Docenten in het mbo en hbo missen argumenten om vast te houden aan afstandsonderwijs

De keuze van scholen om digitaal onderwijs blijvend op te nemen in het rooster, valt niet bij alle docenten in goede aarde. ,,Alsof bezuiniging voor leskwaliteit gaat.”

Docenten willen liever niet terug naar online lesgeven.

Docenten willen liever niet terug naar online lesgeven. Foto: Shutterstock

Al voor de zomer werd er door verschillende mbo- en hbo-scholen aangekondigd dat het afstandsonderwijs wel eens een blijvertje kon worden. ,,In maart en april werd al duidelijk dat leerlingen in het nieuwe schooljaar rekening moesten houden met een aantal dagdelen thuisonderwijs”, zegt Hayo Bohlken, bestuurder van de Algemene Onderwijsbond (Aob), Rayon Noord. ,,Wat wij merken is dat schoolbesturen niet toelichten waarom ze daar voor kiezen.”

Ook in Fryslân hebben het Friesland College en de Friese Poort en in elk geval hogeschool NHL Stenden laten weten dat digitaal onderwijs in het lesprogramma wordt opgenomen. Dat terwijl de Tweede Kamer onlangs een motie aannam waarin staat dat fysiek onderwijs ‘de norm’ moet zijn en dat ‘behoudens dwingende omstandigheden alleen bij hoge uitzondering’ voor online afstandsonderwijs mag worden gekozen.

Kritisch over kwaliteit

Bohlken wil, zegt hij, niet het beeld neerzetten dat docenten allemaal tegen afstandsonderwijs zijn. ,,Maar veel onderwijzers zijn kritisch over de kwaliteit van digitale lessen. Daarbij speelt ook de angst van docenten mee dat de werkdruk enorm wordt als scholen kiezen voor zowel fysiek als afstandsonderwijs.”

Jelte Hiemstra is docent Toerisme aan het Friesland College en voorzitter van de Ondernemingsraad (or) van de school. Ook hij hoort veel dat het digitale onderwijs voorlopig niet zal verdwijnen. ,,Maar waarom dan, dat hoor ik dan weer niet. En dan bekruipt mij het gevoel dat het argument een bezuiniging is in plaats van inhoud. Dat kan toch nooit de bedoeling zijn?”

Luciferdoosjes

Hiemstra worstelde zich bij sommige digitale lessen door het lesuur heen. ,,Zeker met een grote groep is er geen enkele sprake van interactie. Je praat tegen luciferdoosjes waarvan je niet ziet of ze luisteren. Andersom is het voor leerlingen ook pittig. De school is verkleind tot een scherm met daaromheen allemaal potentiële afleiding. Dat is heel anders dan wanneer je in het klaslokaal zit.”

Maar hij heeft ook positieve ervaringen. ,,Met kleine groepjes werkte het afstandsonderwijs best goed en soms was een één-op-één-begeleidingsgesprek via Teams juist heel prettig. Van docenten die lesgeven aan volwassenen die een BBL-opleiding volgen, hoorde ik ook dat het digitaal lesgeven heel goed werkt.”

Vergezochte argumenten

Maar de argumenten van het voorkomen van reistijd, uitgaven, CO2-uitstoot en drukte in de spits vindt Bohlken van de Aob vergezocht. ,,Het belangrijkste is de onderwijskwaliteit. Als een school kan aantonen dat die kwaliteit digitaal stand houdt, is dat een goed argument. Maar een korte reistijd is wel een heel erg hoge prijs voor een les van lagere kwaliteit.”

Hiemstra hoopt vooral dat de teams van de verschillende afdelingen eerst goed gaan kijken wat voor hen werkt. ,,Het studiejaar is nog maar net begonnen. Laten we eerst kijken hoe het gaat voor we dingen roepen als: 20 procent van onze lestijd is digitaal. Want dat lijkt me de verkeerde volgorde.”