Dit artikel is vandaag gratis

Elfstedenwinter van '97 ging met helder weer en weinig wind of sneeuw recht op het doel af

De winter van 1996/1997 kenmerkte zich door flinke kou, al betekende dat niet voor iedereen dat de winterse kledij uit de kast werd getrokken. Foto: ANP

Op 4 januari 2022 is het 25 jaar geleden dat de laatste Elfstedentocht werd verreden. In een serie artikelen kijkt het Friesch Dagblad terug op die laatste Tocht der Tochten. In deel 7: het weer tijdens de Elfstedenwinter van 1996/1997.

Al zestien dagen na de vorstinval ging de vijftiende Elfstedentocht van start. Hoe kon er zo snel een sterke ijsvloer ontstaan? Het weer tijdens de Elfstedenwinter van 1996/97.

Het begint allemaal wat onwaarschijnlijk, met een enorme bak regen op 19 december. Een kleine depressie op Het Kanaal brengt neerslag en zachte lucht naar het noorden. Maar tegelijk heeft een Groenlands hogedrukgebied een uitloper gekregen naar Zuid-Noorwegen die stevige tegendruk geeft tegen de zachte lucht uit het zuiden. De hoge druk is sterker, de wind draait naar oost, het kwik daalt onder nul en de regen gaat over in sneeuw.

Op 20 december ligt er een bescheiden laagje sneeuw van enkele centimeters en komt de temperatuur in Fryslân al niet meer boven het vriespunt. Er volgt een week lang zonnig en koud winterweer met eerst matige en later strenge vorst in de nacht. Het worden de zonnigste kerstdagen van de eeuw (pas in 2021 zal er een nog zonniger kerst zijn) en de koudste in 35 jaar.

Vaarverbod

Met Kerst wordt er al volop geschaatst, er komt een vaarverbod voor kleine vaarwegen en de eerste toertochten worden georganiseerd. Door het rustige weer ontstaat een gladde ijsvloer met weinig wakken en op veel trajecten van de Elfstedenroute komt de ijsdikte kort na Kerst al in de dubbele cijfers.

Onvermijdelijk stijgt dan ook de Elfstedenkoorts. Gorredijkster weerman Hans de Jong voorspelt op 28 december dat de tocht verreden zal worden op 21 januari, terwijl Gauke Bootsma van het Hindelooper schaatsmuseum gokt op 3 januari – een wel wat ‘spectaculaire opvatting’, aldus de Leeuwarder Courant , maar hij zou er slechts één dag naast zitten.

Ook de rayonhoofden zitten natuurlijk nog met die vórige winter in het hoofd, die van 1995/96, toen het langdurig koud was, maar de tocht uiteindelijk toch niet doorging. Maar ditmaal is het ijs ,,aardich better as dat it ferline winter ea west hat”, zo zegt het Staverse assistent-rayonhoofd ( LC 28-12-‘96).

Dooi

Maar dan: een tegenslag. Een lagedrukgebiedje op de Oostzee loopt uit naar onze contreien, op 29 december draait de wind naar noordwest en is het onverwachts zomaar drie graden boven nul. De ijskwaliteit lijdt eronder, bijvoorbeeld op de beruchte Blikfeart, waar smeltwater uit drainagepijpjes op het ijs lekt en later bevriest tot kwalsterig fondantijs.

De dooi blijkt van korte duur, maar de terugkeer van de vorst gaat gepaard met sneeuwbuitjes. IJsmeester Piet Venema wijst op de isolerende werking van sneeuw en is bang dat de ijsvloer daardoor minder hard aangroeit. Het ijs onder bruggen heeft te lijden gehad van het pekelstrooien. Vooral in Harlingen en Sneek is de ijsvloer nog veel te dun. Al met al zorgen de dooi en sneeuwval voor twee dagen vertraging van de Elfstedentocht, verwacht Henk Kroes ( FD , 30-12-‘96).

De Scandinavische hogedruk komt echter stevig in het zadel te zitten, de oostelijke stroming zet door en op oudjaarsdag vriest het ruim zes graden overdag. Met de jaarwisseling is het twaalf graden onder nul – de op één na koudste Oud en Nieuw van de twintigste eeuw. De voortdurende oostelijke wind doet Siberische kou over Europa uitstromen en die bereikt ook Fryslân. Nieuwjaarsdag is het -8 overdag en op 2 januari wordt het in Haulerwijk zelfs niet warmer dan -12, na een nacht met -18,8 graden. Sindsdien hebben we nooit meer zo’n koud etmaal meegemaakt.

