Van bolwerk ter verdediging van de stad, tot privaat lusthof en openbaar stadspark: de Prinsentuin heeft vele gezichten gehad

Het is een begrip voor iedere Leeuwarder. Het groene hart in het midden van de stad, waar veel bezoekers graag komen om een wandelingetje te maken over de slingerende paden, te genieten van de zon op de ligweide of bij te kletsen op een bankje aan de stadsgracht.

Schilderij van het feest in de Prinsentuin ter gelegenheid  van het bezoek van konin Willem I uit 1830 van Jacob Bonga

Schilderij van het feest in de Prinsentuin ter gelegenheid van het bezoek van konin Willem I uit 1830 van Jacob Bonga

Het boek Prinsentuin Leeuwarden: van stadhouderlijk lusthof naar stadswandelpark van Els van der Laan-Meijer en Willemieke Ottens, vertelt de rijke en boeiende geschiedenis van deze plek.

De Prinsentuin werd tweehonderd jaar geleden een openbaar stadspark, naar een ontwerp van tuinarchitect Lucas Pieters Roodbaard (1782-1851). De geschiedenis van deze plek gaat echter veel verder terug.

Het terrein begon als bolwerk ter verdediging van de stad. In 1604 gebruikte de Friese stadhouder Willem Lodewijk van Nassau-Dietz, ook wel bekend als Us Heit, het als plek om zijn paarden te stallen. Ter ere van de Vrede van Münster in 1648 werd het ingericht als ‘lusthof’ door stadhouder Willem Frederik. Door, onder andere, Maria Louise van Hessen-Kassel (1711-1751), ook wel bekend als Marijke Meu, werd het park in 1743 verder aangelegd. Zij werkte samen met de Duitse hovenier en architect Johan Hermann Knoop, die in de tweede helft van de achttiende eeuw de belangrijkste hovenier in Noord-Nederland was.

Opvallend is dat er gedurende deze eeuw veel fruitbomen en exotische planten en bomen in de tuin te vinden waren. In het boek van Van der Laan-Meijer en Ottens komt naar voren dat er meer dan zeshonderd oranjebomen stonden, naast oleanders, vijgen- en amandelbomen. Ook kersen-, peren en pruimenbonen werden door Hermann aangeplant.

Wandelpark

Na de Bataafse revolutie werd de tuin opengesteld voor publiek. Maar de geschiedenis van de Prinsentuin als stadspark begon pas echt toen koning Willem I het in 1819 aan de stad schonk, onder de voorwaarde dat het een wandelpark voor Leeuwarders zou worden.

Roodbaard ontwierp de tuin, nadat hij in 1820 de prijsvraag had gewonnen die hiervoor werd uitgeschreven. In de Prinsentuin is de kenmerkende stijl van Roodbaard goed te zien. ,,Hij werkte in de Engelse landschapsstijl van de Romantiek, waarin een ideaalbeeld van de natuur werd nagestreefd,” vertelt Ottens. ,,Daarin komen organische vormen en hoogteverschillen terug.”

Het boek bevat veel historische bronnen en is rijk geïllustreerd. Zo zijn er verschillende ontwerptekeningen van Roodbaard opgenomen in het boek, naast stadsplattegronden, ansichtkaarten, tekeningen en schilderijen, die de evolutie van de Prinsentuin op aantrekkelijke wijze in beeld brengen.

Onder druk

De opdracht van het ontwerpen van een openbaar stadspark viel samen met de ontmanteling van het bolwerk. Daarmee was Leeuwarden een van de eerste steden in Nederland die een openbaar standswandelpark op de vestingwerken liet aanleggen. Stadarchitect Van der Wielen en Roodbaard werkten ongeveer een kwart eeuw aan de transformatie van dit deel van Leeuwarden.

,,Het was heel bijzonder dat het negentiende-eeuwse stadsbestuur zoveel moeite en geld stak in die omvorming van de stad”, vertelt Ottens. ,,Ze hadden goed door dat de grootstedelijke opgave zich niet alleen beperkt tot de gebouwen, maar dat het groen en de infrastructuur van even groot belang zijn.”

Aan het einde van de negentiende eeuw werd de ruimte kostbaarder en werd een gedeelte van het groen alweer ingeruild voor andere functies. ,,Er is een parallel met tegenwoordig. We hebben allemaal gezien dat met corona de druk op de stadsparken niet alleen in Leeuwarden, maar in heel Nederland groot is geworden. We willen graag naar buiten. Tegelijkertijd groeien de steden alleen maar en boet het groen juist in.”

Ottens pleit er dan ook voor om te denken in de geest van Roodbaard en om de druk op parken als de Prinsentuin te verlichten, door meer groene rondwandelingen aan te leggen van bijvoorbeeld het centrum naar buitengebieden. ,,Het park blijft onverminderd populair, daarin schuilt ook het gevaar. Net als met historische monumentale gebouwen moet het goed onderhouden worden om zo het voortbestaan niet te bedreigen. De Prinsentuin is een belangrijke plek voor de inwoners van Leeuwarden en dat moet het ook blijven.”

Prinsentuin Leeuwarden: van stadhouderlijk lusthof naar stadswandelpark. Els van der Laan-Meijer en Willemieke Ottens. Uitgeverij Noordboek, 17,90 euro.