De gemeente volgt u online, een op de zes gemeenten gebruikt nepaccounts voor speurwerk op sociale media

Er is bijna geen gemeente die zijn inwoners niet online volgt, bijvoorbeeld via sociale media. Maar de meeste hebben daar geen beleid voor, of weten niet wat wel en niet mag. Dat blijkt uit onderzoek van hogeschool NHL Stenden en Rijksuniversiteit Groningen.

Gemeenten gebruiken vaak privé- of zelfs nepaccounts voor online monitoring.

Gemeenten gebruiken vaak privé- of zelfs nepaccounts voor online monitoring. Foto: Shutterstock

‘Zaterdag 6 februari om vier uur naar het station in Harlingen, demonstatie, optocht, komen en doorsturen.’ Deze tekst ging in februari rond op sociale media. Het ontging de gemeente Harlingen niet. Die zag het als een oproep tot ordeverstoring en burgemeester Roel Sluiter kondigde maatregelen aan. Van oproer zou het uiteindelijk niet komen.

Niet vreemd

Dat Harlingen de oproep zag, is niet vreemd. Het Friesch Dagblad meldde vorig jaar al op basis van tussenresultaten van het onderzoek van de NHL dat 92 procent van de gemeenten op sociale media speurt. ,,En nu blijkt ook dat een op de zes gemeenten daarvoor nepaccounts gebruiken. En een op de drie ook privéaccounts”, zegt hoofdonderzoeker Willem Bantema over het eindonderzoek.

Eigenlijk doen de gemeenten maar wat bij online monitoring. Het gros van de gemeenten heeft hier geen beleid voor op papier en weet niet wat er volgens de wet- en regelgeving allemaal mag. ,,Er is dus weinig sturing op. En geen borging, ook omdat de functionaris gegevensbescherming niet betrokken is.”


Er is weinig sturing op. En geen borging, ook omdat de functionaris gegevensbescherming niet betrokken is

Daarmee begeven gemeenten zich juridisch op een wankel koord. ,,Als je bijvoorbeeld naar gegevens speurt maar die niet opslaat, geldt dat volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming ook als verwerking van privégegevens.” Gegevens als een naam of zelfs een nickname (pseudoniem) gelden al als persoonsgegevens.

Heikel punt

Ook het gebruik van nep- of privéaccounts door gemeenten voor online speurwerk is juridisch een heikel punt. Bantema noemt een fictief voorbeeld van een ambtenaar die in een WhatsApp-groep van zijn voetbalteam zit. ,,Zo kan die ambtenaar informatie krijgen uit bepaalde groepen waar een gemeente niet via open kanalen bij kan. Maar of dat kan en mag, is juridisch gezien glad ijs.”


Veel gemeenten doen aan online monitoring als manier om de openbare orde en veiligheid te handhaven. Die willen ‘de vinger aan de pols’ houden, en ‘in controle’ zijn

Gemeenten gebruiken bovendien vaak programma’s als Coosto en OBI4wan om in korte tijd veel informatie te verzamelen. Volgens de onderzoekers maakt dat het risico op privacyschending groter, omdat dan de kans groter is dat accounts stelselmatig digitaal worden besnuffeld. ‘Juridisch drijfzand’, noemen de onderzoekers dit.

Lees ook: Privacy van burgers in het geding bij computersysteem van UWV’s

Veel gemeenten doen aan online monitoring als manier om de openbare orde en veiligheid te handhaven. Die willen ‘de vinger aan de pols’ houden, en ‘in controle’ zijn. Vermoedelijk komt dit doordat de online wereld een steeds grotere rol speelt bij bijvoorbeeld ordeverstoringen. De oproep uit Harlingen is slechts een van de vele die de afgelopen maanden rondgingen.

Nut en noodzaak

Bantema waagt zich niet aan een oordeel over wat zwaarder weegt: het belang van online monitoring voor openbare orde en veiligheid of het beschermen van de privacy van inwoners. ,,Ik wil juist zeggen: expliciteer het eens. En vraag eens af wat het nut en de noodzaak zijn, en wat de minst ingrijpende manier is om aan informatie te komen, en laat een juridisch expert meekijken. En vraag jezelf eens af: is dit gemeentewerk of politiewerk? Wat mij betreft neigt het naar het tweede.”

De onderzoekers werken momenteel aan een factsheet om gemeenten te helpen met de vraag wat die wel en en niet online mogen doen.