Minder blauw op straat, en meer blauw op het web. En dat maakt Nederland alleen maar veiliger, aldus Reinoud Weiland (25), de eerste digitaal wijkagent van Fryslân. ,,Boeven vang je ook online”

De burger en de boef zijn meer online, en dus de agent ook. Speciale digitaal wijkagenten surveilleren tegenwoordig op het web. Zoals Reinoud Weiland (25) van de politie in Sneek. ,,In het begin vroegen collega’s mij weleens wat ik toch de de hele dag deed op mijn mobiel. Of ik schoenen bestelde op Zalando.”

Digitaal wijkagent Reinoud Weiland in Sneek.

Digitaal wijkagent Reinoud Weiland in Sneek. Foto: Simon Bleeker

Tijdens het interview gaat de telefoon van Weiland. Dat mobieltje in zijn zak is tegenwoordig misschien wel het belangrijkste onderdeel van zijn uitrusting. ,,Een groot deel van mijn werk speelt zich af op dit kleine apparaatje”, zegt hij. Weiland is digitaal wijkagent en deze functie is in opkomst bij de politie. ,,De samenleving digitaliseert snel”, legt Weiland uit. ,,De politie moet daaraan meedoen. Boeven vang je niet alleen fysiek, maar ook online.”

Surveilleren op het web

De functie digitaal wijkagent is daar volgens Weiland een voorbeeld van. Hij heeft vijf taken. Naast het reguliere fysieke politiewerk zijn dat online basispolitiezorg (,,surveilleren op het web”, legt hij uit), webcare voor burgers, het digitaal opsporen van bijvoorbeeld gedigitaliseerde criminaliteit en voorlichting. ,,Daarbij ga ik bijvoorbeeld naar scholen toe, om te vertellen over sexting, grooming en identiteitsfraude.”

De behoefte aan meer digitale kennis in de samenleving én bij de politie is groot, denkt Weiland. ,,Veel aangiftes hebben tegenwoordig een digitale component. Te veel mensen denken nog dat het hen niet kan gebeuren. Maar criminelen worden steeds geraffineerder. Voorheen waren bijvoorbeeld phisingmailtjes goed te herkennen aan het slecht vertaalde Nederlands. Maar nu doen ze uitgebreid onderzoek. Ze kijken naar wat je doet, wie je vrienden zijn, en maken zo een persoonlijke benadering. Ze weten precies wat ze doen. Iedereen kent tegenwoordig wel iemand die slachtoffer is geworden van horizontale fraude.” Hieronder vallen bijvoorbeeld WhatsApp-fraude en Marktplaatsfraude.

Onrust in Oudemirdum

Weiland houdt zich veel bezig met het vergroten van de bewustwording van die risico’s, om slachtofferschap te voorkomen. Maar hij draagt ook bij aan de opsporing. Dat doet hij bijvoorbeeld door online sporen te zoeken, bijvoorbeeld op sociale media. Een concrete zaak is de onrust in Oudemirdum, Koningsdag 2021, waarbij een groep jongeren zich tegen de politie keerde. ,,We hebben toen op sociale media naar beelden gezocht. Die hebben geholpen bij het onderzoek.”

Het speuren op internet in opsporingsonderzoeken doet Weiland soms met nepaccounts. Toen onderzoek van NHL Stenden Hogeschool recent uitwees dat ook gemeenten dit soms doen, leidde dit nog tot vragen in de Tweede Kamer. Weiland is zich bewust van de privacydiscussie. ,,Wij zijn daar scherp op. Alles wat we doen, moeten we verantwoorden. En het wordt getoetst door de officier van justitie.” Als agent heeft hij op dat vlak zelfs minder rechten dan burgers. Die mogen te allen tijde alle online profielen bekijken. Agenten mogen dat niet onbeperkt.

,,We rijden weleens in een onopvallende auto, en we lopen in burger rond”, vervolgt de wijkagent. ,,Dat doen we zodat mensen weten dat ze zich aan de regels moeten houden, ook als de politie er niet zichtbaar is. En dat geldt ook voor online.”

Elk team een digitale wijkagent

Van de 167 basisteams in Nederland, hebben zo’n vijftig inmiddels een digitaal wijkagent. In Fryslân is Weiland tot dusver de enige, maar hij verwacht dat daar snel verandering in komt. ,,Veel agenten doen het werk nu al, maar hebben nog niet de officiële titel.” De politie wil op termijn dat alle teams een eigen digitaal wijkagent hebben.

Volgens recent onderzoek van TwynstraGudde, uitgevoerd in opdracht van de politie, stuiten digitaal wijkagenten geregeld op weerstand bij collega’s. ‘Zit jij nu de hele tijd op Facebook en ben jij nu de burgemeester van Sim City (computerspel waarbij je een stad moet maken, red.)’, kreeg een wijkagent weleens te horen. ,,Ik werk veel via mijn telefoon”, vertelt Weiland daarover. ,,In het begin vroegen collega’s mij weleens wat ik toch de de hele dag deed op mijn mobiel. Of ik schoenen bestelde op Zalando, of privé-appjes aan het versturen was. Maar als je uitlegt wat je doet, en je hebt een paar succesverhalen, dan is de weerstand snel weg.”

Hij wijst er collega’s ook vaak op dat burgers steeds meer online zijn, vooral sinds de uitbraak van de coronapandemie. ,,Als je een uur achter de balie van een politiebureau zit, spreek je misschien drie of vier mensen. Online heb ik in een uur vaak contact met dertig of veertig mensen.”

Gamen met de jeugd

Vooral jongeren zijn veel online. De digitaal wijkagent is een manier voor de politie om met hen in contact te komen. Zo ging Weiland recent gamen met jongeren. ,,Collega’s zeiden toen al voor de grap dat ik lekker ging playstationen in de baas z’n tijd. Deels is dat waar, want ik vind gamen best leuk”, grapt hij. ,,Maar ik doe het om te weten wat er bij de jeugd speelt. Kort na het gamen kreeg ik ook makkelijk contact met jongeren op straat.”

In het onderzoek van TwynstraGudde staat ook dat de digitaal wijkagenten hun apparatuur nog niet toereikend vinden. Weiland heeft zelf ook nog wel een wensenlijstje. ,,Elk team heeft een eigen invulling, en heeft eigen projecten. Ik zou bijvoorbeeld wel een PlayStation willen, met een goed scherm en een camera, omdat ik veel met de jeugd bezig ben.”

Alle agenten digitaal

Weiland verwacht dat de online opmars doorgaat, ook binnen de politieorganisatie. Hij zag al bij collega’s in het Zuiden dat ‘s avonds van de drie koppels die nachtdienst hebben, één online surveilleert. Weiland is ook een soort digitaal ambassadeur binnen de politie, en hij hoopt dat online vanzelfsprekend wordt voor zijn collega’s. Zijn straks alle wijkagenten digitaal wijkagenten, en bestaat dan de functie van Weiland nog wel? ,,Zo kan je het wel zien. Daar moeten we wel naar toe. Maar aan de andere kant blijven er altijd specialisten nodig. Er zullen altijd digitale ambassadeurs zijn.”