Bos, heide en zand in het Drents-Friese Wold in de buurt van Appelscha vervelen nooit | Friese kuiers

Toegegeven, het Drents-Friese Wold ligt in Fryslân en Drenthe, maar Appelscha is toch echt een Fries dorp. De vierde Friese kuier gaat door het bos en over de heide.

Je kunt heerlijk dwalen over de heide en de zandverstuivingen van het Drents-Friese Wold.

Je kunt heerlijk dwalen over de heide en de zandverstuivingen van het Drents-Friese Wold. Foto: Ineke Evink

Het was de vorige keer goed bevallen om vroeg op de dag te gaan wandelen. Dus toen de bossen van Appelscha op het programma stonden en de weerman in de middag regen bleek te verwachten, was de keus snel gemaakt. Vroeg op pad, samen met levensgezel.

Ik had meer redenen om Appelscha als bestemming te kiezen dan de bossen alleen. Het was ook een sentimental journey . Toen onze kinderen klein waren woonden we in Oosterwolde en was Appelscha de uitgelezen plek om te gaan wandelen. Ik zie mezelf nog door het mulle zand van het Aekingerzand ploegen met de wandelwagen, en met echtgenoot die de voorkant van het ding omhoogtilde zodat hij niet helemaal vastliep. De kinderen kregen nooit genoeg van het bos, want die voorkeur is gelukkig erfelijk.

We kozen daarom de Terwisscha-route van Staatsbosbeheer, die over de Kale Duinen voert. In ieder geval, dat dacht ik, want tijd om echt goed te kijken had ik mezelf niet gegund. Dom.

Paradijselijk

Toch maar een vaste route deze keer. Daar zitten natuurlijk voordelen aan. Parkeren bijvoorbeeld is nooit een probleem, want daar is de route op afgestemd. Bij het Buitencentrum Drents-Friese Wold is plaats genoeg, en al helemaal als het nog vroeg is. Er staat geen enkele auto, op eentje van Staatsbosbeheer na. Je kunt zelfs na afloop meteen neerstrijken op het terras naast de parkeerplek, mocht daar behoefte aan zijn.

De voordelen van vroeg wandelen zijn talrijk. Je hebt minder last van insecten, al durf ik dat nauwelijks nog hardop te zeggen. De achteruitgang van het aantal insecten is immers dramatisch. Mensen kom je al helemaal niet tegen, op een eenzame jogger na, en twee mannen die onder het wandelen al zwaaiend armoefeningen doen. Ik houd mijn gezicht in de plooi en zij groeten vriendelijk.

En we ontmoeten een vrijwilliger van Staatsbosbeheer, die niet uitgepraat raakt over de paradijselijke situatie waar hij, na een paar jaar grote stad, in terechtgekomen is. We hebben alle begrip voor zijn enthousiasme.

Staatsbosbeheer heeft de afgelopen dertig jaar de zaken voortvarend aangepakt, zo blijkt al meteen aan het begin van de wandeling. Niks geen moeizame wandeling met wandelwagens, er is nu een speciaal Familiepad, dat helaas slechts twee kilometer beslaat. Daarnaast zijn er nog vier wandelroutes, variërend van 5,6 tot 11 kilometer. De Bultwandeling heb ik onlangs nog gelopen, dus nu wordt het de Terwisscha-route van 5,6 kilometer.

Het Drents-Friese Wold heeft er alles aan gedaan om aantrekkelijk te zijn voor kinderen, getuige de paaltjes met kaboutergezichtjes er op, en een speelparkje.

Ik twijfel over de kabouters. Als kind liep ik uren met ouders en grootouders door het bos, zonder dat er speciaal iets voor de kinderen was. En dat hoeft volgens mij ook helemaal niet. Er is in een bos zo veel te zien, te horen, te ruiken en te ontdekken dat je daar helemaal geen kabouterpaaltjes voor nodig hebt.

Ik zag de elfjes vroeger zo wel zitten op de elfenbankjes, en dat de paddenstoelen een kabouterinrichting bevatten, sprak vanzelf, al vond ik ze wel erg klein voor dat doel. In elk holletje dat ik tegenkwam, woonde wel een dier.

‘Maar de kinderen vinden het leuk’, hoor ik al. Dat zal best. Maar is het niet beter kinderen te leren goed om zich heen te kijken, en zelf van alles uit te vinden? Leer ze de namen van de planten en de bomen, desnoods met een app erbij. Laat ze eens stilstaan en luisteren.

