De geschiedenis leeft in Workum tijdens een wandeling door de oude stad, de weilanden en over een oude dijk | Friese kuiers

Een wandeling die een oude stad combineert met een tochtje door de weilanden en over een oude dijk. Dat is deze vijfde Friese kuier door en om Workum.

Workum heeft grote en kleine monumentale panden. Hier groeien prachtige bloemen in talloze schakeringen tussen de smalle openingen die de stoepranden bieden.

Workum heeft grote en kleine monumentale panden. Hier groeien prachtige bloemen in talloze schakeringen tussen de smalle openingen die de stoepranden bieden. Foto: Ineke Evink

Het is een variant op de wet van de remmende voorsprong: als er geen geld is om een nieuw huis te laten bouwen, dan laat je het oude staan. Ook al zijn ze al een tijd qua bouwstijl uit de mode. En als dat in een heel stadje of dorp gebeurt, geniet je vele decennia later van prachtige historische gebouwen. Niet alleen van imposante villa’s van de plaatselijke dokter of notaris, maar ook van de onderkomens van de gewone man, de middenstander en de ambachtsman.

In Workum betekent dat prachtige straten met allerlei oude huizen en winkels, zoals een oude smederij, een fietsenmaker en de ambachtelijke slager Blom. Al sinds 1854, staat op de gevel.

Eerst de auto parkeren, op een parkeerplek achter het Noard. Dat is een lange straat die niet heel verrassend overgaat in het Súd. Als je van voor naar achter door de ramen van een huis kunt kijken, zie je de weilanden al liggen.

Maar eerst maken we een omweg omdat we – vriendin en ik - de St. Werenfriduskerk willen zien, een neogotisch bouwwerk uit 1877 van niemand minder dan architect Pierre Cuypers, die ook het Amsterdams Centraal Station heeft ontworpen. De deur zit helaas dicht, maar ik weet van eerdere bezoeken dat de kerk er van binnen nog mooier uitziet dan van buiten.

Schuin tegenover de kerk staat de voormalige, eveneens katholieke basisschool uit 1907, de St. Ludgerusschool. Het is een streng gebouw met twee verdiepingen, waar tegenwoordig antiek en curiosa worden verkocht. Er staan tafeltjes buiten met dozen waar oude boeken in zitten. Onderwezen wordt hier dus nog steeds.

We keren weer om en lopen terug over het Noard. De St. Werenfriduskerk is niet de enige kerk aan deze straat. Even verderop staat de tot appartementencomplex verbouwde gereformeerde kerk, in hetzelfde jaar gebouwd als haar katholieke zuster. De naam staat nog steeds op de gevel: Eben-Haëzer, oftewel ‘tot hiertoe heeft de Heer ons geholpen’. Ik kan me voorstellen dat de oprichters van Eben-Haëzer iets anders voor ogen hadden dan een appartementencomplex.

Vermaning

Ook op het Noard staat de Vermaning van de doopsgezinde gemeente van Workum, een bijzonder gebouw uit 1694. Achter een woonhuis met een klokgevel, de kosterswoning, staat een veel groter gebouw dat oorspronkelijk als schuilkerk is gebouwd. Er stonden in de eerste periode houten schuttingen voor om te voorkomen dat de kerk vanaf de straat kon worden gezien.

Hier en daar lopen kleine steegjes tussen de huizen door, waardoor je de weilanden al kunt zien liggen. Pilekaen heet er een. Ik geef mijn ogen goed de kost. Wat een prachtige geveltjes zie ik hier: klokgevels, trapgevels, Art Deco en Jugendstil, alles staat door elkaar en toch past het goed. Soms vrij strak van vorm, andere keren met mooie versieringen, gekleurde randjes en fraaie deurlijsten.

