Bij de Friese Indiëherdenking kan niemand om de actualiteit heen

Na de sobere bijeenkomst van vorig jaar, was het beeld van de 29ste Friese Indiëherdenking in het Rengerspark in Leeuwarden woensdagavond bijna weer als vanouds.

Oud-commandant der strijdkrachten Dick Berlijn spreekt op de herdenking.

Oud-commandant der strijdkrachten Dick Berlijn spreekt op de herdenking. Foto: JACOB VAN ESSEN

Bijna, want de plastic stoeltjes van de ruim honderd aanwezigen stonden op afstand van elkaar in het gras opgesteld. Helemaal vooraan verzorgde het Frysk Seniorenorkest de muzikale bijdrage. Onder de aanwezigen waren (oud-)militairen, politieagenten, medewerkers van de Vliegbasis Leeuwarden, hoogwaardigheidsbekleders en nabestaanden van de (omgekomen) Friese militairen in Nederlands-Indië.

Tettie Stiemsma-Walda uit Lioessens sprak als eerste. Zij verving Jakob Hoogsteen, die na 25 jaar afscheid neemt van zijn rol als secretaris van de stichting Indië - Monument Friesland.

Actualiteit

Daarna kwam voorzitter Roel Sluiter aan het woord. Hij legde al snel een link met de actualiteit ,,De eerste naoorlogse militaire missie van Nederland , in 1946, ging naar Nederlands-Indië. De laatste missie was tot voor kort in Afghanistan. Vanuit Indië keerden 168 Friese militairen niet meer terug. De missie was volgens velen mislukt. Nu in Afghanistan loopt onze missie ook af op een mislukking. Maar ook daar hebben mensen een offer gebracht. Dat mogen we nooit vergeten. Dat maakt het belang van herdenken zo groot.”

Familiegeschiedenis

Oud-commandant der strijdkrachten Dick Berlijn nam in zijn rede een deel van zijn familiegeschiedenis mee naar Het Rengerspark. Zijn grootouders zochten begin twintigste eeuw het geluk in Indië. Zijn vader werd er geboren, maar het huwelijk strandde en de vader van Berlijn vertrok als klein jongetje uiteindelijk met zijn moeder weer terug naar Nederland.

De vader van Berlijn studeerde aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) en was infanterist bij het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL). ,,Mijn vader vertelde weinig over die tijd, maar als hij dat deed vertelde hij altijd met veel respect. De Molukse eenheid noemde hij het dapperst. Ze waren voor niets of niemand bang. Moedige jongens waren het.”

Toen de militairen na de capitulatie van Japan terugkeerden naar Nederland, werden de Molukse soldaten gerepatrieerd. ,,Maar ze verloren hun militaire status”, vertelt Berlijn. ,,De Nederlandse regering maakte zich niet hard voor hun positie. Ze voelde zich verlaten.”

Hij moest daar later vaak aan denken toen hij zelf commandant werd bij de Leeuwarder vliegbasis. ,,Het was de tijd waarin Molukse jongeren recht wilden doen aan dat onrecht dat hun ouders was aangedaan.” Berlijn was piloot toen in 1977 vanaf de vliegbasis Leeuwarden twee starfighters uitvlogen tijdens de treinkaping bij De Punt om een schijnaanval op de trein uit te voeren. Dit luidde uiteindelijk de actie in waarbij de gijzeling met geweld werd beëindigd.

,,Bijna iedereen in Nederland steunde die ingreep met geweld om een einde aan de treinkaping te maken”, vertelt Berlijn. ,,Maar voor mij voelde het dubbel. Omdat ik hun kant van het verhaal van huis uit had meegekregen en begreep dat deze jongeren opkwamen voor het onrecht dat hun ouders was aangedaan.”

Geweld in Afghanistan

Ook Berlijn werkte in zijn verhaal toe naar de actualiteit. Naar het geweld in de Arabische wereld, in onder andere Syrië en Afghanistan. Hij refereerde aan het Verdrag van Sèvres dat op hetzelfde moment werd ondertekend als het Verdrag van Versailles, een verdrag tussen de geallieerden en het Ottomaanse Rijk. ,,Het verdrag van Versailles en wat dat teweeg heeft gebracht, weet iedereen. Dat tweede verdrag kent niemand. Terwijl het einde betekende voor het Ottomaanse Rijk. Daar is tot op de dag van vandaag in de Arabische wereld nog steeds boosheid en frustratie over. Maar zolang wij ons niet verdiepen in dat verhaal, komen we nooit een stap dichterbij.”

Zijn boodschap luidde dan ook: blijf met elkaar in gesprek. Houd oog voor de geschiedenis van de ander. ,,Alleen dan kunnen we de wereld vreedzamer maken voor onze kinderen.”

Na een minuut stilte en het Wilhelmus werden er meerdere kransen bij het monument De Deadenwacht in het Rengerspark gelegd. Dit gebeurde onder andere namens Stichting Indië-Monument Friesland, de Vereniging van Friese Gemeenten en namens alle Indiëbataljons. Ook nabestaanden kwamen één voor één naar voren om een bloem bij het het monument neer te leggen.