Een wandeling door de duinen, het bos en over het strand van Ameland is een weldaad voor de zintuigen | Friese kuiers

Het ruisen van de zee, de heerlijke geur van dennen in het bos en het zachtjes wiegende helmgras in de duinen. De natuur op Ameland is van een zeldzame schoonheid en dat maakt een wandeling op voorhand al de moeite waard. En daar komt het historische karakter van Hollum en het adembenemende uitzicht vanaf de vuurtoren nog bij.

De vuurtoren van Ameland vanuit de duinen.

De vuurtoren van Ameland vanuit de duinen. Foto: Mark Vallinga

Zachtjes doorklieft de Sier de bescheiden golven van de Waddenzee. De bemanning van de veerboot maakt zich klaar om aan te leggen bij de pier van Holwerd en straks weer een nieuwe lading toeristen naar Ameland te brengen. Bij het hek verdringen zich enkele enthousiaste kinderen om als eerste aan boord te mogen.

Ik blijf lekker zitten op het bankje en maak mij vooral niet druk. Zodra ik de dijk bij Holwerd over ben gereden, word ik steevast overvallen door een gevoel van innerlijke rust en ook nostalgie.

Vele zomers bracht ik namelijk samen met mijn ouders door op Ameland en de herinneringen aan de strandvakanties uit mijn jeugd zijn dan ook talrijk. Vandaag blijf ik echter geen twee weken, maar heb ik slechts één dag om te genieten van al het moois op het eiland. Doel is om een wandeling te maken van zo’n dertien kilometer aan de westkant van Ameland. Een tocht die start in het gezellige centrum van het dorp Hollum en de grote verscheidenheid aan natuur op het eiland laat zien.

Zichtbare historie

Na een overtocht van drie kwartier en een busrit van een half uurtje, stap ik uit in het meest westelijk gelegen dorp van Ameland. Op het Zwanenplein in Hollum begin ik net rond het middaguur aan mijn wandeling. Op de terrasjes zitten de eerste toeristen al te wachten op hun uitsmijter of tosti, maar ik let - om een vroegtijdige hongerklop te voorkomen - vooral op de huizen in het centrum van het dorp met bijna 1300 inwoners. De historie van Ameland is hier namelijk nog duidelijk zichtbaar.

In Hollum staan verschillende voormalige commandeurswoningen uit de zeventiende en achttiende eeuw. In deze fraaie huizen woonden kapiteins uit de walvisvaart of de koopvaardij, die vanaf Ameland de wereldzeeën bevoeren.

Een van hen was Olfert Pieter Lap en in de naar hem vernoemde straat loop ik het centrum uit. Hij was gezagvoerder op een schip dat van Amsterdam naar Indië voer, maar kreeg op de terugtocht van een reis in 1854 last van zenuwkoorts. Ter hoogte van de Azoren in de Atlantische oceaan blies Lap zijn laatste adem uit.

Zijn bemanning weigerde de kapitein een zeemansgraf te geven en dompelde hem daarom onder in een kist gevuld met sterke drank. De kist met de klotsende drank en daarin het lichaam van de gestorven kapitein bereikte uiteindelijk zijn weduwe in Hollum.

Het graf van Lap is nog altijd te vinden op de begraafplaats verderop in het dorp. Daar ligt ook Hidde Dirks Kat, die ook een straat naar zich vernoemd heeft gekregen en daar wordt geëerd met een standbeeld. Hij was een walvisvaarder die in 1777 schipbreuk leed op Groenland. Kat overleefde het avontuur alleen door de goede zorgen van de Inuit.

Koren- en mostermolen

Het standbeeld van de commandeur wijst mij welke richting ik op moet: naar de imposante windmolen aan de rand van Hollum. De wieken staan op deze dag stil, maar aan de wapperende vlag van Ameland is wel te zien dat het behoorlijk waait. Dat maakt de temperatuur voor een wandelaar echter aangenaam, want de zon brandt flink aan de helderblauwe hemel.

Eenmaal aangekomen bij de molen lees ik op het informatiebordje dat er koren en mosterd wordt vermalen. Het bordje helpt ook een mogelijk misverstand uit de weg, want deze molen staat hier nog niet al te lang.

De Verwachting is namelijk pas in 1991 aan de westkant van Hollum geplaatst. Tot 1949 stond op deze plek een andere molen, maar die is toentertijd gesloopt vanwege achterstallig onderhoud. De nieuwe molen is afkomstig uit het Overijsselse Burcht en is dus sinds dertig jaar een van de beeldbepalende elementen in de ‘skyline’ van Hollum. Om een beetje vaart te maken, laat ik de molen achter mij en vervolg ik mijn wandeling naar de Badweg.

