De historie van het Friesch Dagblad in vogelvlucht: ’t Krant schrijven is geen papscheppen

De opname in het Belgische concern Mediahuis is voor het Friesch Dagblad een nieuw hoofdstuk in een lange geschiedenis van grote en kleine veranderingen. Een goede gelegenheid voor het etaleren van een paar krenten uit de pap.

1899: de persvereniging

Eenvormigheid is de vloek van het moderne leven, was een uitspraak van ARP-politicus Abraham Kuyper en hij vond daarom dat naast de landelijke krant De Standaard die hij had opgericht er vooral ook provinciale partijkranten moesten komen. Je regio bepaalt je identiteit immers: ‘Voor ons besef is niemand Nederlander dan doordat hij Zeeuw, Fries, Hollander enz. is.’

Na veel gesteggel over vorm en financiering van zo’n krant in Fryslân werd op 23 oktober 1899 de Provinciale Persvereniging opgericht. Voorlichting van kiezers vanuit ARP-standpunt was het doel. Uitgeverij Jongbloed in Leeuwarden zou de krant voor 49 gulden per uitgave gaan drukken, twee keer per week. Op 6 januari 1900 verscheen het eerste exemplaar, onder de titel Provinciale Friesche Courant.

1903: het eerste Friesch Dagblad

Tiemen de Vries werd hoofdredacteur maar bleef niet lang; er waren geldproblemen en tussen hoofdredactie en bestuur was het hommeles. Hij liet een club mensen achter die er niet in slaagde de zaak op de rit te krijgen. Het aantal abonnees nam af, de schuld groeide, over de te varen koers werd geaarzeld – maar juist toen het nog maar prille blaadje zieltogend ten onder dreigde te gaan, werd toch een herstart gemaakt.

Dat kon dankzij een kapitaalinjectie van landelijke partijprominenten en een uitgewerkt plan van een van de mannen van het eerste uur, de Sneker advocaat en Tweede Kamerlid mr. H. Okma. Die herstart betekende een verhoogde frequentie naar vijf dagen in de week. Onder de nieuwe titel Friesch Dagblad liep de eerste krant op 3 juni 1903 van de pers.

1906: de drukkerij

Het bleef kwakkelen met de gewenste koers en het benodigde geld. Een wending ten goede was de oprichting van een eigen drukkerij in 1906, De Motor in Sneek. Die ging het FD tegen kostprijs drukken; de krant profiteerde van de winst en werd gesteund als er tekorten waren. Nu kon een begin gemaakt worden met schuldaflossing en het personeel had iets meer financiële zekerheid. Het aantal abonnees steeg in de richting van de duizend.

1911: hoofdredacteur Pieter Brouwer

In 1909 kreeg de redactie telefoon: Sneek nr. 159. Maar het meeste nieuws werd uit andere kranten bijeen geknipt en geplakt, veelal in vrije tijd. Van medewerker D. Mulder, die na een paar jaar overspannen vertrok, werd bijvoorbeeld later gememoreerd dat hij overdag werkte als onderwijzer in Hommerts, vervolgens zeven kilometer naar Sneek liep om te doceren aan de Normaalschool en dan rond middernacht aan zijn werk voor de krant begon.

’t Krant schrijven is geen papscheppen. Al meent menigeen dat de journalist het zo maar schudt uit zijn mouw

Pas in 1911 kreeg de krant weer een volwaardig hoofdredacteur: Pieter Brouwer. Met hem kreeg de krant langzamerhand meer journalistiek smoel; hij benadrukte dat het een ambacht was: ‘’t Krant schrijven is geen papscheppen. Al meent menigeen dat de journalist het zo maar schudt uit zijn mouw. ’t Kan erger zijn dan sneeuw ruimen wanneer het gevroren heeft.’ Maar nieuwsgaring bleef ondergeschikt aan commentaren.

