De bar is leeg maar de tafels zijn vol bij restaurant-café Op Warns | Serie: Het dorpscafé

Na 33 jaar horecazaken runnen in Warns, kennen Will (59) en Afke (62) Kuipers de behoeften van hun gasten als geen ander. In restaurant-café Op Warns hebben ze de wensen van de klant de laatste 23 jaar zien veranderen. Maar hun menukaart veranderde in die jaren nooit.

Will en Afke Kuipers in hun Restaurant-Cafe Op Warns. ,,Met een eigen horecazaak kom je gemakkelijk op een werkweek van 70 tot 80 uur per week."

Will en Afke Kuipers in hun Restaurant-Cafe Op Warns. ,,Met een eigen horecazaak kom je gemakkelijk op een werkweek van 70 tot 80 uur per week." Foto: Marco Keyzer

,,Er waren jaren dat de bar twee, soms wel drie rijen dik gevuld was”, zegt Will. Nu is die tijd voorbij. ,,Eerst kletste de euro erin en kostte een rondje ineens twee keer meer. Daarna verdween de jeugd uit Warns. Het werd stiller rond de bar.”

Het koken was altijd al de basis. Eind jaren tachtig runden Will en Afke een restaurant bij een jachthaven in Warns, vier jaar later hadden ze een restaurant op een andere jachthaven. Dat de nadruk na de koop van café Op Warns in 1999 meer op het restaurant kwam te liggen was dan ook niet zo verwonderlijk.

,,Maar het kroegleven, dat is ook gewoon voorbij”, zegt Afke. De twee biljartclubs van het dorp maken in de winter nog wekelijks gebruik van het café. ,,Nieuwe leden komen er niet. De dartclub bestaat al niet meer.” Naast de school heeft Warns geen andere voorzieningen.

Dorpshuis

Voor eigen feesten en partijen kiezen de Warnsers ook regelmatig voor het dorpshuis de Spylder of een ruimte bij één van de drie kerken die Warns (750 inwoners) telt. Het dorp heeft een eigen hervormde, doopsgezinde en een protestante gemeenschap. Dat is soms lastig voor het café dat juist voor iedereen open wil staan.

Niet dat er helemaal geen Warnsers naar Op Warns komen, reageert Will. ,,Zeker wel. Ook de pensionado’s uit de Randstad die hier een huis hebben gekocht, komen langs om te eten. Maar anders dan de jeugd zijn deze nieuwe dorpsgenoten minder afhankelijk van het café voor hun sociale contacten.”

Met de koop van het café kochten Will en Afke in 1990 ook de grond eromheen en de bovenliggende woning waar ze nu al 23 jaar met plezier wonen. Eerst was er nog een plan om een aantal hotelkamers erbij te bouwen op het ruime terrein achter het café. Maar de bank wilde geen lening verstrekken. ,,We waren te oud”, zegt Will.

Stamgast

Die droom gaven ze dus maar op. Alle energie ging naar het restaurant-café. Het café kon wel een kleine opwaardering gebruiken. De naam van het restaurant moest nog gemaakt worden. Tegelijk moesten ook de vaste gasten die de Kuipers kenden van hun restaurants in de jachthavens zich thuis voelen. ,,Er haakte hooguit één af omdat hij zich stoorde aan de stamgast aan de bar”, blikt Will terug. ,,Maar die stamgast, die bleef natuurlijk zitten. Als dorpscafé ben je er voor iedereen.”

De vaste gasten van Op Warns weten al 23 jaar wat ze kunnen verwachten. De menukaart veranderen, dat is er niet bij. ,,Eén keer hebben we de plates van de kaart gehaald, maar dat hebben we geweten”, zegt Afke. ,,Een week later stond het er alweer op.” Will noemt het menu van Op Warns eerlijk, goed en royaal. ,,We zijn misschien van de oude stempel, maar gasten komen vanuit de heel Fryslân naar ons toe, juist daarom.”

Eerst was het café zes dagen per week geopend. Zo’n acht jaar geleden besloten Will en Afke vanwege hun gezondheid een tweede dag dicht te gaan. Voor het eerst hadden Will en Afke twee dagen in de week vrij. Het was geen overbodige luxe. ,,Als je volop meewerkt in een horecazaak, kom je gemakkelijk aan de zeventig, tachtig uur in de week”, zegt Will.

Maar Will en Afke hebben altijd volop meegedraaid, dat is nog steeds zo. Afke staat in de keuken, Will loopt in de bediening en staat achter de bar. Afke rekent uit dat het team nu uit zes mensen bestaat. ,,Dat is inclusief een schoonmaker en wij zelf.”

Moe

Corona hakte er ook bij Op Warns keihard in. Niet eens het feit dat de tent dicht moest raakte Will. Maar na veertig jaar keihard werken, was het ineens stil. ,,Ik raakte helemaal uit mijn ritme”, zegt hij. Van die klap is hij, geeft hij eerlijk toe, nog steeds niet helemaal bekomen. ,,Het was mooi om in mei weer open te mogen gaan. Maar ik ben niet eerder zo moe geweest van een dag werken.”

Daarom is het restaurant-café momenteel vier dagen geopend, van donderdag tot en met zondag. De andere dagen kunnen Will en Afke genieten van hun tweede passie; het water op met hun boot. Het restaurant zat de afgelopen weken boven verwachting vol. ,,We klagen niet. De toeristen zijn teruggekomen”, zegt Will.

Maar het stel kijkt ook naar de toekomst. ,,Er komt een tijd dat we gaan nadenken over een leven na de horeca”, zegt Will. Hij heeft respect voor starters in de horeca. ,,Om in deze tijd nog een zaak op te zetten en nieuwe klanten te vinden, dat lijkt me heel pittig. Dat mensen naar je café komen is al lang niet meer vanzelfsprekend in een dorp. Eerst waren de sportkantines een concurrent, toen de zuipketen, daarna de dorpshuizen en nog even en ze vinden uit dat het bier ook al uit je telefoon kan komen”, grapt hij.

Maar dan serieus. ,,De horeca is de mooiste sector om te werken.” Afke: ,,Soms bladeren we oude gastenboeken door die we van al die jaren bewaard hebben. Dan lees je die lieve en positieve berichten. Dat maakt ons trots. Daar doen we het voor.”

In deze zomerserie brengt het Friesch Dagblad de verhalen achter de gevel van het dorpscafé in Fryslân. Alle eerdere afleveringen staan op www.frieschdagblad.nl