Dit artikel is vandaag gratis

Hoe verder met verenigingen in Fryslân? 'Een impuls is nodig'

Sociale contacten en vriendschappen zijn waardevolle redenen om lid van een vereniging te zijn.

Het verenigingsleven in Fryslân staat onder druk, blijkt uit het rapport ‘Leve de vereniging!’ van het Fries Sociaal Planbureau. ,,Soargje mei-inoar foar in stimulearjende omjouwing dy’t útnûget om byelkoar te kommen, om hokfoar aktiviteit dan ek.”

Jonge mensen die wegtrekken, minder bereidheid om aan de gemeenschap mee te doen en om tijd te investeren in de leefbaarheid van dorp of wijk. Een nijpende financiële situatie, een gebrek aan bestuur en vrijwilligers. Het verenigingsleven in Fryslân staat zwaar onder druk, blijkt uit het rapport ‘Leve de Vereniging!’ dat het Fries Sociaal Planbureau donderdag presenteerde.

Van de 403 verenigingen en stichtingen die een vragenlijst invulden rapporteerde 60 procent geldzorgen, 47 procent problemen bij werving of behoud van bestuursleden en gaf 36 procent aan binnenkort niet meer voldoende vrijwilligers te hebben. 15 procent vreest zelfs om te vallen. 60 procent maakt zich zorgen over de toekomst van het verenigingsleven in het algemeen.

Tegelijk is er het besef dat verenigingen belangrijk – wellicht zelfs onmisbaar – zijn voor een goed functionerende samenleving. Meer nog dan de feitelijke clubactiviteiten (zoals sporten, toneelspelen of muziek maken) noemen ondervraagde Friezen de sociale contacten en vriendschappen als waardevolle redenen om lid te zijn.

Gemeenten benoemen de bijdrage aan de sociale cohesie en leefbaarheid op lokaal niveau. Ambtenaren stellen echter ook dat niet alleen formele verenigingen hiervoor zorgen: ook informele verbanden kunnen bijdragen aan sociale verbondenheid.

Fryske Paradox

Het zijn geen volledig nieuwe inzichten, geeft hoofdonderzoeker Jesse David Marinus toe. Toch noemt hij het rapport belangrijk, omdat het eens te meer laat zien dat de trend negatief is, terwijl verenigingen nu juist zo veel positiefs kunnen bijdragen aan de kwaliteit van leven van de Friezen.

,,As it ferieningslibben ferdwynt, komt de saneamde Fryske Paradoks faai te stean. Dy hâldt yn dat wylst it ynkommen en it opliedingsnivo hjir leger binne, ús ynwenners har dochs lokkiger en sûner fiele as yn de Rânestêd. Dat komt foaral troch it grutte mienskipsgefoel. As wy hjir like yndividualistysk wurde as dêr bliuwt dêr neat fan oer.”

Het kán een politiek-maatschappelijke keuze zijn om de trend op zijn beloop te laten en te hopen dat informele verbanden als ‘het maandagavond-skeelerclubje’ en commercieel aanbod van sport en cultuuractiviteiten alsnog voor sociale cohesie zorgen. Daar is echter nog geen wetenschappelijk bewijs voor en daarom bepleit het FSP in het onderzoek voor een gezamenlijke inspanning om het verenigingsleven een impuls te geven.

Stimulerende omgeving

Dat begint met meer samenwerking tussen verenigingen onderling en met gemeenten. Waar nu een voor de vereniging de specifieke sport of hobby de kernactiviteit is en ontmoeting en sociale contacten een mooi neveneffect, zou dat in het beleid omgekeerd kunnen worden, zegt Marinus. ,,Soargje mei-inoar foar in stimulearjende omjouwing dy’t útnûget om byelkoar te kommen, om hokfoar aktiviteit dan ek.”

Omni-verenigingen die een breed aanbod verzorgen, gericht op alle inwoners van een stad, dorp of streek, kunnen daarvan een logisch voortvloeisel zijn. Dat scheelt in ieder geval in bestuurswerk en brengt mogelijk ook meer financiële stabiliteit. De gemeenten, provincie en ondersteuningsinstellingen als Doarpswurk, Sport Fryslân en Keunstwurk kunnen als facilitator optreden voor zulk ‘collectief en/of intersectoraal optrekken’.

Nieuws

Meest gelezen