Dit artikel is vandaag gratis

De redding van de Dobbe-paarden in 2006 spreekt nog steeds tot de verbeelding. Oud-burgemeester Wil van den Berg brengt vijftien jaar na dato het verhaal achter de schermen

Honderden paarden zitten vast op een kwelder bij de Friese plaats Marrum door hoogwater. Ruim honderd paarden konden worden gered door de inzet van lokpaarden. Tientallen paarden overleefden het drama niet. Fotograaf Laurens Aaij won met dit beeld in 2006 de Zilveren Camera.

In 2006 raast een zware storm over het Noarderleech. Door overstroming van het buitendijkse gebied bij Marrum raken zo’n 150 paarden ingesloten. Wil van den Berg is als burgemeester nauw betrokken bij de reddingsactie die volgt. Hij blikt in eigen woorden terug op de gebeurtenis van toen.

Het begon eigenlijk al op 31 oktober 2006. Het stormde buiten dat het een lieve lust was. Die avond was ik in mijn studeer- en werkkamer om een voetbalwedstrijd te kijken. Bij het vorderen van de avond leek het wel of het buiten steeds heviger werd. Zelfs zo hevig dat ik mij afvroeg of het allemaal wel goed zou gaan. Voor de zekerheid zocht ik mijn exemplaar op van het rampenplan van Ferwerderadiel, dat ik in de kast had liggen.

Ik heb het drie keer doorgenomen en de belangrijkste onderdelen nog eens goed in mijn hoofd geprent. Dat zou later geen overbodige luxe blijken. Tegen middernacht wilden we gaan slapen, maar op dat moment ging de telefoon. Het was een ambtenaar van de provincie Fryslân. ,,Burgemeester”, zei hij, ,,het zou kunnen zijn dat u telefoontjes krijgt van verontruste inwoners van uw gemeente, die mededelen dat er allerlei onbekende mensen op de dijk lopen. Dan moet u weten, dat dit inderdaad juist is. Het zijn mensen van het waterschap, want gelet op de storm hebben we beperkte dijkbewaking ingesteld.”

Ik bedankte hem voor de mededeling. Hij voegde er nog aan toe: ,,Het zal toch zeker bij dit weer zo zijn dat er geen vee meer buitendijks aanwezig is”. Ik bevestigde. Immers, door de beheerder van het Noorderleech, It Fryske Gea, was als regel gesteld aan pachters dat hun vee op 15 oktober uit het gebied moest zijn gehaald. Al snel bleek het anders te zitten.

De volgende dag

Zoals gebruikelijk ging ik de volgende dag gewoon naar het gemeentehuis. Tijdens een bespreking had ik niet door wat er op de dijk allemaal gaande was. Rond een uur of tien belde een vertegenwoordiger van de Veiligheidsregio met de vraag of ik een weiland kon regelen voor de opvang van paarden. Hij noemde een aantal van dertig.

Ik gaf aan dat ik daarover met Gerben Visbeek, exploitant van de Seedykster Toer in Marrum, zou bellen. Gerben, met wie ik een goede relatie had, stemde daar gelijk mee in. Na een suggestie daartoe van ambtenaar openbare orde en veiligheid Berend Jager ben ik maar eens op de dijk gaan kijken.

Toen ik daar aankwam, wist ik niet wat ik zag. Zo’n beetje alle brandweereenheden met een boot, van Harlingen tot aan de Fries-Groningse provinciegrens, waren druk in de weer met het redden van de paarden. In totaal haalden brandweer, It Fryske Gea en niet te vergeten Piet Lootsma, de eigenaar, zo’n twintig paarden uit het water.

Ook de politie was met het hele team Middelsee uit Sint Annaparochie aanwezig. Een geluk bij een ongeluk was dat ze die ochtend samen met onze medewerkers van Gemeentewerken alle afzettingen en omleidingen tijdig hadden verzorgd.

Na aankomst op de dijk namen we plaats in de commandowagen. Het team dat zich met de redding bezig hield, formeerde zich als het ware vanzelf. Namens It Fryske Gea was dat Ultsje Hosper, veearts Marten de Vries uit Marrum, een vertegenwoordiger van de brandweer en een van de politie. Daarnaast was ook wethouder en locoburgemeester Haije Talsma aangeschoven. Een dame waarvan ik dacht dat het een logboekschrijver was van de Veiligheidsregio, bleek later een journaliste van de Leeuwarder Courant .

Rampenplan

Uit het rampenplan had ik begrepen dat politie, brandweer en gemeente voor hun eigen eten en drinken moesten zorgen. Na een uur bleek dat dit nog steeds niet geregeld was. Opnieuw was Gerben Visbeek bereid te helpen en de Seedykster Toer open te stellen om voeding met zijn team te verzorgen. Hij trommelde zijn personeel op en vroeg Frans Schreiber, de plaatselijke slager, de verdere catering te verzorgen. ,,Stuur de rekening maar naar de gemeente”, had ik ‘m gezegd. Hulpverleners konden in groepen per toerbeurt eten.