Natuurlijk kent ook Workum een stadsweeshuis. Er stond er al een in 1655 maar het huidige gebouw dateert van 1868. Tot 1915 hebben hier weeskinderen gewoond. Een prachtige gevelsteen met een kleurig reliëf laat een vrouw zien die op een knie hurkt, vier kinderen om haar heen waarvan er eentje volkomen uitgeput over haar benen hangt. De kinderen op hun beurt worden van beide kanten bedreigd door woest aanrollende golven. Een treffend beeld voor een stad waar zeevaart en scheepshandel zo’n belangrijke plaats innam. En nog steeds trouwens, maar dan vanwege de toeristen die gebruik maken van het water.

Die toeristen zullen niet zelden het niet te missen Jopie Huisman Museum aandoen, dat ook op het Noard staat. Daartegenover ligt het Sleeswijckhuys, met een van onder tot boven rijk versierde gevel, bijna overdadig. Je weet niet waar je het eerst moet kijken. Ernaast een veel soberder maar wel in mooie kleuren geverfd huis uit 1699.

Tillefonne

We zijn inmiddels aangekomen in het meest toeristische deel van Workum, de markt met het oude stadhuis en de onvermijdelijke horeca. De markt is één groot terras, de fietsers fietsen over in wat bij nader inzien een fietspad blijkt, in de verte varen de bootjes voorbij door de geopende brug. Maar we zien ook de grote kerk al staan, de St. Gertrudiskerk. Daar gaan we straks even naar binnen. Eerst naar de overkant, naar de Tillefonne.

In een klein steegje begint een historisch voetpad dat van de oude Zuiderzeedijk naar het Noard loopt. Voetpad moet je hier heel letterlijk nemen. Is het eerst nog een smalle steeg die naar een klein hoog bruggetje leidt, even verderop is het paadje niet breder dan twee voeten naast elkaar. Het loopt dwars door de weilanden over acht bruggetjes.


Het paadje is verhard. Gelukkig maar, anders was het binnen de kortste keren met gras overgroeid. Het pad wordt al genoemd in 1560, meldt een bord aan het begin van de Tillefonne. ‘Tille’ komt van het Friese woord voor brug, ‘fonne’ van weilanden waar kalveren graasden. Het pad werd gebruikt door mensen die vanuit de wijde omtrek naar Workum liepen om er naar de kerk te gaan. Het is dus een kerkenpad.

De Tillefonne is een prachtige route. Van het ene weiland lopen we naar het andere, steeds met behulp van een smal, wit geverfd houten bruggetje, met een rooster erin. Op een van de bruggetjes staat ‘St. Odulphuspad’, en dat pad herinner ik me van de kuier bij Easterlittens. Grappig om dat hier weer tegen te komen. We passeren maisvelden, grazende koeien en steken steeds weer een slootje over. Als we ons omdraaien zien we Workum liggen, de toren van de Gertrudiskerk als baken. En dan komen we aan bij een smalle weg waarop fietsers en trekkers rijden.

Meteen aan de overkant loopt een smal stenen trapje de dijk op. Niet de dijk van het IJsselmeer want die ligt nog een heel eind verder. We hebben vanaf de dijk wel een weids uitzicht over het land, met aan de linkerkant Workum en aan de rechterkant in de verte de glinstering van het IJsselmeer. De zeilen van de boten steken wit af tegen de horizon. Af en toe moeten we even over een houten hek klimmen maar dat mag, er staat heel behulpzaam een opstapje aan beide kanten. We lopen langs loom liggende schapen die op hun gemak aan het herkauwen zijn, en bezoek blijkbaar al lang gewend. Ze blijven rustig liggen.

Scheepswerf

Aan het eind van de dijk is Workum al weer vlakbij. We lopen naar het haventje en zien net een groot zeilschip de sluis invaren. Wat een stuurmanskunst!

Dan weer terug, langs Scheepswerf De Hoop, gebouwd van zwart geteerd hout. Het is een van de oudste nog in bedrijf zijnde scheepswerven van Noordwest-Europa, staat op een informatiebordje. Ooit werden hier schepen gebouwd voor de vaart op de Oostzee, naar de Baltische Staten. De straat waar we langs gaan heet heel toepasselijk het Sylspaed. We kunnen tussen de huizen door steeds het water zien. Het is een smalle straat, met oude en minder oude huizen, in oude staat hersteld of gemoderniseerd.