1917: de eerste vrouw bij de krant

In de Eerste Wereldoorlog (‘de grootste ramp sinds de zondvloed’), tevens de tijd van discussies over vrij onderwijs en algemeen kiesrecht (niet voor vrouwen wat de krant betrof), deed de eerste vrouw haar intrede bij de krant: met toestemming van het bestuur mocht Lydia Brouwer, dochter van de hoofdredacteur, komen helpen. Later werkten (vaak anoniem) veel meer vrouwen mee aan de krant, onder wie de later bekende schrijfster Tiny Mulder die jarenlang een vrouwenpagina en een kinderpagina voor haar rekening nam.

1926: Uddo

Begin jaren twintig werd met enige zorg de opkomst van Hitler en Mussolini beschreven, al gaf Brouwer rekenschap van onvoldoende inzicht in de snelle ontwikkelingen om zich een ferm oordeel aan te matigen. Wel constateerde hij van de Italiaan al in 1923 dat ‘hij het gezonde constitutionele leven in de wortel geraakt heeft door de macht te stellen boven het recht’.

Eer toch wat meer uw eigen taal die veel te schoon en te stoer is om als een assepoester op ’n stoofje bij ’t haardvuur te worden gezet

Vertrouwder voelde hij zich op eigen hiem, door bijvoorbeeld te pleiten voor zelfbewust gebruik van het Fries: ‘Eer toch wat meer uw eigen taal die veel te schoon en te stoer is om als een assepoester op ’n stoofje bij ’t haardvuur te worden gezet.’ Toen Brouwer in 1926 overleed, telde de krant ongeveer 3600 abonnees. Onder zijn opvolger Daniël van der Meulen (die schreef onder de naam Uddo) werden in 1929 de oude schulden uit 1904 afgelost.

1929: het eerste interview

Datzelfde jaar verscheen het allereerste interview ooit in de krant (een gesprek met een honderdjarige). Maar dat was een uitzondering (in 1934 volgde pas het tweede); het FD bleef vooral partijorgaan, een volgens chroniqueur De Jong incomplete en eenzijdige krant die vol was van eigen gelijk. En met een ronduit paternalistische houding jegens medewerkster Lydia Brouwer.

Het wil ons voorkomen dat onze geachte medewerkster, overladen als zij is met allerlei moederlijke bezigheid, het boek niet geheel gelezen heeft

De hoofdredacteur twijfelde in de krant openlijk aan haar capaciteiten en argumenten als ze bijvoorbeeld een roman van Remarque aanprees: ‘Het wil ons voorkomen dat onze geachte medewerkster, overladen als zij is met allerlei moederlijke bezigheid, het boek niet geheel gelezen heeft, noch met een kritische blik bekeken’ of ‘Hoewel we’t haar als vrouw niet zo kwalijk nemen, moet ons toch van het hart dat onze geachte medewerkster Lydia zich met haar ‘denken’ op een gevaarlijk terrein bevindt. Dat der politiek.’

1936: een telex

In 1936, toen Hendrik Algra net een jaar hoofdredacteur was na het vroege overlijden van Van der Meulen, schafte de krant zijn eerste telex aan. ‘Een ingenieus apparaat dat men een verreschrijver zou kunnen noemen’, beschreef medewerker Jan de Haan. De krant bleef onverminderd partijkrant; toen Colijn in 1937 op verkiezingstournee overkwam, schreef Algra: ‘Hef de vlag omhoog, de oude vlag en voer ons aan in de strijd. Wij willen volgen met onwankelbare trouw.’ De hoofdredacteur hield zelf 41 verkiezingstoespraken.

1941: uitgave gestaakt

Over de NSB was Algra kritisch, zeker nadat hij een paar reizen naar Duitsland had gemaakt, en de kans op oorlog achtte hij steeds groter. Tegelijk had hij vertrouwen in de defensiekracht van het Nederlandse leger. De snelle capitulatie moet hem hebben geschokt, net als de aftocht van Wilhelmina naar Engeland – waarop hij met zijn vrouw door de Prinsentuin ging wandelen, beiden met een oranje rozet op de revers. In de krant hoedde hij zich voor een scherp oordeel: ‘Verder weten wij niet wat er allemaal achter de schermen is gebeurd, we moeten niet op geruchten afgaan en daarom kunnen we nog niet oordelen over het vertrek van de koningin.’