Daarnaast was er nog een andere groep die aandacht verdiende: de steeds groter wordende schare van journalisten. Ik vond het van groot belang dat ook deze groep van voldoende verzorging werd voorzien. Daartoe vroeg ik Friesch Dagblad -journalist Bram Buruma om de boodschap over te brengen aan zijn collega’s met een perskaart. Dit onder het motto: ‘Een journalist met een gevulde maag schrijft positiever over de gemeente, dan een journalist met een lege maag!’

Aan de slag

Ondertussen bemerkte ik dat de redders vermoeid raakten en niet verder konden met het aan wal brengen van de paarden. Na overleg met het team is besloten om de provincie te vragen om bijstand door een legereenheid. Het kabinet van de commissaris van de Koning gaf onmiddellijk uitvoering aan dit verzoek en binnen anderhalf uur had zowel het ministerie van Defensie als het departement van Binnenlandse zaken toestemming gegeven. De legereenheid bleek zelfs al onderweg. Het was de 105 Brugcompagnie.

Dat het leger werd ingeschakeld was achteraf een goede zaak. De emoties op de dijk waren inmiddels zo hoog opgelopen dat ervoor werd gevreesd dat mensen zelf het water in zouden gaan om de paarden te redden. Dit zou zijn uitgelopen op een echte ramp omdat het water circa 1,80 meter hoog stond en bijzonder koud was.

De legereenheid ging na aankomst direct aan de slag. De ponton, waarop de viervoeters aan land zouden worden gebracht, werd gereedgemaakt, maar liep vrijwel direct vast. Prikkeldraad was namelijk in de aandrijving terechtgekomen. Men bleef het proberen maar het lukte niet.

Vervolgens namen wij in het commandovoertuig het besluit pas de volgende dag verder te gaan. Onze samenkomst had iets onheilspellends. Het team zat binnen en om het voertuig heen waren er de lichten van de televisiecamera’s. De tv-ploegen cirkelden om ons heen. Het besluit om bij ochtendlicht door te gaan deelde ik aan de pers mede. We belegden ook een persconferentie voor die ochtend in het gemeentehuis.

Het verzorgen van de paarden

We zouden de paarden op de dobbe voorzien van voer en vers drinkwater, lieten we daar weten. De pers kon vanaf brandweerboten ter plekke filmen.

Micky Nijboer had zich al in een vroeg stadium gemeld om via een lokactie de paarden met een aantal amazones van de Dobbe af te halen. We weigerden dat in eerste instantie omdat het water weliswaar zakte, maar nog altijd circa 1,60 meter hoog stond. Wel deelden we mee dat we in een later stadium van hun diensten gebruik wilden maken. Het voeren van de paarden nam de hele dag in beslag. ’s Avonds hadden we de behandeling van de begroting in de gemeenteraad Ferwerderadiel waarbij de raad uitvoerig werd geïnformeerd. Het werd dan ook een latertje.

De redding

De derde dag begaf ik mij al vroeg naar de dijk, waar ik sprak met veearts Marten de Vries. Hij liet desgevraagd weten dat het water inmiddels behoorlijk was gedaald en dat een redding met amazones zeer goed mogelijk leek. Daarop besloten we het team weer bij elkaar te roepen bij de Seedykster Toer. We bespraken elke actie door. Bij de door mij gevraagde benodigde uitvoeringstijd telde ik steeds een kwartier of twintig minuten op.

Uiteindelijk kwamen we uit op een starttijd van half twee ’s middags. Bewust zei ik daarna tegen de pers dat de operatie vermoedelijk om 14.00 uur zou plaatsvinden. Na wat gesteggel over de persplek, gaf ik om circa 13.30 uur het sein aan de Officier van Dienst Marco Janssen om de operatie te starten.

Vier amazones vertrokken naar de dobbe. Twee lieten hun paarden hinniken aan de kant om de aandacht van de kudde te trekken. Het waren dappere vrouwen - Micky Nijboer, Christina Stormer, Hinke Lap, Antje Dijkstra, Susan Fransen en Fardow de Ruiter – die het eindspel uitvoerden.

Zij kregen zowel op de herdenkingsbijeenkomst in de raadszaal in Ferwert, bij een bezoek aan de Koninklijke stallen als bij de huldiging in Leeuwarden door oud-minister Cees Veerman veel lof toegezwaaid. Terecht natuurlijk. Maar niet vergeten mag worden dat brandweer, politie, It Fryske Gea, Gemeentewerken en de 105 Brugcompagnie veel werk hebben verzet.

Ook een eervolle vermelding verdient Norma Miedema, die op haar manier veel aandacht gaf aan paarden in nood. En de legereenheid natuurlijk: direct na aankomst kreeg ik een eigen verbindingsman, majoor Hottinga, toegewezen.

Politiek gezien was het toch wel op eieren lopen. Menig boereninwoner van Ferwerderadiel en ook raadsleden vonden de aandacht voor het gebeuren wat overdreven. Maar toch: de internationale aandacht voor de gemeente en de afhandeling van het geheel waardeerde men ook.

Tijdens de drie bewuste dagen was ik zelf erg gericht op het proces. Pas achteraf werd mij de reikwijdte van de publiciteit duidelijk. Elk jaar als het weer 1 november wordt, denk ik nog even terug aan het gebeuren. Dit jaar al weer vijftien jaar geleden.

Wil van den Berg is oud-burgemeester van Ferwerderadiel

Nieuws

Meest gelezen