrevet in de wacht.

Zijn leven veranderde ingrijpend toen hij bij een openhartoperatie in 2018 een herseninfarct opliep, een zeldzame complicatie. „Mijn vader was hierdoor heel kwetsbaar geworden”, vertelt dochter Rina Hoekstra. „We hebben als kinderen een hechte familieband en we hebben altijd goed contact gehad met onze vader. We zorgden al wat meer voor hem sinds onze moeder was overleden in 1997, maar sinds dat herseninfarct leunde hij nog meer op ons.”

Zelfstandig wonen ging niet meer. Al snel werd een geschikte plek voor hem gevonden en verhuisde hij van de Leeuwarder wijk Bilgaard naar Witmarsum. Daar was het voormalige gemeentehuis van Wûnseradiel door de particuliere zorgorganisatie Wonen bij September omgebouwd tot kleinschalig appartementencomplex voor ouderen met dementie. „Het is een heel mooi gebouw met fraaie, ruime appartementen”, zegt dochter Rina. „En het zorgpersoneel werkt hard en is superaardig en betrokken.”

Isolatie

De zogenoemde tweede golf van het coronavirus sloeg hard toe in het huis in Witmarsum. Op 22 oktober 2020 werd een eerste besmetting vastgesteld bij een zorgmedewerker. In de dagen daarop werden meer medewerkers en bewoners ziek. Op 26 oktober besloot de leiding van het woonhuis tot een volledig bezoekverbod, een dag later moesten alle bewoners in isolatie.

Jan Hoekstra bleek toen al Covid-19 te hebben opgelopen. Bron- en contactonderzoek van de GGD wees uit dat hij in de ochtend van 27 oktober bij het gezamenlijke ontbijt door een medebewoner was besmet. „Mijn vader had geen Alzheimer, dus hij wist wat corona kon betekenen. Hij was er echt bang voor. Hij was door het herseninfarct ook emotioneler geworden. Toen hij corona kreeg, zei hij huilend en in paniek aan de telefoon: ‘Dit sil myn dea wol wurde, dit oerlibje ik net.’”

Aanvankelijk leek dat mee te vallen. „Ik was in het begin wel hoopvol”, vertelt zoon Pieter Hoekstra. „De eerste paar dagen had hij een hese stem en hoestte hij veel, maar het leek prima te gaan. Ik belde hem dagelijks wel een paar keer. Hij was altijd gericht op zijn mobiele telefoon, die had hij altijd bij zich. Maar op een gegeven moment nam hij niet meer op. Vreemd, dacht ik. Omdat het personeel het druk had, konden we slechts eens per dag, op een vast tijdstip naar het huis bellen. We hoorden dat hij erg afwezig was, mentaal in de war en onrustig. Hij is ook een paar keren gevallen in zijn appartement. Hij was erg in paniek en wilde zijn kinderen om zich heen hebben. Maar dat was niet mogelijk. We werden gerustgesteld dat het toch best goed ging met onze vader.”

Dubbel beeld

Zoon Pieter wilde toch maar een dokter laten langskomen, maar ook de huisartsenpost die hij belde vond dat - na overleg met het woonhuis - niet nodig. „Dat gaf ons een dubbel gevoel. Onze vader had nauwelijks energie, hij kreunde en at slecht, en wij werden als kinderen gezien als overbezorgd. Die dingen liepen door elkaar heen.”

Langsgaan was ondertussen nog steeds niet mogelijk. „De leiding van het woonhuis kon ons dat niet toestaan, dus hebben we contact gezocht met de raad van bestuur. Maar die zei keihard nee. Dat vond ik toen pittig.”

Volgens Rina Hoekstra had dat bezoek wel gekund. „In ziekenhuizen mochten mensen wel op bezoek bij patiënten. En minister De Jonge had gezegd dat hij een bezoekverbod in verzorgingshuizen, zoals bij de eerste golf, zoveel mogelijk wilde voorkomen.”