Die dag spreekt Elfstedenvoorzitter Henk Kroes de verlossende woorden: ,,It giet oan”. En dat terwijl het ijs onder de bruggen in Harlingen nog zwak is en Sneek is eigenlijk nog één groot knelpunt. Het bestuur overweegt bussen in te zetten om de schaatsers door de stad te vervoeren en ze aan de zuidkant weer af te zetten.

Achteraf denk je: vanwaar die haast, het blijft nog bijna tien dagen volop vriezen, geef die zwakke plekken nog wat tijd. Maar op 2 januari zijn er weersverwachtingen die uitgaan van oplopende temperaturen. Kroes heeft haast – de tocht zal hem en Fryslân niet, zoals een jaar eerder, net ontglippen.

Man met de Zaag

En dus wordt er onder de Laatste Stuiversbrug in Sneek nog in allerijl een transplantatie geprobeerd. ‘Zolang er geen tv-rechten betaald worden voor een knappe ijstransplantatie, blijft het een vrijwilligersklus. En daarom stond Bimphy van der Meer (41), huisvrouw en caissière te Sneek, vanochtend een snipperdag op te souperen op het ijs van de stadsgracht. ,,Hiervoor vraag je graag vrij van de baas”, verzekerde de brandweer-duikster. (…) De duikploeg stond paraat om zo nodig de Man met de Zaag – Piet Adema – uit het water te vissen’ ( FD , 2 januari ’97). De gezaagde ijsschotsen worden in een vijftig vierkante meter groot wak onder de brug tegen elkaar aan gelegd om vast te vriezen.

Dat helpt. Op 3 januari ziet het er bij de Laatste Stuiver en andere bruggen al zo goed uit dat omrijden met bussen niet nodig lijkt en er in eerste instantie maar op twee plekken in Sneek geklúnd hoeft te worden. De stempelpost bij de minder sterke Kolk wordt verplaatst naar een plek richting Scharnegoutum. Ook bij Harlingen zijn wat klúnplekken voorzien. Leden van de Harlinger roeivereniging schaven het ijs op het Van Harinxmakanaal om de baan gladder te maken ( FD , 3-1-‘97).

Sportkleding, Friese souvenirs, maar ook ingrediënten voor snert vliegen intussen de winkels uit. ,,Het is echt verschrikkelijk. Ik kon vanochtend bij de groothandel geen spliterwten meer bestellen. Ook de knolselderij en de gesneden boerenkool zijn niet meer aan te slepen. Het lijkt wel een hetze”, zegt Jan van Omme in zijn Sneker groentezaak ( FD , 3-1-’97).

Dan, op de vroege ochtend van de zestiende dag na de vorstinval – het heeft dan acht nachten minstens tien graden gevroren – gaat de vijftiende Elfstedentocht van start. In de verder zo rustige vorstperiode is juist deze 4 e januari een bijzonder winderige dag. De straffe oostenwind doet talloze toerrijders de das om, maar de tocht is een daverend succes en het ijs houdt zich goed.

Kruiend ijs

Het is daarna nog een hele week volop winterweer, al komt het door bewolking en mist niet meer tot strenge vorst. Op de 8 e wordt de Elfmerentocht gereden. Het Scandinavische hogedrukgebied begint dan echter zijn krachten te verliezen, terwijl boven Midden-Europa de druk stijgt. De wind draait naar het zuiden, dan het zuidwesten en daarmee komt de dooi.

Dat is meteen het definitieve einde van het winterweer. De ijsvloer, op veel plekken dertig tot vijftig centimeter dik, kwijnt langzaam maar zeker weg. Het IJsselmeerijs begint te kruien en op 4 februari stuwt een stormachtige zuidwester bij Laaxum en Stavoren de schotsen over de dijk – de laatste restanten van de laatste Elfstedenwinter.

Met dank aan oud-FD-journalist Hinne Bokma die de Friesch Dagbladen van 2, 3, 4 en 6 januari 1997 bewaarde; en het boek Wat een weer. Kroniek van het weer in Friesland 1901-2006 van Klaas Ybema.

Nieuws

Meest gelezen

menu