Dwangsom voor vogelverstorend zonnepark van GroenLeven in Oosterwolde is terecht, maar het bedrijf hoeft wel minder te betalen

De last onder dwangsom die de provincie Fryslân oplegde aan zonneparkenbouwer GroenLeven uit Heerenveen voor het illegaal bouwen van een drijvend zonnepark bij Oosterwolde is terecht, zo oordeelt de rechtbank van Noord-Nederland. Het bedrag wordt echter wel gehalveerd.

Het drijvende zonnepark bij Oosterwolde.

Het drijvende zonnepark bij Oosterwolde. Foto: GroenLeven

GroenLeven legde het drijvende zonnepark in 2018 aan in zandput Weperpolder, nabij Natura 2000-gebied Fochteloërveen. Het ging om een testpark van 1,5 hectare. De provincie ontdekte (na een melding van de Vogelbescherming) dat door het park een deel van het water niet meer gebruik kon worden voor vogels. Voor de dieren is het water een belangrijke rust- en slaapplaats. GroenLeven overtrad daarmee de Wet natuurbescherming (de Wnb), terwijl het bedrijf nog geen ontheffing had. Ook verstoorden de werkzaamheden ganzen in het gebied.

80.000 euro verbeurd

De provincie sommeerde de projectontwikkelaar op 12 december 2018 het werk te stoppen, en zette dit kracht bij met een last onder dwangsom. Elke dag dat GroenLeven wel werkte, moest het bedrijf 20.000 euro betalen, tot een maximum van vijf ton. Uiteindelijk ging GroenLeven nog vier dagen door, en werd 80.000 euro verbeurd verklaard.

GroenLeven legde zich hier niet bij neer, en maakte bezwaar bij de provincie. Toen dat niets opleverde, stapte het bedrijf naar de rechter.

Volgens GroenLeven viel het met de verstoring wel mee, en zijn hier weinig bewijzen van. De conclusies zijn volgens het bedrijf slechts gebaseerd op een paar waarnemingen. Het ging volgens het bedrijf enkel om ‘onrustig opvliegen van vogels’. Ook werd de plas na de aanleg van de zonnepanelen nog goed gebruikt door vogels.

Permanente schade

De rechter ging hier niet in mee. Volgens de rechtbank staat vast dat de aanleg van het park tot permanente schade voor de vogelplaats leidde, omdat het gebied aanzienlijk kleiner werd. ‘In de winterperiode wordt die ruimte door de vorst nog extra beperk’, aldus de rechter. Ook is het wel degelijk zo dat de werkzaamheden tot onrust hebben geleid voor duizenden kolganzen.

GroenLeven bevocht verder de hoogte van de dwangsom. Het bedrijf vond dat het nog wel even moest doorwerken, omdat het park nog niet veilig was. Het was nog niet verankerd, en kon dus wegdrijven. Volgens de rechtbank, die zich baseerde op een rapport van Antea Groep, viel dit risico wel mee en was tijdelijke verankering voldoende geweest. Dat de dwangsom onevenredig hoog was, en zo tot verlies op het park leidde, schoof de rechter ook terzijde.

Provincie te gretig

De provincie is wel te gretig geweest met het invorderen van de dwangsom, vindt de rechter. Het bedrijf ontving het besluit pas op 18 december. Tussen 12 december, de dag dat de provincie het bedrijf sommeerde te stoppen met de werkzaamheden, en 18 december (de dag waarop het voor het bedrijf duidelijk werd dat voortzetting van de klus er niet in zat) werd er nog twee dagen aan het project gewerkt. Na het binnenkomen van het besluit heeft GroenLeven nog twee dagen aan het project gewerkt. Voor die twee dagen kan er volgens de rechter een dwangsom worden gevorderd. GroenLeven hoeft dus geen 80.000, maar 40.000 euro te betalen.

De ontheffing kwam er later alsnog. Het park met 5500 panelen heeft geen negatieve invloed op de natuur, zo bleek later uit onderzoek.