Brede coalitie voor fikse stikstofreductie van 40 procent in 2030, plannen kosten 15,3 miljard euro

Geen 26 procent minder stikstofuitstoot in 2030 maar 40 procent. Dat wil een zestal boeren-, natuur- en ondernemersorganisaties in een plan dat ze gisteren presenteerden. De plannen kosten 15,3 miljard euro.

Een grutto op een paal bij Augustinusga.

Een grutto op een paal bij Augustinusga. Foto: Marcel van Kammen

Het meeste overheidsgeld moet volgens land- en tuinbouworganisatie LTO Nederland voornamelijk naar de landbouw gaan. De organisaties vragen aan de politiek om hun aanpak verder uit te werken. Ook adviseren ze het plan voor te leggen aan de Raad van State en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

De natuur heeft de afgelopen decennia veel te lijden gehad van een teveel aan stikstofuitstoot. In 2019 oordeelde de Raad van State (RvS) dat het stelsel van maatregelen waarmee de overheid de uitstoot dacht te regelen, het Programma Aanpak Stikstof (PAS), in strijd was met Europese natuurwetgeving. Daardoor kwam veel in de bouw stil te liggen en werden vergunningen voor uitbreiding bij boerderijen niet meer verleend.

De organisaties, LTO Nederland, VNO-NCW, MKB-Nederland, Natuurmonumenten, Natuur & Milieu en Bouwend Nederland, denken dat met hun ‘Versnellingsakkoord stikstofreductie’ de problemen rond het verlenen van bouwvergunningen en stal-aanpassingen direct tot het verleden behoren. Dat zou goed zijn voor bijvoorbeeld de aanpak van het grote huizentekort in Nederland en het vergroenen van de landbouw.

Innovaties

De meeste reductie verwacht de landbouworganisatie van innovaties van stalsystemen waar zes miljard euro naartoe moet. Voor vrijwillige uitkoop en verplaatsing is vijf miljard nodig. Drie miljard gaat naar ontwikkeling van natuurinclusieve landbouw en een miljard naar natuurversterking. Natuurbeheer moet verbeteren via langjarige contracten, waar ook weer vergoedingen tegenover moeten staan. Het moet ook waterberging beter mogelijk maken.

,,Ons voorstel is om op de hoeveelheid stikstof te sturen”, zegt Trienke Elshof van LTO Noord. ,,Door niet de krimp van de veestapel voorop te stellen maar boeren de optie te bieden emissie-armer te werken of zich te laten uitkopen of verplaatsen blijft er perspectief voor de blijvers.” Of opkopen niet goedkoper is dan nieuwe stalsystemen kon ze niet zeggen.

Johan Vollenbroek van Mobilisation for the Environment, die de PAS voor de RvS bracht, noemt het plan oude wijn in nieuwe zakken. ,,De bijdrage van de veehouderij aan de klimaatcrisis door de uitstoot van CO2 en methaan is helemaal niet meegenomen. Er wordt met geen woord gerept over inkrimping en alleen ingezet op technische oplossingen.” Brussel koerst volgens hem juist steeds meer af op afbouw van grootschalige intensieve veehouderij. De 40 procent reductie is volgens hem ook kleiner dan de minimaal noodzakelijke reductie waar de commissie-Remkes voor pleitte. Hij verwacht dat ook dit plan het juridisch niet houdt.

Positief

Hans van der Werf van de Friese Milieu Federatie deelt veel van Vollenbroeks scepsis maar ziet ook positieve kanten. ,,Het is goed dat LTO, Bouwend Nederland en Natuurmonumenten samen optrekken. Nu ligt de aanpak zo’n beetje stil. Er is een verdeelsleutel voor stikstofrechten. Laat je het helemaal gaan, dan kopen wie macht en geld heeft de rechten op en staan boeren met lege handen.”

Volgens Arjen Kok van Natuurmonumenten biedt het plan perspectief voor stikstofgevoelige gebieden als de Wadden en het Fochteloërveen. ,,Als dit leidt tot een hogere waterstand in dat laatste gebied dan zorgt dat voor systeemherstel.”

Dat er vanuit andere natuurclubs kritiek op het plan komt, verbaast Karen Eilers van Natuur en Milieu niet. ,,Andere grote problemen als CO2-uitstoot zijn niet meegenomen. Maar op dit moment is het voor de natuur belangrijk dat er een grote stap rond stikstof kan worden genomen, en waar ook andere partners belang bij hebben. Als er niets gebeurt, kost het de bouw de komende jaren 35 miljard van de 700 miljard die deze bedrijfstak gaat verdienen.”

Volgens het plan is verplaatsing of aanpassing van boerenbedrijven op vrijwillige basis. Maar die vrijwilligheid heeft volgens haar grenzen. ,,Er zijn wel verplichte doelen per gebied. Blijven die achter, dan komen er wel maatregelen van verplichte opkoop. De vergoedingen zijn dan minder groot dan wanneer een boer vrijwillig verkast of maatregelen neemt.”

Natuur en Milieu ondertekenden indertijd met Natuurmonumenten de PAS-regeling. Eilers geeft toe dat dit achteraf voor de natuur niet goed heeft uitgepakt. ,,In dit plan zijn de gebiedsdoelen scherper vastgelegd. Ook is er elke twee jaar controle.”

Een ander verschil is dat de bouw en industrie nu ook belang hebben bij het naleven van deze afspraken. ,,Bij gesjoemel komen hun projecten stil te liggen. Dat de doelen worden gehaald is nu in ieders belang.”

Wat het plan voor Fryslân betekent kon ze niet zeggen. ,,Het voorstel ligt nu in Den Haag. De regionale invulling komt later aan de orde.”