,,Het bos wordt zo een soort Efteling”, mopper ik tegen echtgenoot. ,,En dat hoeft niet want het is van zichzelf al mooi genoeg. Je leert kinderen op deze manier alleen maar af om zelf te kijken en te ontdekken.” Maar ja, ik vond de Sprookjeshof als kind ook al niks.

Verleidelijke zijpaden

Even verderop is het dan toch echt bos geworden. Bos op zandgrond, op heuvels, met dennen, beuken en eiken. Het betonpad wordt gelukkig een zandpad. Ik heb al snel een beetje spijt van mijn keuze voor een vaste route. Wat een mooie zijpaden zijn er, en waar zouden ze naartoe leiden? Maar ja, dat zal ik nooit ontdekken want ik loop een route.

We lopen tegen een groot, kaal veld aan. De bomen die er stonden zijn gekapt, er groeit nu gras, pijpenstro, heide en boompjes van een halve meter. Er staat een hek omheen van paaltjes met drie draden ertussen gespannen. Geen idee wat hier gaande is en wie hier buiten de deur gehouden moeten worden.

Heide is hier wel meer te zien, mooie groene heide, en niet de bruine die ik elders zo veel zag. Al dat gras is wel jammer, want dat is een slecht teken. Gras, en ook de overmaat aan bramen en brandnetels, is een teken dat er te veel stikstof neerslaat. Daar krijg je zure grond van.

Dat weten we natuurlijk wel, maar hier wordt het aanschouwelijk. Onlangs hoorde ik van een boswachter dat er vogeltjes uit het ei kruipen die meteen weer doodgaan: er zit te weinig kalk in de botjes zodat ze meteen breken. En dat is zo omdat de hele omgeving te zuur is. Ik word weer even net zo treurig als toen ik het op de radio hoorde.

Honden

We laten het veld rechts liggen en slaan een pad van betonplaten in, met in de verte een viaductje. Maar vlak daarvoor slaan we rechtsaf, een zandpad in. Honden mogen hier los van de riem lopen, vermeldt een bordje. In de bermen groeit sterretjesmos (oftewel haarmos), met recht omhoog groeiende draadjes en sporendoosjes eraan.

Jakobskruiskruid staat hier ook, een plant die zich goed thuisvoelt op zandgrond. Op veel plekken is het zandpad bedekt met een laag dennennaalden. Dat loopt heerlijk zacht, alsof je op kussentjes loopt. En het knispert lekker.

En dan zijn we eindelijk waar we vroeger vaak kwamen: de Kale Duinen. Dat wil zeggen, in de verte zien we het witte zand liggen, want de Terwisscha-route loopt er niet doorheen, ontdekken we nu. Hadden we nu toch maar de route door de Kale Duinen genomen… Gelukkig duurt de zomer nog lang.

Waterwingebied

Dit deel van het Drents-Friese Wold is waterwingebied. Overal staan betonnen putten met metalen deksels er op, en kleinere metalen paaltjes met ronde bordjes. Ze lijken al behoorlijk oud. Achter een hek met een streng bordje erop staat een gebouwtje waaruit onheilspellend gepiep klinkt. Doorlopen maar.

We zijn nu echt in een ander gebied aangekomen. Verderop liggen donkere naaldbossen groengrijs tegen de horizon. Midden in het veld staan een paar dode bomen als grote antennes in het landschap. De ene is duidelijk een lariks, je ziet de kegels van ver aan de takken. Er staan opvallend veel dode lariksen hier. Komt dat van de droogte?

Aan de andere kant, vóór het zandduinlandschap, groeit vooral gras en hier en daar een dennenboompje. Even verderop staat vlak langs het pad een grote dennenboom, de wortels half blootliggend door weggewaaid zand. Daartussen zou je als kind toch rustig een kwartier kunnen zoeken naar elfjes en kabouters.

Opeens liggen er op het grijzige zandpad allemaal kleine hoopjes knalgeel zand met een klein gaatje in het midden. Zouden hier mieren aan het werk zijn? Ze lijken lukraak verspreid, zonder plan. Alsof er een mierenvolk onder de grond leeft, dat een beetje de weg kwijt is.

Is dit echt natuur?

