Boeren met hoger waterpeil vraagt voor elk bedrijf een andere aanpak

Om veehouderij in het veenweidegebied een toekomst te geven, moet per bedrijf naar een oplossing worden gezocht. En dan nog is het de vraag of er voor alle boeren in dat gebied met de huidige mogelijkheden een oplossing is.

Koeien in een weiland bij Gersloot, waar het onderzoek in de regio plaatsvond.  Foto: Marchje Andringa

Koeien in een weiland bij Gersloot, waar het onderzoek in de regio plaatsvond. Foto: Marchje Andringa Foto: Marchje Andringa

Dat blijkt uit een onderzoek dat de afgelopen twee jaar is uitgevoerd bij drie bedrijven in De Mieden bij Gersloot. Gisteren presenteerde Lenneke Büller, projectleider gebiedsontwikkeling Aldeboarn De Deelen, de resultaten op het Veenweidesymposium Fryslân bij hogeschool Van Hall Larenstein in Leeuwarden.

Lees ook: Projectleider Lenneke Büller: ‘Natuursubsidies niet geschikt voor veenweide’

Het veenweidegebied staat volgens Büller voor de uitdaging een halt toe te roepen aan de bodemdaling en de enorme CO2-uitstoot door het uitdrogende veen. Vooral de veenlaag in het gebied tussen Heerenveen, Drachten en Grou loopt het risico binnen dertig jaar volledig te zijn verdwenen.

Vernatting

Om verdere daling en CO2-uitstoot tegen te gaan is een hoger waterpeil nodig. Tegelijkertijd moet ook rekening worden gehouden met boeren die generaties in dat gebied een boterham verdienen. ,,De boeren die ik sprak, vertelden me dat de politiek geen idee heeft wat peilverhoging voor hun bedrijven betekent” zegt Büller. ,,Volgens hen wordt door de politiek te gemakkelijk gedacht dat er wel een oplossing is.”

Er moet een aparte regeling voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer komen voor veehouders in het veenweidegebied. ,,Er zijn regelingen nodig van bijvoorbeeld twintig of dertig jaar" https://t.co/DEMZsSDjRV

— Friesch Dagblad (@frieschdagblad) April 12, 2019

Volgens Büller schrokken zowel zij als de boeren van de snelheid waarmee de bodem in het veenweidegebied zakt. Tussen 2015 en 2050 komt het maaiveld ruim twintig centimeter lager te liggen, wat zonder verdere peilverlaging een enorme vernatting van het gebied betekent.

Voor de drie bedrijven, die in eenzelfde peilvak liggen, is gekeken naar de gevolgen voor de boer bij drie scenario’s: als het waterpeil wordt gehandhaafd op -1,80 meter NAP en de grond dus vernat door de bodemdaling; datzelfde scenario tot 2038 met daarna een peilverlaging tot - 1,90; en een peilverhoging tot -1,50 waarna het peil vanaf 2020 meezakt met het maaiveld tot -1,70 meter in 2050.

Aanzienlijke schade

De schade voor de boer bij het derde scenario bleek het grootst, al verschilt dat per bedrijf en varieerde het van 519 tot 765 euro per hectare. ,,Een aanzienlijk bedrag, want bij een bedrijf van zeventig hectare heb je het in het laatste geval wel over 53.550 euro per jaar.”

Bovendien zijn dan de langetermijneffecten onzeker. ,,Er is in onze berekening geen rekening gehouden met mogelijke gevolgen als lagere gewasopbrengsten, verontkruiding, een slechtere bodemstructuur en het effect op de diergezondheid.”

Volgens de boeren wordt door de politiek te gemakkelijk gedacht dat er wel een oplossing is

Een andere bedrijfsopzet kan volgens Büller het verlies door het hogere peil opvangen. Zo kan de boer gecompenseerd worden door vergoeding voor waterberging, beheer van natuurvriendelijke oevers en een hogere melkprijs. Ook kan hij zijn afname van CO2-uitstoot voor het hogere waterpeil verkopen via het Valuta voor Veen-project.

Bedrijsvoering

Maar niet alle drie bedrijven redden het met de nieuwe aanpak. Een van de drie, een biologische melkveehouderij, krijgt al meer geld voor zijn biologische melk. En door zijn ligging voldoet het niet aan de droogleggingsnorm voor het zogenoemde zwaar vogelbeheer, waar de hoogste vergoeding voor geldt. Die boer zou het dan ook niet redden, luidt de conclusie.

Het grootste probleem is echter volgens boeren dat de huidige compensatieregelingen op zóveel terreinen tekortschieten dat een overstap naar een andere bedrijfsvoering er niet inzit. Büller: ,,Zo zijn de vergoedingen voor natuurbeheer kortlopend en is het budget beperkt. Hetzelfde geldt voor de vergoedingen voor het waterbeheer. En Valuta voor Veen is nog maar een proef en de vergoeding staat in geen verhouding tot het inkomstenverlies door waterpeilverhoging.”

Veenweidegebied

Een van de aanwezigen vroeg of boeren dan niet beter stroom op hun land kunnen produceren dan melk. ,,Financieel gezien kan dat beter uit” bevestigde Hans van der Werf, directeur van de Friese Milieufederatie. ,,Een zonneweide levert zo vijf- tot zevenduizend euro per hectare op. Gemeenten worden ook overstelpt met aanvragen van projectontwikkelaars. Maar ze zijn nog wel terughoudend.”

Als bewoner van het gebied hoopt Büller dat boeren niet die richting op gaan. ,,Het veengebied is in het verleden ook een energielandschap geweest. Maar als burger zou ik het pijnlijk vinden als dit gebied vol zonneweides komt te staan.”

Lees ook: Tekort Wetterskip leidt mogelijk tot hogere lasten

Nieuws

Meest gelezen