Openbaar Ministerie eist 16 jaar celstraf wegens poging tot moord op Iraans-Koerdische activist Sadegh Zarza in Leeuwarden

Tegen een 39-jarige Iraniër is dinsdag zestien jaar onvoorwaardelijke celstraf geëist wegens poging tot moord op Sadegh Zarza op 19 juni 2020 bij het station van Leeuwarden. Het Openbaar Ministerie gaat er vanuit dat er een politiek motief was voor de aanslag met een mes op de voorzitter van de in Iran verboden Koerdische Democratische Partij, en dat de verdachte volledig toerekeningsvatbaar was op het moment van zijn daad.

De rechtbank van Leeuwarden.

De rechtbank van Leeuwarden. Foto: ANP

Advocaat Peter Bonthuis vond dat laatste niet terecht. Het rapport van het Pieter Baan Centrum spreekt van een paranoïde en psychotische toestand waarin de verdachte heeft verkeerd. Hij deed suïcidale uitspraken, verwondde zichzelf, was achterdochtig en legde onnavolgbare verbanden tussen los van elkaar staande gebeurtenissen. Hij dacht op zeker moment dat er een medewerker de hele nacht onder zijn bed had gelegen en verdacht de psycholoog ervan een agent te zijn van de Iraanse geheime dienst. Sinds hij antipsychotica slikt, gaat het beter met hem.

Tijdens de zitting, die acht uur in beslag nam, ondervroeg de rechtbank de gedragsdeskundigen die het rapport hadden opgesteld tweeënhalf uur om erachter te komen of het mogelijk was dat de verdachte in psychose handelde, of dat hij dat speelde terwijl hij heimelijk in opdracht van de Iraanse autoriteiten handelde. Dat laatste was volgens officier van justitie Corien Fahner niet te bewijzen, maar wel dat er een politiek motief was.

Het slachtoffer is een vroegere kennis van de vader van de verdachte. Toen de vader hoorde dat zijn zoon, die in Rotterdam promotie-onderzoek deed naar hartritmestoornissen, eenzaam was, raadde hij hem aan om met Zarza contact op te nemen. Toen de verdachte erachter kwam dat Zarza Koerdisch partijvoorzitter was, wilde hij hem doden, had hij tegenover de politie verklaard. Hij hield hem verantwoordelijk voor het misbruik door een leerkracht op de basisschool dat hem trof toen hij een jaar of tien was, voor de dood van vier van zijn vrienden en voor een aanslag die op de verdachte zou zijn gepleegd toen hij in Australië woonde.

Ter zitting verklaarde hij dat hij afstand neemt van die verklaringen. ,,Ik wijs het helemaal af. Dit was geen politieke daad. Ik wist pas vijf minuten voor ik hem in Leeuwarden ontmoette wat ik met dat mes ging doen.”

Dodenlijst

Zarza, die in 1985 als dissident naar Nederland vluchtte en wiens naam op een dodenlijst van het regime staat, verklaarde tegenover de politie dit ongeloofwaardig te vinden. ,,Iemand die psychisch ziek is, komt niet naar Nederland om voor arts te studeren. Dit is 100 procent in opdracht van het regime gebeurd.”

De psycholoog en psychiater hebben echter geen duidelijke aanwijzingen kunnen vinden dat de 39-jarige de boel voor het lapje heeft gehouden met een gespeelde psychose. ,,Zijn angst voor de Iraanse inlichtingendiensten was niet gespeeld, maar we kunnen niet vaststellen of die angst reëel is of een waanangst”, aldus de psychiater ter zitting.

Fahner sprak van ,,een slachtpartij” en eiste naast de zestien jaar ook een schadevergoeding van 64.424,36 euro, waarvan 35.000 euro smartengeld. Bonthuis deed alleen iets af aan een aantal materiële posten, maar vond zestien jaar een te hoge eis. ,,Bij een voltooide moord is de richtlijn twaalf tot vijftien jaar. Ik vind zes tot tien jaar passender.”

De rechtbank doet 6 juli uitspraak.