De snelle capitulatie moet hem hebben geschokt, net als de aftocht van Wilhelmina naar Engeland

Op 23 januari 1941 legde Algra zijn werk neer na een waarschuwing van de Duitsers over de anti-Duitse teneur van zijn artikelen. De rest van de redactie ging nog even door, maar toen op 10 mei op een vergadering van christelijke journalisten in Amsterdam bleek dat de overgrote meerderheid al lid was van het door de Duitsers verplichte Verbond van Journalisten, was men ontredderd.

Lees ook: Friese pers in oorlogstijd: Een strijd tussen plichten, principes en overtuiging

De drie FD-medewerkers Jan de Haan, Bauke de Jong en Haring van der Goot wilden per se geen lid worden, waarop het bestuur besloot dat de uitgave van de krant zou worden gestaakt en voor de redacteuren gezorgd. De Haan legde deze geschiedenis vast in de brochure Niet geknecht .

1945: algemeen christelijk

Op 16 april 1945 verscheen het eerste na-exemplaar. Sterke mannen haalden 4000 exemplaren door de handpers van Jongbloed in Leeuwarden en kregen als dank elk een Edammer kaas. Besloten werd dat de krant geen AR-blad meer zou zijn maar ‘de tolk van allen die Christelijke politiek in reformatorische zin voorstaan’. Het in Drachten gevestigde De Vrije Fries ging op in het FD, er kwamen bijkantoren in Dokkum, Franeker en Heerenveen. De hoofdvestiging kwam in de Galileër Kerkstraat in Leeuwarden, waar het Leeuwarder Nieuwsblad zijn pand en persen op last van het Militair Gezag aan het FD beschikbaar moest stellen.

1946: sport

In 1946 introduceerde de krant een wekelijkse maandagrubriek ‘Sport op zaterdagmiddag’ maar de houding jegens ‘de afgoderij van de sport’ bleef altijd kritisch, en sport op zondag werd genegeerd. Of het die strikt morele houding was of niet, het lukte de krant niet om de christelijke lezersmarkt te veroveren. Op 1 januari 1946 telde de krant nog 29.500 abonnees, op 1 januari 1949 was dat alweer gezakt naar 20.000.

1957: kritisch rapport

Directeur Rein Boomgaard zou zijn loopbaan lang blijven kampen met een gering aantal abonnees, en tegelijk was die achterban altijd bereid extra steun te verlenen aan hun koersvaste krant. Die was volgens chroniqueur De Jong in de jaren vijftig een degelijke en eerlijke maar ook ‘een vrij saaie krant’ waarvan het journalistieke gehalte maar langzaam groeide.

Verscheidenheid op de redactie was er nauwelijks en de toon van Algra’s hoofdartikelen was te polemisch

Redactiechef Wijbenga schreef in 1957 in een kritisch rapport over de krant: jongeren en hervormden konden niet worden bereikt; de verscheidenheid op de redactie was er nauwelijks en de toon van Algra’s hoofdartikelen was te polemisch. De LC was zowel beter geredigeerd als dikker van omvang en gevarieerder van inhoud, constateerde hij somber.

1961: geen noordelijke samenwerking

Met de twee enige andere AR-kranten die nog waren overgebleven werd in 1961 lang en intensief onderhandeld over noordelijke samenwerking: de Nieuwe Provinciale Groninger Courant en de Nieuwe Drentsche Courant. Het liep op niets uit.

1964: Reve

Hendrik Algra ontketende een landelijke rel door in de Eerste Kamer het werk van Gerard van het Reve moreel terroristisch te noemen – hetgeen Reve geen windeieren legde. Hij kocht een huisje in Greonterp en noemde het Huize Algra. Beide mannen onderhielden naderhand een begripvolle correspondentie.

1966: verbreding

De grondslag van de krant werd in 1966 breder verwoord: de vereniging ‘staat op grondslag van de Bijbel als Gods onfeilbaar Woord. Zij stelt zich ten doel de bevordering van de christelijke pers in Friesland’. ‘En’, liet Algra toevoegen, ‘gaat hierbij uit van haar overtuiging dat tot bescherming, activering en versterking van de reformatorische kranten in het leven van ons volk, christelijke politieke partijvorming noodzakelijk is’. Protest tegen die laatste toevoeging op de ledenvergadering baatte niet.

