Deel van de Waddenzee zou in de toekomst kunnen verdrinken als gevolg van bodemdaling door zoutwinning bij Harlingen door Frisia

De komberging Vlie, een deelgebied in de Waddenzee, zou in de toekomst kunnen verdrinken als gevolg van zoutwinning door Frisia. Dat oordeelt een speciaal Adviescollege dat het ‘hand aan de kraan’-principe van de zoutwinning bij Harlingen onder de loep heeft genomen.

De Waddenzee in de omgeving van Schiermonnikoog.

De Waddenzee in de omgeving van Schiermonnikoog. Foto: ANP

De Adviescommissie onderzocht de bodemdaling aan de hand van wetenschappelijke artikelen, experts en inbreng van betrokken organisaties. Maandag adviseerde minister Stef Blok (Economische Zaken en Klimaat) de Tweede Kamer over de conclusies.

Volgens de Adviescommissie en de minister zijn wetenschappers er op dit moment zeker van dat er geen schade aan de natuur ontstaat. Daarom hoeft de zoutwinning ook niet van de ene op de andere dag te stoppen.

Voor de toekomst zouden er voor het gebied Vlie (tussen Terschelling, Vlieland en Harlingen) wel negatieve gevolgen kunnen ontstaan. Het gebied zou dan niet snel genoeg sedimenteren om mee te groeien met de bodemdaling. Deltares zal verder onderzoek doen naar het meegroeivermogen van de komberging Vlie, meldt minister Blok. De minister wil daarnaast het advies overnemen om de relatieve zeespiegelstijging in de Waddenzee niet eens per vijf jaar, maar élk jaar te evalueren.

Meegroeien

Daarmee komt Blok ook enigszins tegemoet aan de kritiek van de tegenstanders van de zoutwinning. Zij zijn bang dat de wadplaten sneller verdrinken, vanwege zoutwinning in combinatie met de zeespiegelstijging. In theorie zal dat niet gebeuren: de Waddenzee trekt meer sediment aan dan eruit stroomt, waardoor de bodemdaling gecompenseerd wordt.

Maar in hoeverre de wadbodem daadwerkelijk ‘meegroeit’ met de bodemdaling én de zeespiegelstijging, wordt niet regelmatig bekeken. Daarom stelt de Adviescommissie voor om het ‘hand aan de kraan’-principe aan te vullen met regelmatig onderzoek naar het meegroeivermogen van de bodem.

Raadgeving van de Adviescommissie over nieuwe technieken, meer ecologische metingen en het onderzoeken van gedrag van vogels rond de wadplaten, neemt de minister niet over. Dat vindt hij ‘de primaire verantwoordelijkheid’ van de mijnbouwondernemingen en de Auditcommissies gas- en zoutwinning onder de Waddenzee. Zoutwinbedrijf Frisia heeft een vergunning om nog dertig jaar naar zout te mogen boren.