Nazorgers plaatsen van nestbeschermers en paaltjes om aan te geven waar de nesten zitten.

Ruim 90 procent van de boeren wijt afname weidevogels vooral aan toename van predatoren

Nazorgers plaatsen van nestbeschermers en paaltjes om aan te geven waar de nesten zitten. Foto: Jeroen Horsthuis

Ruim 90 procent van de boeren wijt de enorme afname van weidevogels in de afgelopen decennia aan toename van predatoren. Dat blijkt uit een, mede door de provincie Fryslân ondersteund, onderzoek van adviesbureau Agrio en Geelen Consultancy onder 1095 boeren.

Naast predatoren als de vos, reiger en marter denkt ruim 42 procent van de boeren dat ook het verdwijnen van weidegrond vanwege de komst van wegen en zonneweides slecht is voor de weidevogels.

Andere negatieve factoren zijn volgens de boeren verruiging van natuurgronden (35,3 procent), en een te lage beloning voor weidevogelbeheer (19,5 procent).

Landbouwmachines

Maar weinig boeren geven aan dat de intensivering van de landbouw een mogelijke rol heeft gespeeld bij de decimering van de weidevogelstand. Zo denkt 6,7 procent dat de raaigrasvelden van invloed zijn en 10 procent ziet de lage waterstand als mogelijke oorzaak. Bijna 15 procent van de boeren denkt dat het gebruik van zware landbouwmachines ongunstig is voor de weidevogelstand.

Volgens Astrid Manhoudt, lector weidevogels aan hogeschool Van Hall Larenstein, is wijzen naar de predatoren te eenzijdig. ,,Er is een heel rijtje factoren aan te wijzen als oorzaak van de afname. Minder kruidenrijk grasland, een lage waterstand, intensieve bemesting en vaker maaien hebben daar ook zeker te mee te maken.”

Vos en marter

Jan Teade Kooistra van LTO Noord denkt niet dat uit het onderzoek geconcludeerd kan worden dat het overgrote deel van de boeren predatoren als dé oorzaak ziet van de slechte stand van de weidevogels.

Het geeft volgens hem vooral aan dat boeren denken dat de aanpak van de vos, steenmarter en andere predatoren op korte termijn het meest gunstige effect heeft op de vogelstand. ,,Fansels wit de boer ek dat djipteontwettering en de nije greide foar greidefûgels gefolgen hat. De hiele biotoop sa perfekt mooglik meitsje foar greidefûgels soe fansels it bêste resultaat jaan, mar dat is net realistysk.”

Hij noemt het opvallend dat niet alleen de boeren maar ook de vogelwachters en de collectieven pleiten voor het afschieten van predatoren. ,,Se sjogge allegear dat de predaasje de lêste jierren enoarm tanaam is. It binne benammen ekologen, dy ’t dêr tsjin fersette. Mar dat binne net de praktykminsken dy ‘t yn it fjild komme.”

Juist de predatie ontneemt boeren volgens hem de lust meer aan weidevogelbeheer te doen. ,,As jo in kear meimakke dat der op in jûn tweintich nêsten leechfretten wurde, fergiet dy ‘t de lust in stik lân mei krûdenryk gers yn te bringen.”

Volgens hem moet breder worden erkend dat Nederland een beheersland is geworden waar je de predatoren niet hun gang kan laten gaan. Henk de Jong van de Bond Friese Vogelwachten wilde de cijfers van het onderzoek nog nader bestuderen voor hij een reactie kan geven.

Bemoeizucht

Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat bijna 70 procent van de boeren aan weidevogelbeheer doet zonder daarvoor beloond te worden. Het markeren van nesten is de meest voorkomende vorm van beheer. Een kleine 8 procent van de ondervraagde boeren gaf aan niets aan weidevogelbeheer te doen.

Ruim de helft van de boeren zou meer willen doen. De hoge predatiedruk, te weinig vergoeding en te veel bemoeizucht van de overheid zijn redenen daar toch van af te zien. De helft van de boeren zou meer willen weten hoe ze het beste vallen voor predatoren kunnen zetten. Bijna 40 procent gaf aan meer te willen weten over kruidenrijk grasland.