Een politieagent speurt steeds vaker ook digitaal naar misdaden en criminaliteit

Agenten maken steeds meer gebruik van digitale sporen bij het oplossen van misdrijven, blijkt uit onderzoek van NHL Stenden. Na een trage start maakt de politie nu digitale stappen. En de oude garde loopt voorop.

Naast fysiek onderzoek zien steeds meer agenten het nut in van digitaal onderzoek en digitale kennis.

Naast fysiek onderzoek zien steeds meer agenten het nut in van digitaal onderzoek en digitale kennis. Foto: ANP

De dood van Tjeerd van Seggeren uit Kollumerzwaag in 2017 was lange tijd een raadsel voor de politie, totdat agenten in de Google-zoekgegevens en telefoongegevens van zijn weduwe gingen speuren en mede op basis daarvan haar als verdachte aanhielden. Het is in Fryslân waarschijnlijk de bekendste zaak waarin digitale sporen een grote rol hebben gespeeld.

En de politie weet die sporen steeds beter te vinden. Renske Zuurveen en Wouter Stol van de Onderzoeksgroep Cybersafety van NHL Stenden waren daar een beetje door verrast, geven ze toe. Stol: ,,Ik kijk al jaren rond bij de politie, maar dit is de eerste keer dat ik denk: dit is een positief signaal. Al wil ik niet zeggen dat ze er al zijn.”

,,Het geluid is vaak dat de politie hopeloos achterloopt op de digitale criminelen”, vult Zuurveen aan. ,,En je hoort daar ook wel berichten over. Bijvoorbeeld van een tienermeisje dat aangifte deed van sexting, waarop de politie vroeg wat een simkaart eigenlijk was. Bij een onderzoek in 2016 zagen we ook dat agenten de digitale kansen wel zagen, maar er te weinig mee deden. En we zien nu dat zij echt bezig zijn om er meer mee te doen.”

Bij het onderzoek, uitgevoerd bij voornamelijk de politie in Noord-Nederland, werd aan agenten gevraagd of ze in bepaalde situaties voor een digitaal of fysiek bewijsstuk gingen. Vaak kozen ze dan voor de digitale weg. ,,Maar we zagen wel verschil in hoe ze dat wilden doen”, aldus Zuurveen. ,,Zo gaven ze soms aan dat ze voor speuren op het dark web (het moeilijk toegankelijke deel van internet, JPS) kozen, maar niet precies wisten hoe dat dan moest.” Het gaat dan overigens niet alleen om ‘echte’ digitale delicten, zoals het hacken van een computer. Bij bijna elk misdrijf is tegenwoordig een digitale component. ,,Een agent kan bijvoorbeeld bij een mishandeling ervoor kiezen om via sociale media onderzoek te doen.”

Specialistische kennis

Het blijft daarom volgens de onderzoekers noodzakelijk dat agenten basiskennis van de digitale wereld hebben. Maar minstens zo belangrijk is dat er specialistische kennis is. De politie investeert al jaren in digitale expertise, en heeft inmiddels meerdere cybercrimeteams. Wat Stol betreft zet de politie daar nog meer op in. ,,Een goede vraagbaak is heel belangrijk. Als een collega je helpt, is dat de beste manier om verder te komen. De kennis moet meer over de politieorganisatie worden verspreid. Dat duurt allemaal wel lang.”

De drempel naar een digitale specialist is nu nog te hoog, denkt Zuurveen. ,,Bij de politie in Leeuwarden is bijvoorbeeld een digitaal platform. Dat werkt goed, maar voor het basisteam in Sneek is het moeilijker om aan kennis te komen. Dat moet iemand in Leeuwarden bellen. Dat werkt minder goed dan wanneer die persoon in hetzelfde pand zit.”

,,Dat is een structureel en fundamenteel probleem bij de politie”, denkt Stol, die al decennia bekend is met de politie. ,,Als je niet bij iemand op de auto hebt gezeten, of met die persoon koffie hebt gedronken, is de drempel te groot om die persoon op te zoeken. Dat heb ik al vaak gezien. En je kan tien keer zeggen dat ze het team in Leeuwarden altijd kunnen bellen, maar dat werkt niet.”

De aanwezigheid van de specialisten weegt mogelijk zelfs zwaarder dan basiskennis over de hele breedte van de politieorganisatie. ,,De benodigde kennis wijzigt voortdurend, en de eisen die de digitale wereld aan de politie stelt, schuiven steeds op. Als je bijvoorbeeld vroeger niet wist wat het dark web was en nu wel, wil dat niet zeggen dat je bent opgeschoten. Want je moet nu ook weten wat je er kan vinden, en hoe. Ook speelt mee dat kennis snel wegebt als die niet regelmatig gebruikt wordt in de praktijk.

Het is daarom winst dat meer mensen bij de politie zich interesseren voor de digitale wereld, en de meerwaarde zien van digitale sporen. Opvallend genoeg is dat gevoel het sterkste bij de agenten van vijftig jaar en ouder, blijkt uit het onderzoek. ,,Je moet de grijze rechercheur niet zomaar afschrijven”, vindt Zuurveen. ,,Het gaat niet om leeftijd, maar om veranderbereidheid. En bij de oudere agenten in ons onderzoek zie je dat ze vaker voor digitale sporen kiezen.”

Vernieuwend en innovatief

,,Dat is voor de politie wel een belangrijk signaal”, denkt Stol. ,,Want het betekent ook dat het probleem van te weinig digitale vaardigheden niet vanzelf wordt opgelost. De politie dacht altijd dat ze bij zou zijn als de jonge generatie instroomde, maar dit resultaat roept de vraag op of dat zo wel is. Misschien moet je daarom bij de werving meer kijken naar hoe vernieuwend en innovatief mensen met werk bezig zijn.”

De politie moet dus nog veel doen om digitaal bij te blijven, vindt Stol. ,,Maar toch is er sprake van een verschuiving. En dat is een ontwikkeling waar de politie blij mee moet zijn. Het zaadje is geplant, en nu moeten ze kijken hoe dat zo goed mogelijk verder groeit.”