De tragiek van carrouselkinderen: Annabel kon zich alleen hechten aan haar konijn | Column

Ik vergeet haar nooit meer: het meisje met het konijn. Dertien jaar oud was ze toen ze, jaren geleden, bij Fier kwam. Laat ik haar Annebelle noemen.

Kinderen verdienen een veilige plek om op te groeien.

Kinderen verdienen een veilige plek om op te groeien. Foto: ANP

Annebelle had haar konijn bij zich toen ze bij ons een plekje in de opvang kreeg, een zachtgrijs levendig wolletje dat zich graag liet aaien. Dat konijn was van levensbelang, het was namelijk de enige houvast in het leven van Annebelle. Met haar dertien jaar had dit meisje vanaf haar geboorte namelijk al in twaalf verschillende pleeggezinnen en tehuizen gewoond. Twaalf! Inderdaad: ieder jaar een nieuw ‘thuis’. Ieder jaar opnieuw afscheid nemen van het bekende, ieder jaar niet weten of ze je nu wel willen houden of toch niet, ieder jaar opnieuw wennen aan een nieuwe plek – nooit wetend waar dat zal zijn, ieder jaar een ander die voor jou zorgt.

Het gevolg van deze hele geschiedenis was dat Annebelle zich aan niemand kon hechten, behalve aan haar konijn. Het konijn was de enige die bleef, de enige die haar nooit teleurstelde, de enige die haar nooit pijn deed. Ik vergeet het nooit weer.

Carrouselkinderen

Meisjes als Annebelle noemen we carrouselkinderen. Kinderen die al van jongs af aan verwaarloosd, mishandeld en misbruikt zijn en van opvang naar internaat, naar tehuis, naar pleeggezin gaan. Nergens vinden ze een fijne plek waar ze kunnen blijven. Overal worden ze weer uitgezet en weggedaan omdat niemand weet wat ze met deze kinderen moeten. En met alle gevolgen van dien. We hebben de zorg voor jongens en meiden zoals Annebelle gewoonweg niet goed geregeld in Nederland. Jaren geleden niet en nog steeds niet. Wellicht herinnert u zich nog de documentaire Alicia van documentairemaakster Maasja Ooms. Drie jaar lang volgde zij de opgroeiende Alicia die, net als Annebelle, van plek naar plek werd verhuisd. Door ons. Door het Nederlandse zorgsysteem. Een soortgelijk verhaal met een net zo treurige uitkomst: een leven dat voor altijd beschadigd is.

Jeugdzorg

Ik hoop dat de ruim één miljard euro die het kabinet onlangs beschikbaar stelde voor de jeugdzorg wordt gebruikt om het anders te gaan doen. Om kinderen als Annebelle en Alicia daadwerkelijk te helpen, het liefst op een en dezelfde plek. Een plek waar ze kunnen opbloeien, waar ze zich veilig voelen en waar ze de zorg, liefde en aandacht krijgen die ze eerder hebben gemist. De financiële injectie van het rijk is bedoeld om de acute problematiek in de jeugdzorg op te lossen.

Dat is mooi, maar laten we de problemen alsjeblieft niet gaan oplossen in hetzelfde systeem als waarin ze zijn ontstaan. Een paar columns geleden schreef ik over een herontwerp van de jeugdzorg dat nodig is om de problematiek structureel aan te pakken. Dat betekent wat mij betreft ook dat we voor een klein deel weer zullen moeten gaan centraliseren. De decentralisatie (het construct dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de jeugdzorg) heeft niet gebracht ‘men’ ervan verwachtte. En dan druk ik mij nog zacht uit.

Gaten dichten

Gemeenten roepen al tijden dat zij het hoofd niet meer boven water kunnen houden vanwege flinke tekorten. En het zijn diezelfde gemeenten die mogen bepalen wat zij met de extra beschikbaar gestelde middelen gaan doen. Het ministerie van VWS kan gemeenten wél vragen om het extra geld te besteden aan jeugdzorg maar als ze dat niet doen, kan het rijk ze niet dwingen. Aangezien lokale overheden de afgelopen jaren grote verliezen hebben geleden op jeugdzorg, is de angst gerechtvaardigd dat sommige gemeenten de extra middelen gebruiken om gaten te dichten en niet om achterliggende knelpunten op te lossen.

Kortom: ik ben er niet echt gerust op dat het goed komt. We zijn in Nederland nog lang niet waar we moeten zijn als het gaat om de hulp aan de meest kwetsbare en beschadigde kinderen. Ik hoop nooit meer een Annebelle bij Fier te zien, en nooit meer een documentaire over een Alicia. Maar ik weet: de verhalen stapelen zich op.

Geen carrouselkinderen meer. Wanneer gaan we dáár nou eens voor staan met z’n allen?

Linda Terpstra is voorzitter van de raad van bestuur van Fier; landelijk expertise- en behandelcentrum bij geweld in afhankelijkheidsrelaties. Iedere maand schrijft ze een column voor het Friesch Dagblad