Eeuweling Fokje Hoekstra uit Wolvega nadert de leeftijd die haar vader bereikte: ,,Ik hoef niet per se 101 te worden hoor”

Honderd worden gaat vanzelf, vertelt Fokje Hoekstra, die vandaag deze leeftijd bereikt. Maar haar genen werken ook mee. Haar vader werd 101 jaar, haar moeder 88 en haar enige zus 91. ,,Mijn vader was rond zijn 65e kortademig. Een oom zei toen: die wordt niet oud.”

Eeuweling Fokje Hoekstra komt uit een sterk geslacht. Haar vader werd 101 jaar.

Eeuweling Fokje Hoekstra komt uit een sterk geslacht. Haar vader werd 101 jaar. Foto: Rens Hooyenga

Ze werd geboren in Nijelamer, maar ze was nog geen twee toen haar ouders een paar kilometer verderop verhuisden naar de Kerkeweg in Oldelamer. Daar bedienden ze de brug over de Jonkers- of Helomavaort en hielden vee op een stuk land naast het water.

In de oorlog boden haar ouders onderduikers en evacués onderdak. ,,Dat vond ik best angstig. Het was natuurlijk je plicht, maar ik schrok van alle onverwachte geluiden. Ik droom er nu nog wel eens over die tijd.”

Schouder

Toen Fokje van de Tuin in 1948 met Lukas Hoekstra trouwde, namen ze de brugbediening en de boerderij van haar ouders over. ,,De brug leverde niet veel op. Van elke schipper een stuiver. Voor het brood hielden we vee. De boerderij pachtten we van de provincie.”

Het draaien aan de brug kostte Fokje haar schouder. ,,Van ‘s morgens vijf tot tien uur ‘s avonds moesten we de brug bedienen voor vooral vrachtschepen. Dat gebeurde toentertijd allemaal met de hand.”

Ze heeft inmiddels twee kunstschouders; de andere ging stuk bij een valpartij.

De brugwachtersbaan stopte toen de provincie de brug weghaalde. De grond die vrijkwam werd bij de boerderij getrokken. Maar lang profijt van de bedrijfsuitbreiding hadden ze niet. De provincie wilde af van de pachtende boeren. Als alternatief konden ze sluiswachter worden in Donkerbroek, zonder boerenbedrijf. ,,Mijn zoon Doeke was toen achttien wilde ook boer worden. Hij vond het vreselijk. ‘Zo’n mooi stuk land geven we toch niet op?’.”

Fokje en Lucas maakten echter wel de carrièreswitch en hun zoon werd geen boer maar politie-agent.

Rustiger

Ze betrokken het sluiswachtershuisje in Donkerbroek. ,,Het werd voor ons een stuk rustiger. We hoefden niet meer om vijf uur te beginnen, want de sluis werd alleen tussen 08.00 en 18.00 uur bediend. En tussen de middag hadden we etenspauze. Als er iemand dan wilde passeren wachtte die maar tot er meer schepen waren.”

Wel moesten ze ook het terrein rond de sluis onderhouden. ,,Ik wil niet opscheppen, maar als er inspectie kwam kregen we altijd te horen dat ons plekje er prachtig bij lag.”

Ze zagen in de jaren zestig de pleziervaart op de Turfroute voor hun ogen toenemen. ,,Toen we begonnen passeerden er zo’n 250 bootjes per dag, tien jaar later waren dat er 2500.”

Vakantie

Het was ook de tijd waarin ze voor het eerst op vakantie gingen. ,,We maakten toen wel eens een Rijnreis of Maasreis. Nu boeken mensen al een volgende reis als ze net terug zijn van een vakantie. Dat was in onze tijd niet zo. Toen we bij de brug woonden gingen de kinderen bij mijn zus logeren, drie kilometer verderop in Langelille, en haar kinderen kwamen bij ons. Dat was hun vakantie.”

Na hun pensionering verhuisden ze naar de Steenstraat in Wolvega. Daar is Lukas overleden. Fokje heeft er een tijdje alleen gewoond, maar het onderhoud aan het huis werd te veel. ,,Dan was de goot stuk, dan weer moest de heg worden geknipt.”

Ze verhuisde negentien jaar geleden naar Sickenga-Oord. Eerst twee jaar in een aanleuningwoning, maar toen die gesloopt werd voor nieuwbouw ging ze de verzorgingsflat in.

Sudoku’s

In haar werkzame leven had ze niet veel tijd voor hobby’s. Als kind bezocht ze de jeugdvereniging van de hervormde kerk, later werd ze lid van de Nederlandse Christen Vrouwen Bond, inmiddels met de Christelijke Plattelandsvrouwenbond opgegaan in Passage. Sinds ze in Sickenga-Oord woont puzzelt ze veel - ,,Sudoku’s doe ik graag” - en bingoot ze. Daar sleept ze zo veel prijzen weg dat de medebewoners haar wel eens vragen even niet mee te doen.

De coronatijd vond ze vervelend. ,,Nu gaat het wel weer, maar eerst mochten we niets. Op mijn gang raakten vier van de zeven bewoners besmet. Ik woonde tussen twee van hen in, maar bleef gelukkig gezond. Ik ben wel vaak getest, omdat het personeel het niet wilde geloven dat ik niets had en beide buren besmet waren.”

Kerkdiensten

Televisiekijken doet ze niet veel, al wil ze De slimste mens niet missen. ,,Maar ik weet lang niet alle antwoorden hoor.”

Verder kijkt ze ook graag naar de kerkdiensten op de televisie. Toen ze eind negentig was hoefde honderd worden voor haar niet zo. Nu ze het is geworden vindt ze het wel leuk. ,,Maar ik hoef niet per se 101 te worden hoor.”