DNA leidt na twintig jaar naar verdachte van verkrachting in Leeuwarden in 1998

Dankzij een DNA-match komt er mogelijk ruim twintig jaar na dato alsnog een oplossing voor een verkrachtingszaak in Leeuwarden in 1998.

De rechtbank in Leeuwarden.

De rechtbank in Leeuwarden. Foto: SVDP

Na een kaartavondje in café Het Gouden Pilsje in Leeuwarden, op eerste pinksterdag 31 mei 1998, liep een toen 50-jarige vrouw naar haar huis in de Auke Stellingwerfstraat. Op de Oostersingel werd ze rond een uur of vier ‘s nachts plotseling het steegje Weerklank in getrokken. Daar werd ze hardhandig tegen de grond gewerkt en verkracht door haar belager, hoewel ze meerdere malen zei dat ze het niet wilde.

Vrijdag, ruim 21 jaar later, moest de verdachte, een nu 65-jarige man uit Hoogwoud (Noord-Holland) zich voor de rechter verantwoorden. Voorheen was een zedenzaak met een volwassen slachtoffer na twintig jaar verjaard, maar sinds een wetswijziging in 2013 is die regel vervallen.

De verdachte kon zich niks herinneren van het voorval, maar verklaarde wel stellig dat hij geen seks tegen haar zin had gehad.

De vrouw had destijds direct de politie gebeld en haar verklaring gegeven. Die was gedetailleerd. Ze vertelde heel precies hoe het gegaan was, en ook dat ze herhaaldelijk had gezegd: ,,Doe het niet, jongen, ga hulp zoeken.”

Niet tegen haar zin

Haar belager zou gezegd hebben dat hij dat niet wilde, omdat hij bang was in de gevangenis te komen. ,,Ik kan me er niks van heugen en ik herken me niet in het verhaal”, zei de verdachte gisteren tegen rechtbankvoorzitter Marc Brinksma. ,,Ik zou best seks met haar gehad kunnen hebben, maar niet tegen haar zin.”

Hij zei dat hij in die tijd meerdere seksuele contacten had gehad in Leeuwarden, met tussen de tien en twintig vrouwen. Hij zei dat hij altijd alleen maar seks had na instemming van de vrouw in kwestie. ,,Als ze zou hebben tegengestribbeld zou ik het me zeker herinneren”, zei hij.

Het slachtoffer heeft verklaard dat ze er nooit overheen is gekomen. Ze is sinds die dag nooit meer ‘s avonds alleen op stap gegaan.

De verdachte kwam pas in 2018 in beeld, toen hij veroordeeld werd voor openbare schennis van de eerbaarheid. Zijn DNA kwam overeen met het profiel dat in 1998 veiliggesteld was door de recherche. Op het ondergoed van de vrouw en op een stoeptegel was sperma van hem gevonden, en er is ook DNA-bewijs dat hij de vrouw gepenetreerd heeft. Hij kon vrijdag geen goede verklaring geven over hoe en waar hij de vrouw ontmoet had, en waarom het op straat had plaatsgevonden. De vrouw had destijds geen relatie en woonde dichtbij.

Klassieke nachtmerrie

Officier van justitie Eelco Jepkema vond dat laatste merkwaardig. ,,Het is een keiharde, klassieke verkrachting. Midden in de nacht op weg naar huis een steeg in getrokken worden en dit moeten ondergaan; het is de klassieke nachtmerrie van elke vrouw. Gezien de sporen, de plek en de omstandigheden is de verklaring niet overtuigend dat het niet tegen haar zin heeft plaatsgevonden.”

Advocaat Jurgen Schmidt zei dat er hoe dan ook geen zicht is op de feitelijke toedracht en aanleiding. ,,Dat is speculeren en dat moeten we niet doen. We hebben nu uitsluitend de verklaring van de aangeefster. Die kan aannemelijk klinken, maar die is juridisch niet voldoende als bewijs.”

Hij wees erop dat de agenten die ter plaatse kwamen geen melding maakten van letsel, blauwe plekken, schaafwonden of schuurplekken op kleding.

De verdachte is in 1990 ook al eens voor schennispleging veroordeeld. Bij de veroordeling in 2018, toen hij 180 dagen cel waarvan 166 voorwaardelijk en een werkstraf kreeg, moest hij ook een behandeling ondergaan. Die is volgens de reclassering succesvol afgerond. ,,Exhibitionisme is heel moeilijk om van af te komen. Ik heb me voor tweehonderd procent ingezet en er keihard voor gewerkt”, zei de verdachte.

Hij heeft zijn leven op orde en is zzp’er in de bouw. De reclassering ziet nu geen reden om hem opnieuw een behandeling te laten ondergaan.

Heronderzoek

Na de DNA-match van 2018 is er nog drie jaar overheen gegaan voordat de verdachte voorkwam. Officier Jepkema legde uit dat eerst archiefstukken bij elkaar gezocht moesten worden. Ook de sporen en DNA-extracten van destijds moesten opgezocht en heronderzocht worden. Toen de zaak vorig jaar april op de rol stond, moest hij uitgesteld worden wegens de lockdown. Dat het tot 2018 twintig jaar stil bleef is volgens Jepkema ,,te wijten aan de verdachte, die kennelijk geen wroeging heeft”.

Hij eiste vijftien maanden cel. Schmidt bepleitte vrijspraak, en anders een celstraf gelijk aan het voorarrest en een werkstraf. ,,Cliënt is nu niet meer wie hij toen was. Hij leed aan een giftige mix van een verkild ouderlijk gezin, het niet goed kunnen meekomen op school, gepest worden, de LOM-school, en het feit dat hij zelf slachtoffer is geweest van seksueel misbruik. Maar hij heeft in 2018 heling gevonden in een strafrechtelijk interventie.”

De rechtbank doet 24 september uitspraak.