Op vrijdag 13 november gaat vader Jans toestand plotseling in rap tempo achteruit. Het zuurstofgehalte in zijn bloed keldert. Er komt een huisarts langs die medicatie en zuurstof voorschrijft.

„De leiding vertelde ons aanvankelijk dat er maar één persoon bij hem langs mocht”, zegt Pieter Hoekstra. „Eén zus is toen gegaan. Maar diezelfde vrijdagmiddag besloten wij allemaal ook langs te komen, want het ging toen echt hard achteruit. We werden ook niet tegenhouden. Dat snap ik achteraf wel. Er was een officiële lijn die moest worden gevolgd, maar men had ook wel begrip.”

Echt afscheid nemen komt er echter niet meer van, want communiceren met hun vader is dan al amper meer mogelijk. Hij overlijdt de dag erop.

Geschillencommissie

In de maanden daarna blijft de familie worstelen met hoe het met vader Jan is gelopen in zijn laatste levensdagen. „Je pakt het gewone leven wel weer op, maar het blijft onbevredigend dat je er niet kon zijn op het moment dat je er juist voor je vader wilde zijn”, zegt Pieter Hoekstra.

De nabestaanden vinden daarnaast dat zijn situatie medisch verkeerd is ingeschat. „In sommige verpleeghuizen is er een specialist ouderengeneeskunde, maar hier is de huisartsenpraktijk in het dorp het enige aanspreekpunt”, zegt Rina Hoekstra. „Het personeel is erg ingesteld op dagelijkse verzorging en gezelligheid, maar minder op zulke ernstige omstandigheden.”

Het leidt ertoe dat ze een klacht indienen, die rechtstreeks wordt neergelegd bij een geschillencommissie. Er volgt een briefwisseling waarin het bestuur van Wonen bij September zegt zich niet te herkennen in het beeld dat de medische situatie destijds niet goed is ingeschat. Het bezoekverbod wordt verdedigd onder verwijzing naar de toen geldende noodverordening van de Veiligheidsregio Fryslân. Die stond bezoek alleen toe als de bewoner in de stervensfase verkeerde en het risico op virusverspreiding niet werd vergroot.

„Die reactie vonden we nogal defensief en teleurstellend”, zegt Pieter Hoekstra. „Ik snap dat je de verspreiding van corona probeert tegen te gaan, maar de situatie was daar toen zo, dat iedere bewoner al geïsoleerd in zijn eigen appartement zat. We hadden via de huisarts allerlei persoonlijke beschermingsmiddelen gekregen. Er was geen kruisbesmetting mogelijk.”

Meer begrip

Er volgt een reactie van de nabestaanden en in een tweede verweerschrift wordt meer begrip getoond voor het standpunt van de familie. Het bestuur erkent dat de organisatie tijdens de pandemie niet aan alle wensen tegemoet heeft kunnen komen en dat ze dat liever anders had gezien.

„Als ze meteen spijt hadden betuigd over het feit dat ze niet de gelegenheid hebben geboden voor bezoek, dan had ik dat prima gevonden en had ik er een punt achter kunnen zetten. Voor mij is het belangrijkste punt dat ouderen het recht moeten hebben op bezoek als ze ziek zijn, zeker als ze een reëel risico lopen om hieraan te overlijden.”

De volgende stap van de nabestaanden is een hoorzitting. Tot die tijd kan Wonen bij September geen inhoudelijke uitspraken doen over deze zaak, zo laat een woordvoerder weten. „Het raakt ons dat de familie deze situatie zo heeft ervaren en wij hopen dat zij het overlijden uiteindelijk een plek kunnen geven. Wij staan in ieder geval open voor een gesprek met de familie.”

Dit is het slotartikel van de zomerserie waarmee het Friesch Dagblad inzoomt op de impact van het coronavirus en de maatregelen daartegen op de samenleving.