Er werd voorzichtig begonnen met verslaggeving over het Europacupvoetbal, de Tour de France en zelfs een genuanceerd stuk over naturisme

Tegelijk werd de krant veelkleuriger van toon, bijvoorbeeld toen in 1967 politicoloog en bestuurskundige Sytze Faber andere standpunten verkondigde dan Algra. Ook Luit Spanninga schreef afwijkend van Algra’s opvattingen. Er werd voorzichtig begonnen met verslaggeving over het Europacupvoetbal (vanaf 1963) de Tour de France (vanaf 1970) en zelfs een genuanceerd stuk over naturisme (van kerkredacteur Haitze de Boer) haalde in 1971 de krant.

Algra vond die pluriformiteit in eigen krant prima – al ging hij er ook graag scherp tegen in; op het naturistenverhaal weersprak hij met de opmerking dat de mens vanuit het paradijs niet voor niets schaamtegevoel had meegekregen: dat helpt voorzichtig en waakzaam te leven.

1972: nieuw gebouw en nieuwe pers

In 1969 besloot de ledenvergadering tot nieuwbouw op het westelijk industrieterrein van Leeuwarden. Trouw deed in 1971 nog een voorstel tot samenwerking maar de krant sloeg het af in de veronderstelling dan te veel in te moeten boeten aan eigen identiteit en karakter. Een besluit genomen uit zelfvertrouwen: het bedrijf had het nieuwe gebouw, een nieuwe offsetdrukpers en fotografische zetmachine kunnen kopen dankzij het uitschrijven van een renteloze obligatielening, die de pakweg 19.000 abonnees royaal omarmden.

Op 30 maart al was de miljoen gulden ruim overschreden. De LC bood aan dat het FD ook op haar persen de krant kon komen drukken, maar ook dat werd afgeslagen. In maart 1972 werd het nieuwe pand aan de Voltastraat betrokken, in aanwezigheid van minister Engels van cultuur.

1971: Klaas Runia

In 1971 ging theoloog prof. dr. Klaas Runia voor het Friesch Dagblad schrijven, en werd jarenlang de belangrijke theologische stem van de krant. Hij trad in 1977 ook toe tot de commissie van redactie.

1977: bij de PersUnie

Er was al beperkte redactionele samenwerking met de dagbladen Trouw en De Rotterdammer, en de krant sloot zich ook aan bij de PersUnie, een gezelschap regionale bladen die zo samen een nieuwsvoorziening organiseerden.

Datzelfde jaar trad Algra na 42 jaar terug als hoofdredacteur. Er kwamen twee opvolgers in de plaats: ds. Ype Schaaf werd de eerste full time betaalde, en naast hem Sytze Faber, die ook Tweede Kamerlid bleef. Algra werd erelid van de Persvereniging.

1979: winter

De uitzonderlijke winter van 1979 leidde tot problemen met maken en bezorgen van de krant in februari. Toch lukte dat met veel kunst-en-vliegwerk goeddeels. Fotograaf Frans Andringa en journalist Lútsen Kooistra maakten een ‘witboek’ van hun tochten door de ingesneeuwde provincie. Ook in de jaren tachtig kwamen er twee boeken, nu niet over sneeuw maar over ijs: in 1985 en 1986 werden er voor het eerst sinds lang weer Elfstedentochten verreden.

Jaren tachtig: abonneepiek

Rond de 26.000 abonnees droegen het Friesch Dagblad begin jaren tachtig. In dat decennium kwam er andermaal een nieuwe drukpers, maar problemen dienden zich ook aan: mislukte commerciële initiatieven (autokrant, sportkrant) leidden tot tonnen verlies, en er groeide een conflict tussen bestuur plus directie en hoofdredacteur Bob Nuys. Hem werd verweten de krant stilzwijgend naar samenwerking met de LC te dirigeren.