En zo komen we op het Súd. Rechts ligt het water, dat de Diepe Dolle heet. Ook hier monumentale panden, grote en kleine. En dan zien we een huis dat een feest voor het oog is, met prachtige bloemen in de smalle randen die voorhanden zijn: valeriaan, teunisbloemen en stokrozen in talloze schakeringen. Ze groeien in de smalle openingen die de stoepranden bieden. Zie je wel, niet te snel wieden! Ook op de stenen vensterbanken staan bakken met bloeiende planten erin. Boven in de gevel is een wit fronton, de bovenste gevel, versierd met een stenen drapering in rood, wit en blauw, die is samengebonden met een blauw koord met goudgele kwasten eraan. Rechts van ons buigt de Diepe Dolle af naar rechts, we lopen weer tussen de huizen door, verder op het Súd.

Voor de liefhebber van geschiedenis en architectuur is Workum een feest. Het is alsof de opdrachtgevers ooit aan de bouwers hebben gezegd: ‘weet je wat, maak er maar wat moois van.’ En dat deden ze dan. Dat geldt niet alleen voor de huizen met trap- en klokgevels, ook begin twintigste eeuw wisten ze er wel raad mee. Een dubbel woonhuis aan het Súd bijvoorbeeld, heeft boven de raam- en deurpartijen mooie lateien in een boogvorm van gekleurde stenen, en een vloeiend lijnenspel in de witte onderlaag. Een huis met een klokgevel heeft een wellicht later pas gemaakt groot raam op de eerste verdieping, dat min of meer de vorm van de gevel volgt. Het geveltje helemaal bovenin is versierd met wat wel kantwerk van hout lijkt.

We lopen zo weer tegen de grote losstaande toren van de Gertudiskerk aan. Het is een stoer bouwwerk. Boven de deur aan de voorkant zit een hoog raam in gotische stijl, en rondom lijkt het alsof er nog meer ramen gepland waren die bij nader inzien toch maar dicht zijn gelaten. En inderdaad, in 1480 is begonnen aan de bouw van de kerk maar in 1615 wordt het schip van de kerk afgesloten met een muur. Toren en kerk blijven voor altijd los staan van elkaar.

Briefpanelen

Tijd om de kerk binnen te gaan. Het hoge zeegroen geverfde plafond met de zwarte balken en de lichtgekleurde glazen van de hoge ramen geven het interieur een serene sfeer. De houten banken hebben elk aan de zijkant weer net iets ander houtsnijwerk. De een heeft een vrije versiering, de ander een bloem, een vrouwen- of mannenkopje boven snijwerk dat lijkt op een geplooide doek. Briefpanelen heten ze, en ze stammen uit het eerste kwart van de zestiende eeuw.

Het doopvont stamt uit halverwege de twintigste eeuw en met een beetje Bijbelkennis kun je de doop van Jezus in de Jordaan onderscheiden, de doop van de Eunuch door Filippus, Elia die wordt gevoed door de raven en een kind dat ten doop gehouden wordt door beide ouders. Een verwijzing naar de talloze kinderen die in de loop van de tijd in deze kerk gedoopt zijn? Het doopvont detoneert in ieder geval niet.

De preekstoel is een kunstig staaltje houtsnijwerk, onder andere met de voorstelling van de vier vrienden, die een verlamde man door een opening in het dak voor Jezus neer laten dalen. De vier touwen zijn niet in reliëf gemaakt, maar hangen helemaal los van het houtsnijwerk.

Buiten op het kerkhof liggen de grootouders begraven van de vriendin die deze kuier meeloopt. Nog even kijken dus. Opvallend is een familiegraf van bruinroze steen in Jugendstil. Het steekt af bij de andere grafstenen, meest in grijze steen met zwarte letters.

Weer buiten is de tegenstelling met het drukke terras dat we passeren groot. Wel vier horecazaken hebben hier hun terrassen. Het is duidelijk het toeristenseizoen, corona of geen corona. Ik neem me alvast voor de wandeltocht in de herfst weer over te doen.