Herinneringen

Aan die geasfalteerde weg bewaar ik nogal uiteenlopende herinneringen. Aan de ene kant was het de route waarlangs ik met mijn ouders steevast naar het strand ging, maar aan de andere kant was het ook de weg met het loeihete asfalt die we na een lange dag in het zand moesten afleggen om weer naar huis te gaan. In mijn herinnering kwam daar als jochie geen einde aan, maar dit keer is dat anders. Niet alleen omdat er geen sprake is van een hittegolf, maar ook vanwege de dieren die mij aangapen vanuit de weilanden. Ik zie een groepje paarden, een kudde schapen en er vliegen wat kieviten voorbij.

Dit keer neem ik de Badweg trouwens niet om direct naar het strand te gaan en daar de hele middag te gaan zitten zonnen. In plaats van het pad door de duinen te nemen, sla ik rechtsaf om nog een klein stukje over het asfalt te wandelen. Zo kom ik namelijk bij het schelpenpad dat dwars door het Hollumerbos voert. Het eerste deel van dit prachtige fietspad voert langs de bosrand, waar aan de rechterkant de dennenbomen staan en aan de linkerkant het helmgras van de duinen te zien is.

Net als op de veerboot valt mij nu op hoe relatief rustig het is op Ameland. Ondanks het mooie weer en het feit dat het al een tijdje zomervakantie is, komen er amper fietsers voorbij scheuren over het pad.

Erg vind ik dat niet, want juist naar dit stukje van mijn wandeling heb ik de hele dag uitgekeken. Wat mij betreft is er namelijk weinig lekkerder dan de geur van dennenbomen in het bos. Die verrukkelijke geur wordt ook alleen maar sterker naarmate ik dieper het Hollumerbos in wandel.

Kabouterdorp en eendenvijver

Tussen al het groen en bruin spot ik links van het schelpenpad ineens flink wat rood en wit. Midden in het bos bevindt zich een kabouterdorp met flink wat plastic paddenstoelen en bebaarde mannetjes, die door toeristen zijn achtergelaten in de cirkel. Aan de overkant van het pad hangt zelfs een kleine trol te schommelen aan een tak. Een gezin met twee kinderen zet pardoes hun fietsen langs de kant om de kabouters te kunnen bewonderen. Het zal voor veel families een verplichte stop zijn.

Dat geldt ook voor de even verderop gelegen eendenvijver, waar ik zelf als jochie maar wat graag kwam om de kippen, fazanten en pauwen te bewonderen. Deze open plek in het bos is in 1959 ontstaan toen Rijkswaterstaat zand nodig had om de duinen aan de westkant van Ameland te versterken. Het ontstane gat stroomde vol met grondwater en werd daarna vooral gebruikt om afval in te dumpen. Dit tot frustratie van Staatsbosbeheer en Rijkswaterstaat, die eind jaren zestig het plan opvatten om er een eendenvijver van te maken. Die is er dus nog altijd en trekt veel bezoekers.

Vuurtoren

Na een rondje langs de verschillende vogelkooien en de vijver te hebben gemaakt, vervolg ik mijn weg over het schelpenpadje door het bos in de richting van de vuurtoren. Op de veerboot bedacht ik mij dat het wel leuk zou zijn om die te gaan beklimmen en vanaf daar te genieten van het uitzicht. Eenmaal aangekomen aan de voet van de bijna zestig meter hoge toren blijkt dat ik niet de enige ben met dat plan. Op en rond de picknicktafels is het een drukte van belang, maar in de vuurtoren zelf valt het mee.

En dat is maar goed ook, want de trap naar boven wordt steeds smaller. Gelukkig is er op zo’n beetje elke verdieping wel een expositie over bijvoorbeeld de geschiedenis van de vuurtorens in Nederland en die van Ameland in het bijzonder. Zo kom ik te weten dat deze in 1880 is gebouwd in opdracht van koning Willem III om zeevarenden te waarschuwen voor de verraderlijke wateren rond Ameland. Ook lees ik dat het beklimmen van 236 treden noodzakelijk is om helemaal boven te komen.

Maar dat is het zeker waard! Want het uitzicht is fantastisch. Vanachter de tralies zie ik het dorp Hollum liggen, het bos, het strand en in de verte zelfs buureiland Terschelling. Na drie keer een rondje te hebben gemaakt, daal ik de trappen voorzichtig weer af.

Met in mijn achterhoofd dat het record ‘vuurtorenbeklimmen’ op 48.06 seconden staat. Zo snel daal ik de trap zelfs niet af, maar dat is een bewuste keuze: een beetje energie sparen is nodig, want ik heb nog flink wat kilometers te gaan.