Staatsbosbeheer vraagt met een bord met foto’s en tekst aandacht voor de tapuit, de boomleeuwerik en de nachtzwaluw, die hier broeden. Zulke informatieborden staan op meer plekken.

Aan de ene kant prima, aan de andere kant moet ik dan ook steeds denken aan de beroemde dichtregels van J.C. Bloem: ‘Wat is natuur nog in dit land? Een stukje bos, ter grootte van een krant.’ Niks ten nadele van dit prachtige gebied, maar echte natuur? Nee.

Dat is natuurlijk al heel lang zo. Zandverstuivingen als de Kale Duinen zijn ooit ontstaan door wanbeheer. De heidevelden werden in het verleden te veel begraasd door de schapen en de heide werd te veel afgeplagd. De plaggen werden gebruikt in de potstal en als bemesting van de akkers.

Maar te veel plaggen beschadigde de heidevelden zo erg dat ze verdwenen, en alleen de onderliggende zandlaag overbleef. Als het eenmaal zo ver was, vormde de zandverstuiving een gevaar voor omliggende dorpen en akkers, die door een storm onder een laagje zand kwamen te liggen. Soms werden hele dorpen bedreigd doordat de zandverstuiving zich steeds meer uitbreidde.

Tegenwoordig is het juist zaak de zandverstuivingen te behouden, omdat ze nu als natuurgebied worden beschouwd, met een eigen biotoop die dieren kent als de tapuit en de boompieper. Nederland is trouwens vrij uniek met zijn zandverstuivingen. Je vindt ze bijna nergens anders, behalve nog een paar in Vlaanderen.

Doorboord hertshooi

Een bruingrijs boomkikkertje kruist ons pad. Slechts een paar centimeter groot, hipt hij haastig naar de overkant. Hij haalt het omdat wij hem voorrang geven. Een soortgenoot even verderop was minder gelukkig.

En dan zie ik opeens bosbessenstruiken. Er zit nog niets aan, geen bessen en geen bloemen. Of zie ik ze over het hoofd? Verderop staat sint-janskruid, oftewel ‘doorboord hertshooi’, wat ik persoonlijk een mooiere naam vindt. Als je de bloemblaadjes tegen het licht houdt, kun je piepkleine gaatjes zien, vandaar ‘doorboord’.

Ooit maakte ik er een soort thee van, ter bestrijding van zonnebrand. Het hielp. De olie die ervan wordt gemaakt, helpt ook tegen zonnebrand, en tegen schrale plekken en schaafwonden.

We steken een smalle weg over en belanden in een beukenbos. Nergens is het licht mooier dan in een beukenbos: zacht lichtgroen. Dat geeft een heel eigen sfeer. Onder de beuken groeit bijna niets, ze hebben een oppervlakkig wortelstelsel en nemen dus veel water weg dat anders door andere planten gebruikt had kunnen worden. Daarom liggen er alleen afgevallen beukenblaadjes op de grond. Maar een beuk is zo mooi, hij is het helemaal waard.

Vlak tegen het pad aan liggen met mos bedekte walletjes. Landschapjes op zich!

Kunst

Langs het pad staat een houten beeld dat het midden houdt tussen een inktvis, een plant en een spook. Hij zal wel onderdeel uitmaken van de route voor kinderen. Er staan meer van dat soort houten beelden. We kwamen al een houten hert tegen, en een specht die een jong voedt, hoog in een boom. Het is toch een beetje alsof je in een museum bordjes neerzet met de tekst: ‘Kijk, dit is kunst!’.

Dan komen we bij het zogenoemde voermanshuisje, waar vroeger de voerman woonde die met paard en wagen de gekapte boomstammen uit het bos haalde. Het lijkt rechtstreeks afkomstig uit een sprookje. Een laag, stenen huisje, ramen met luiken in rood-witte ruiten, een schuurtje ernaast. Erachter ligt een grote vijver met waterlelies. Het paradijs bestaat. Het ligt in Appelscha.

Een paar honderd meter daarna ligt aan de andere kant van de weg een vergelijkbaar huisje, dat Kale Duinen heet. Ook mooi, maar het gazon dat er als een biljartlaken omheen ligt, neemt de sprookjessfeer toch een beetje weg.

Nog een paar keer links- en rechtsaf, weer langs het Familiepad, en daar ligt de parkeerplaats. Nu met drie auto’s: een van Staatsbosbeheer, een van een groothandel voor het terras, en die van ons.