Michelle Bruijn.

De ‘war on drugs’ gaat nu met andere wapens de ondermijnende criminaliteit te lijf

Michelle Bruijn. Foto: RUG

De oorlog tegen drugscriminaliteit via het strafrecht is verloren. Maar de strijd via het bestuursrecht en privaatrecht is nog maar net begonnen, concludeert Michelle Bruijn van de Rijksuniversiteit Groningen. Met alle gevolgen van dien voor de rechtsbescherming van burgers.

Lik-op-stuk. One strike, and you’re out . Bestuurders in binnen- en buitenland proberen al decennia met behulp van krachtige termen hun spierballen te tonen in de strijd tegen drugscriminaliteit. Maar de traditionele strafrechtelijke aanpak is weinig succesvol gebleken, denkt Bruijn na jarenlang onderzoek. ,,De criminele wereld is nog steeds groot en het drugsgebruik ook, terwijl de gevangenissen vol zitten met drugscriminelen. Strafrechtelijk is de war on drugs mislukt.”

Langdurige procedures

Dit komt mede doordat de juridische procedures langdurig en zorgvuldig zijn, bijvoorbeeld uit oogpunt van rechtsbescherming van burgers. Maar in plaats van met de witte vlag te zwaaien, zoeken bestuurders naar andere wapens in de oorlog. Deels worden die gezocht in de legalisatie of het gedogen van drugs (zoals in respectievelijk Canada en Nederland), maar ook in het privaatrecht en het bestuursrecht. Het sluiten van drugspanden door burgemeesters is daarvan in Nederland de zichtbaarste maatregel.

Mensenrechten

,,De verklaring daarvoor? Het is makkelijk”, meldt Bruijn over de opkomst van het bestuursrecht en privaatrecht in strijd tegen de criminaliteit. ,,Het strafrecht is omgeven met bescherming van mensenrechten en juridische waarborgen. Die zijn in veel mindere mate aanwezig in het bestuursrechter en het privaatrecht. Bij het strafrecht komt er standaard een rechtelijke toetsing. Bij het bestuursrecht moeten mensen zelf de rechtsgang opzoeken als ze de sluiting van hun woning willen aanvechten.”

Strafrechtelijk is de war on drugs mislukt

De rechtelijke toetsing is bovendien veel minder streng dan in het strafrecht. ,,De rechter kijkt alleen of de sluiting binnen de bevoegdheid van de burgemeester past, en of de burgemeester in redelijkheid zijn of haar bevoegdheid heeft toegepast. En een burgemeester hoeft niet, zoals in het strafrecht, te bewijzen dat er sprake is van drugscriminaliteit. Het hoeft in het bestuursrecht alleen maar aannemelijk te zijn.”

Eerlijk proces

Dit alles zet de rechtsbescherming van burgers onder druk, zowel het recht op een eerlijk proces als het recht op huisvesting. De gevolgen van bestuursrechtelijke maatregelen zijn mogelijk zelfs groter dan in het strafrecht, denkt Bruijn. Mensen mogen maandenlang hun woning niet in en kunnen in sommige gevallen hun huis kwijtraken. Zo kan een verhuurder de huurovereenkomst ontbinden.

Schoonmaker

In de Verenigde Staten gaat dit nog verder dan in Nederland. Daar mogen mensen hun woning uitgezet worden als in de nabijheid van hun huis drugscriminaliteit is die veroorzaakt is door iemand uit het huishouden. ,,Stel dat je schoonmaker dealt op de parkeerplaats, dan heeft de verhuurder grond om de familie uit het huis te zetten. Zonder tussenkomst van de rechter. En dat gebeurt.”

In Nederland is dat nog niet zo ver, maar de bevoegdheden schuiven wel steeds op. Zo is het sinds 1 januari 2019 niet meer noodzakelijk dat er drugs in een pand liggen om het te sluiten. Materiaal om drugs mee te maken is al voldoende. Het beleid verschilt ook per gemeente. Waar een huis in één gemeente drie maanden dicht moet bij de vondst van een hennepkwekerij, kan dat bij een woning in een buurgemeente zes maanden zijn.

Bijdrage onbekend

Het is bovendien onduidelijk of een drugspand iets toevoegt aan de veiligheid. Bruijn doet hier momenteel onderzoek naar in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid. ,,Het is best ingrijpend om mensen uit huis te zetten. Maar wat draagt het bij? Dat weten we nog niet.”

In de Verenigde Staten is wel ooit onderzocht wat de gevolgen zijn van een huisuitzetting. ,,Niet in de context van drugscriminaliteit, maar in het algemeen. En dat laat zien dat mensen vaak in een negatieve spiraal terecht komen. Ze raken van de regen in de drup.”

Het is best ingrijpend om mensen uit huis te zetten. Maar wat draagt het bij? Dat weten we nog niet

Uit onderzoek van hogeschool NHL Stenden in Leeuwarden bleek recent al dat 91 procent van de omwonenden van een drugspand geen verandering ervaart in het gevoel van veiligheid in de straat na de sluiting van het pand. Ook bleek dat zij zich zorgen maken over het imago van de straat als bekend wordt dat er een drugspand in staat.

Spierballenvertoon

Dat burgemeesters er niettemin voor kiezen, komt volgens Bruijn vermoedelijk omdat een gesloten drugspand een zichtbare actie is. ,,Ze willen laten zien dat ze hard optreden. Het is spierballenvertoon.”

De afgelopen jaren werden in Fryslân steeds meer drugspanden gesloten. Vorig jaar waren dat er 77, 21 meer dan in 2019.

Bruijn promoveert op 20 mei op dit onderwerp.