Drukte op het strand

Eenmaal terug op de grond vervolg ik mijn route over de Oranjeweg naar het Badstrand. Dat blijkt de bestemming van meer mensen te zijn, want hier kom ik flink wat fietsers en wandelaars tegen. Ook op het strand zelf hebben veel toeristen een plekje gevonden. En hoewel de zon zich inmiddels heeft verstopt achter een dichtgetrokken wolkendek, vermaken kinderen zich prima met het graven van zandkastelen, vliegeren en rondspringen in de schuimende golven van de Noordzee.

Om het mijzelf wat gemakkelijker te maken, loop ik naar de vloedlijn. Het zand, dat nog nat is van het zoute zeewater, loopt namelijk het best. Ondertussen raap ik wat aangespoelde mosselen op, verbaas ik mij over de snelheid van een voorbijrazende kitesurfer en geniet ik volop van het ruisen van de zee. Hoe verder ik van het Badstrand verwijderd raak, hoe rustiger het wordt. Wanneer ik de vloedlijn verruil voor een pad langs de duinrand, kom ik zelfs helemaal niemand meer tegen.

Volgende halte op mijn route is de vogelkijkhut in de duinvallei achter het strand. Het pad daarnaartoe leidt dwars door een moeras en telt een aantal bruggetjes om de natste plekken met droge voeten over te steken. Durfals worden gemaand om toch vooral op het pad te blijven met een bordje dat waarschuwt voor drijfzand. Om de proef op de som te nemen prik ik met een tak in de blubber en aan het zuigende geluid te horen, staat het waarschuwingsbord er zeker niet voor niets.

Eenmaal aangekomen bij de vogelkijkhut is het uitzicht op het zoetwatermeer echt prachtig. Er zwemmen flink wat eenden en meeuwen en in de verte vliegt een luid schreeuwende scholekster over het water. Volgens het informatiebord dat in de hut is opgehangen, broeden in dit gebied wel 65 verschillende vogelsoorten, waaronder ook veel bedreigde moerasvogels. Door de vele doornstruiken kunnen ze hier veilig nestelen en door de vele bessenstruiken is er ook nog eens voedsel in overvloed.

Engelsmanduin

Na de deur van de vogelkijkhut achter mij dicht te hebben geslagen, loop ik in de richting van het Rietpad, dat langs de rand van het moeras loopt en aan de andere kant zicht biedt op het duinlandschap. Langs dit prachtige natuurpad bloeien kleurige bloemen en die trekken veel insecten aan. Na het bos, strand en moeras is dit weer een andersoortig stukje Amelander natuur. Na het Rietpad te hebben verruild voor het Herderpad, is het een kwestie van duintje op en daarna weer af.

Hier ligt ook het hoogste natuurlijke punt van het eiland, het Engelsmanduin geheten. Een monumentje langs het wandelpad geeft opheldering over het hoe en waarom van deze naam: ik sta namelijk op een van de grootste massagraven in Nederland. Dat heeft alles te maken met een scheepsramp die hier in november 1799 voor de kust plaatsvond. Het fregat De Valk raakte in de problemen en verging in de golven. Daarbij kwamen 419 mannen, vrouwen en kinderen om het leven.

Op het schip bevonden zich flink wat Engelsen, die onderdeel waren van de mislukte invasie om Nederland in opstand te laten komen tegen de Franse overheersers. Omdat er niet voldoende hout beschikbaar was om alle lichamen in een kist te begraven, kregen zij hier hun laatste rustplaats. Vlak achter het monument ligt een overblijfsel uit een heel ander stukje Amelander geschiedenis: hier is een bunker uit de Tweede Wereldoorlog uitgegraven die de Duitsers groeven om de kust te verdedigen.

Via een schelpenpad langs de duinen loop ik terug in de richting van de vuurtoren en uiteindelijk terug naar Hollum. Eenmaal aangekomen in het centrum van het dorp bekijk ik mijn telefoon en zie ik dat de teller op ruim dertien kilometer staat. Vermoeid ben ik echter niet en ook onderweg heb ik geen last van mijn benen gekregen. Daarvoor was deze wandelroute namelijk veel te mooi en de afleiding te groot. Van het bos tot het strand en van de duinen tot het dorp Hollum, de grote verscheidenheid aan natuur en cultuur maakt een kuier op Ameland tot een belevenis op zich.

Vakantiegevoel

Als ik een uur later op de veerboot stap voor de terugtocht over de Waddenzee, doe ik dat met een grote glimlach op mijn gezicht. Het is – zo heb ik vandaag gemerkt - op Ameland namelijk niet nodig om er twee hele weken te verblijven om het vakantiegevoel te ervaren.

Met alle geuren, kleuren en geluiden is zelfs een dagje op het eiland al voldoende om weer helemaal opgeladen terug te keren naar huis.