Connie Veenhuizen (78) kijkt terug op de corona-uitbraak in woonzorgcentrum 't Suyderhuys in Surhuisterveen: 'Vijf, zes weken niet van je kamer mogen. Nou, dat is een lang eind'

Maar liefst vijftien bewoners van ‘t Suyderhuys in Surhuisterveen overleden in januari aan de Britse variant van het coronavirus. Medewerkers en een bewoonster blikken terug op deze dramatische periode.

Bewoonster Connie Veenhuizen-Postmus geflankeerd door Monique Boonstra, Paola Cisci en Gelly Atsma.

Bewoonster Connie Veenhuizen-Postmus geflankeerd door Monique Boonstra, Paola Cisci en Gelly Atsma. Foto: Jilmer Postma

Bang om corona te krijgen, is de 78-jarige Connie Veenhuizen-Postmus niet geweest. Als haar kinderen vroeger eens ziek waren, dan sloeg dat nooit op haar over. ,,Ik heb geen angst gehad dat ik het kreeg. Wat ik het ergste vond, was de opsluiting op de kamer. Wij hebben langer in quarantaine gezeten dan dat die ziekte heeft geduurd. Het was wel zo’n vijf, zes weken dat we niet van de kamer mochten. Nou, dat is een lang eind.”

Mevrouw Veenhuizen, van oorsprong een Groningse, woont al sinds haar trouwen 56 jaar geleden in Surhuisterveen. Ze verhuisde na een herseninfarct vier jaar geleden naar het plaatselijke woonzorgcentrum ‘t Suyderhuys, dat begin januari ineens nationaal nieuws werd door een uitbraak van wat nadien ‘de Britse variant’ van het coronavirus is gaan heten.

Afgesloten

In korte tijd bleken 73 van de 121 medewerkers van ‘t Suyderhuys met het virus besmet te zijn. Ook 55 van de 86 bewoners raakten ziek. Vijftien van hen zijn overleden. De zorglocatie ging op slot. Personeel werd elke dag voor het begin van een dienst op corona getest en moest zich in beschermende pakken hijsen. En bewoners mochten dus niet van hun kamer af.

,,Je kreeg geen bezoek, je mocht niet op bezoek, je moest op je kamer eten. Nou, daar zat ik”, vertelt mevrouw Veenhuizen. ,,Maar mijn kinderen namens wel eens een thermoskan koffie mee en gingen dan buiten op een bankje zitten. Ik had hier voor het raam ook de koffie klaar en dan waren we toch even samen.”

Eenzame tijd

Twee verjaardagen heeft ze in coronatijd gevierd. Op de eerste, in juni vorig jaar, kwamen alle kinderen en kleinkinderen in auto’s met vlaggen en ballonnen een rondje rijden voor ’t Suyderhuys. Dit jaar mocht er al wat meer en kon de familie met haar op stap naar de uitkijktoren in de duinen bij Bakkeveen. De scootmobiel kon mee in een paardentrailer.

Tijdens de lockdown kon ze veel bezig zijn met de puzzels en raadsels in ‘het grote vermaakboek’ dat drie kleindochters voor haar hadden gemaakt. ,,Toch was het een saaie, eenzame tijd. Maar je kon maar beter blijven bedenken dat het tijdelijk was, dan dat je zat te grienen.”

Onherkenbaar

Voor verzorgende Monique Boonstra was het een heel pittige tijd. ,,Het brak je bij de handen af, zo intensief was de zorg. Je moest uit zelfbescherming telkens een pak aan en uit doen, en ondertussen je handelingen doen. Mensen gingen heel snel achteruit met hun gezondheid. Collega’s vielen weg. De stabiliteit op de afdeling was weg. Je was al blij als er een collega was die kon meehelpen met de basiszorg, zoals eten, drinken en medicatie. Ik was in die tijd voor veel bewoners het enige aanspreekpunt, maar wel onherkenbaar, helemaal in pak.”

Ook de zieke bewoners bleven in ‘t Suyderhuys zelf verzorgd worden, vertelt manager Gelly Atsma. ,,Op een gegeven moment was het virus op alle verdiepingen, behalve in de vleugel voor kleinschalig wonen. Daar is het buiten de deur gebleven. De schoonmaak mocht niet op de kamers komen, er was zo weinig mogelijk contact. Je struikelde over de grote gele containers waarin spullen werden afgevoerd. Die werden opgehaald door een speciaal team, maar dat kon het ook niet meer bolwerken.”

Er waren natuurlijk wel meer zorg- en verpleeghuizen waar corona hard toesloeg, maar ‘t Suyderhuis werd landelijk nieuws omdat het één van de eerste was waar de Britse coronavariant in het spel was. Al snel nadat dat bekend werd stonden de tv-ploegen, tot aan SBS6 en het NOS Journaal toe, op de stoep. ,,Ik werkte op dat moment in het huis en voelde me er heel onprettig bij”, zegt Boonstra.

Wel bracht de media-aandacht een stroom van kaarten, gedichtjes en steunbetuigingen uit het hele land teweeg. Atsma: ,,De serre hing vol met kaartjes, er werden hier bloemen bezorgd en er waren serenades onder het raam. Maar dat bekend was dat hier de Britse variant was uitgebroken, had ook een keerzijde. Sommige medewerkers die een winkel binnenliepen, kregen te horen: ‘we hebben liever niet dat je hier komt.’”

Rummikuppen

Sinds halverwege maart is ‘t Suyderhuys net als andere woonzorglocaties stapsgewijs uit de lockdown gekomen. De mondkapjes blijven nog op in de wandelgangen, maar de bewoners kunnen weer vrij bewegen. Buiten naast de ingang zitten woensdag dan ook een paar ouderen gezellig bij elkaar in het zonnetje.

Mevrouw Veenhuizen is inmiddels bijna elke middag weer aan het rummikuppen met een medebewoonster. ,,Sommige gezichten waren mij vertrouwd, maar die zijn er nu niet meer”, zegt ze. ,,Dan zat je bij die aan tafel, en dan bij die.”

Een rij rouwkaarten

Atsma: ,,Bewoners eten nu weer in groepjes in het restaurant, maar van de groepjes van vóór de uitbraak is er soms maar eentje over”, zegt Atsma. ,,Op de eerste verdieping zijn de meeste mensen aan corona overleden. Daar stond op een gegeven moment een hele rij rouwkaarten opgesteld. Als je dan als bewoners wekenlang op je kamer hebt gezeten, en je ziet daarna ineens al die kaarten staan, dat heeft wel impact. Pas toen de deuren weer open mochten, realiseerden we ons wat er allemaal gebeurd is hier.”

,,Als ik terugkijk, ben ik trots op hoe we het met z’n allen hebben geklaard”, vult verzorgende Boonstra aan. ,,Er is veel lief en leed gedeeld het afgelopen half jaar. Dat brengt je ook samen.”