De financiën bleven zeer wisselvallig, groot verlies in 1996, afstoten van de vellendrukkerij, 1997 bescheiden winst

Na zijn gedwongen vertrek in 1993 werd Lútsen Kooistra in 1994 benoemd tot hoofdredacteur. Hij nam al gauw ook het directeurschap op zich. Het bestuur van de vereniging bekrachtigde in 1995 de wens tot blijvende zelfstandigheid. De financiën bleven zeer wisselvallig, groot verlies in 1996, afstoten van de vellendrukkerij, 1997 bescheiden winst, en een jaar later een nieuwe pers en toch ook winst.

2001: MKZ

Toen op 10 en 11 april mond-en-klauwzeer werd geconstateerd in Ee en Anjum, zag de krant direct hoe groot de impact op de boerenstand zou zijn en werd een oproep tot medeleven geplaatst. De zaterdagkrant telde vijf pagina’s steunbetuigingen en de maandagkrant nog een vracht. Abonnees haalden dat jaar voldoende geld op om twee nieuwe redacteuren te kunnen benoemen.

2003: 100 jaar

Het eeuwjubileum van de krant werd groots gevierd in de Grote Kerk in Leeuwarden, in aanwezigheid van premier Balkenende. Er kwam een boomplantdag voor lezers en een inzamelingsactie voor onderwijs in Afrika. Ook verscheen deel 1 van de geschiedschrijving van de krant: Zij zullen het niet hebben (1903-1935) van K. de Jong Ozn. (Deel twee verscheen in 2011, kort na het overlijden van de auteur, onder eindredactie van zijn zoon Oek.)

2008: Frieslands verleden

Vijftig verhalen publiceerde de krant over de Friese geschiedenis, in samenwerking met de Fryske Akademy, Tresoar en het Fries Museum, onder redactie van Douwe Kooistra, en die werden door uitgeverij Bornmeer gebundeld onder de titel Frieslands verleden.

2011: tabloid

Op 13 mei 2011 verscheen de krant voor het eerst niet meer op groot formaat maar op het handzamere ‘tabloid’. Twee jaar later werd het FD ochtendkrant, net als de LC. De krant werd toen al een aantal jaar gedrukt in Emmeloord na het overdoen van de pers aan Hoekstra Boom, waarna de redactie verhuisde naar kantoorruimte in het pand van zorgverzekeraar De Friesland.

2013: overname

De vernieuwingen ten spijt bleven aantallen abonnees en vooral adverteerders teruglopen. FB Oranjewoud nam het Friesch Dagblad vlak voor de zomer in 2013 over en bracht het onder bij NDC Mediagroep, waar ook een grote schuld van LC en DVNH moest worden weggewerkt. De LC commentarieerde op de dag van overname: ‘De komende maanden gaan tientallen journalistieke banen verloren bij Leeuwarder Courant, Friesch Dagblad, Omrop Fryslân en de streekbladen, maar de kracht van de pluriformiteit zit in de garanties voor eigen smaak en kruidigheid.’

Door altijd een eigen koers te varen. Op elke pagina en in elke rubriek. Een eigenheid die past bij de lezers en die de NDC dient te koesteren

Commissaris der Koningin Jorritsma was daar niet gerust op. ,,De toekomst laat zich raden. Men kijkt toch naar efficiëntie. Dan is één plus één twee.” Zijn voorspelling komt vooralsnog niet uit: bij het afscheid van Lútsen Kooistra in 2017 was de krant journalistiek volstrekt onafhankelijk, hetgeen ook door ‘concurrent’ LC werd gekoesterd in haar commentaar over het FD als ‘fijne, authentieke krant die elke storm trotseert. Door altijd een eigen koers te varen. Op elke pagina en in elke rubriek. Een eigenheid die past bij de lezers en die de NDC dient te koesteren.’

2019: Het Goede Leven

In augustus 2019 krijgt het FD naast de grondig vernieuwde website van de krant, nog een website, onder de naam Het Goede Leven. Een bekende titel voor de krant – het was eerder een wekelijkse verzameling van niet-regionale kopij, verspreid onder niet-Friese abonnees, later voortgezet als nieuwsbrief. De nieuwe website, waarin CW Opinie ook participeert, is de opmaat voor een maandblad onder dezelfde titel, waarvan in januari 2020 het eerste nummer van de pers rolde.

Nieuws

Meest gelezen

menu