De Nautilusbeker uit 1653 van de familie Fogelsangh

Een drinkbeker met exotische schelp: statussymbool voor de elite

De Nautilusbeker uit 1653 van de familie Fogelsangh Afbeelding: Fries Museum

Niet echt praktisch om uit te drinken, maar wel leuk om mee te pronken: een bokaal met tropische zeeschelp, verscheept door de VOC. Echt iets voor de familie Fogelsangh in Veenklooster.

In het Fries Museum in Leeuwarden kunnen we een zogeheten nautilusbokaal bewonderen die in 1653 is gemaakt door de Franeker meester-zilversmid Okke Jansen. Nautilussen zijn weekdieren die uitsluitend voorkomen in de tropische wateren in het zuidwesten van de Grote Oceaan. Ze worden al eeuwen gevangen om van hun schelp een decoratief stuk te maken.

In de catalogus over De zilveren eeuw van het Fries Museum, schrijft conservator Marlies Stoter dat nautilusschelpen in de zeventiende eeuw door schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie vanaf het eiland Ambon naar de thuishavens werden meegenomen als handelswaar. In werkplaatsen in Europa werden de schelpen voorzien van zilveren of gouden elementen en op die manier verwerkt tot exquise gebruiksvoorwerpen, met name drinkbekers. Dergelijke gebruiksvoorwerpen waren zeldzaam en alleen voor de elite beschikbaar.

Comfortabel onderkomen

Deze nautilusbokaal uit het Fries Museum was in het bezit van de familie Fogelsangh. Naar hen is Fogelsangh State in Veenklooster vernoemd. Oorspronkelijk was het een klooster dat na de reformatie in handen kwam van de Staten van Fryslân. In 1639 werd Dirck Fogelsangh (1600-1663) uit Leeuwarden eigenaar van een deel van het terrein, waar hij het buitenhuis Fogelsangh State liet bouwen. Daar verbleef de familie Fogelsangh in de zomermaanden.

De rest van het jaar hadden het echtpaar en hun kinderen een comfortabel onderkomen in Franeker. Dirck Fogelsangh was daar zijn rechtenstudie begonnen. Nadat hij die in Leiden had voltooid, keerde hij terug en schreef zich in als advocaat bij het Friese hof. Hij werd secretaris van Franekeradeel en lid van de zogenoemde vroedschap van zijn woonplaats Franeker, min of meer vergelijkbaar met de tegenwoordige gemeenteraad.

Portretten

Waar hij en zijn vrouw ook waren, zij konden zich een luxueuze levensstijl permitteren. Dat kwam tot uitdrukking in de portretten die Fogelsangh liet schilderen van zichzelf en zijn verwanten, alsook in de objecten die hij liet vervaardigen, waaronder de nautilusbokaal. Deze schitterende beker was een statussymbool dat voortkwam uit de koloniale aanwezigheid van Nederlanders in Oost-Azië. Van die schoonheid konden Fogelsangh, zijn familie en gasten in Veenklooster volop genieten.

De state kwam in 1740 in bezit van het geslacht Van Heemstra, werd uitgebreid en in 1872 verbouwd. Tegenwoordig is ze in bezit van Kyra Livia barones Van Harinxma thoe Slooten. De monumentale zalen van de state zijn een deel van het jaar als museum te bezichtigen.


In een serie artikelen besteedt het Friesch Dagblad wekelijks aandacht aan kolonialisme en slavernij in het Friese verleden en wat daar vandaag nog van terug te zien is. Het gaat om licht bewerkte teksten die oorspronkelijk zijn geschreven voor het op 23 april gepresenteerde boek ‘Sporen van het slavernijverleden in Fryslân’ van Barbara Henkes, maar daarin uiteindelijk om praktische redenen niet zijn opgenomen